Regionale samenwerking versterkt door kennisverspreiding palliatieve zorg

Begin 2015 is het project 'kennisverspreiding in de palliatieve zorg' succesvol afgerond. 

Goede Voorbeelden
In samenwerking met de beroepsverenigingen V&VN, NHG en Verenso en de netwerken palliatieve zorg verspreidde IKNL een jaar lang Goede Voorbeelden Palliatieve Zorg onder professionals en zorgorganisaties. Het doel was om deze goede voorbeelden onder de aandacht te brengen. En dat is gelukt! De resultaten voor de verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorgorganisaties (VVT-sector) en voor de thuissituatie zijn allemaal behaald en de regionale samenwerking is versterkt.

Netwerken en inspiratie 
Voor de VVT-sector is gekozen om verspreid over het land inhoudelijke bijeenkomsten voor zorgprofessionals en managers te organiseren. Zowel de Goede Voorbeelden zelf als de randvoorwaarden voor implementatie werden onder de aandacht gebracht. IKNL organiseerde daarvoor kennismarkten (voor de zorgprofessionals) en invitational conferences (voor bestuurders, managers, opleidingsfunctionarissen, kwaliteitsadviseurs).

In 2014 vonden twintig bijeenkomsten plaats en zijn in totaal bijna 1700 zorgprofessionals, managers en beleidsmakers bereikt. De twee parelprojecten van ZonMw, Signalering in de palliatieve fase en PaTz en ook andere belangrijke thema's in de palliatieve zorg zoals markering van de palliatieve fase, het betrekken van patiënten en naasten en mogelijkheden voor samenwerking in de keten zijn gedeeld. De reacties van de deelnemers op de bijeenkomsten waren erg positief. Vooral de mogelijkheid tot netwerken en geïnspireerd te worden op het gebied van palliatieve zorg spraken aan.

PaTz-groepen
Voor de zorg in de thuissituatie is het gelukt om tien PaTz-groepen op te starten. Deze zijn verspreid door het hele land. In PaTz-groepen komen huisartsen en wijkverpleegkundigen uit hetzelfde werkgebied zes keer per jaar samen. Ze bespreken met elkaar patiënten met een levensverwachting korter dan een jaar. Daarbij is ook een deskundige op het gebied van palliatieve zorg aanwezig. Alle voorzitters en consulenten van de PaTz-groepen volgen voor de start een training.

Deelnemers van de PaTz-groepen reageerden positief. ”In de palliatieve zorg sta je er alleen voor maar in de PaTz-groep kun je je zorgen delen en dat is heerlijk. Als iemand een casus had ingebracht in de PaTz-groep, had hij daarna voldoende handvatten om zelf verder te gaan’. En over de consulent: ‘Zij luistert kritisch naar het consult. Door haar ga je eerst nadenken voordat je handelt.  Als huisarts ben je namelijk geneigd om het laatste puntje dat speelt op te pikken. De consulent vraagt altijd eerst wat het probleem is voordat je direct naar een oplossing zoekt. Dat is verrassend, geeft soms andere mogelijkheden en eyeopeners’. Inmiddels hebben alle groepen aangegeven ook na het project door te gaan.

Project Kennisverspreiding 
Het project Kennisverspreiding in de palliatieve zorg  was onderdeel van het landelijke ZonMw- Verbeterprogramma Palliatieve Zorg dat tot midden 2016 loopt. De versterking van de regionale samenwerking komt nu goed van pas bij de start van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg en de vorming van regionale consortia palliatieve zorg.

Gerelateerd

Start commentaarfase richtlijn ‘Obstipatie in de palliatieve fase’

man vermoeid op bed

Op donderdag 16 september is de richtlijn obstipatie in de palliatieve fase de commentaarfase in gegaan. Dit betekent dat de conceptrichtlijn is verstuurd naar de betrokken en relevante wetenschappelijke- en beroepsverenigingen als ook naar de patiëntenverenigingen. Zij bekijken de richtlijn kritisch en toetsen of het toepassen ervan in de praktijk haalbaar is. De verenigingen hebben tot 31 oktober de tijd om hun op- en aanmerkingen terug te sturen.

lees verder

Nieuwe richtlijn palliatieve zorg bij COPD

laptop longfoto

De herziene richtlijn ‘Palliatieve zorg bij COPD’ is uitgebracht. Deze is tot stand gekomen op basis van een analyse van knelpunten die zorgprofessionals in de praktijk ervaren. Ook input van patiënten en naasten is meegenomen. De multidisciplinaire werkgroep die de richtlijn heeft ontwikkeld, heeft deze gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten en ontwikkeld conform de wetenschappelijke methodologie, met zoveel mogelijk consensus. Daarmee biedt het een antwoord op uitdagingen in de praktijk.

lees verder