Behandeling Primaire Tumor Onbekend

De huidige behandeling van kanker is voornamelijk gebaseerd op de aard van de primaire tumor. Omdat de primaire tumor bij de diagnose PTO per definitie onbekend is, is het lastig te voorspellen wat voor deze patiënten de meest effectieve behandeling is. Momenteel ondergaan ca. 7 van de 10 patiënten geen behandeling.

Naast dat het ontbreken van een primaire locatie een belangrijke factor is in de overweging voor behandeling, spelen tal van andere factoren mee. Zo zijn leeftijd, lichamelijke conditie, ziektegeschiedenis, uitgebreidheid van de ziekte en de wens van de patiënt ook bepalende aspecten. In overleg, vaak binnen een multidisciplinair team, worden de behandelingsmogelijkheden besproken en als geïndiceerd een behandelplan opgesteld.

Percentage behandelde en niet behandelde patiënten met een primaire onbekende tumor uitgesplitst naar leeftijd ten tijde van diagnose

Patiënten met een PTO worden minder vaak behandeld naarmate de patiënt ouder is, net zoals bij andere uitgezaaide kankersoorten waarbij de primaire tumor wel bekend is. Omdat het behandeleffect bij de diagnose PTO onzeker is, zien patiënten op latere leeftijd wellicht eerder af van een behandeling. Operaties of chemotherapie kunnen (te) veel vragen van een patiënt. Mogelijk verkiezen patiënten met een PTO in hun laatste levensfase een goede kwaliteit van leven boven de bijwerkingen van een therapie waarvan het resultaat zeer onzeker is. Lees meer over de palliatieve fase bij PTO.

In de richtlijn PTO wordt wat betreft de behandeling onderscheid gemaakt tussen twee patiëntcategorieën. Er is een categorie patiënten die vallen binnen een van de behandelbare subgroepen en een categorie patiënten niet behorend tot een behandelbare subgroep. Voor de meeste behandelbare subgroepen zijn bijbehorende richtlijnen beschikbaar. Er zijn ook behandelbare subgroepen waar geen richtlijn voorhanden is; voor die patiënten zijn aanbevelingen gebaseerd op wetenschappelijke literatuur. Als patiënten met een PTO niet binnen een van de behandelbare subgroepen vallen, wordt op basis van de conditie van de patiënt nog chemotherapie overwogen. Dit gebeurt bij voorkeur in studieverband.