22 oktober 2019 Bewegingsinterventies hebben gunstig effect op verminderen vermoeidheid

Bewegingsinterventies hebben statistisch significante, gunstige effecten op het verminderen van vermoeidheid bij (ex-)patiënten met kanker. Dat blijkt uit een uitgebreide studie (POLARIS) uitgevoerd door Jonna van Vulpen (UMCU) en collega’s uit Nederland, VS, Canada, Duitsland, Groot-Brittannië, Noorwegen en Australië. De waargenomen effecten zijn consistent ongeacht de demografische en klinische kenmerken van de deelnemers. Begeleide bewegingsinterventies blijken een significant groter effect te hebben op afname van vermoeidheid dan niet-begeleide. Mogelijk is dit het gevolg van betere uitvoering van de oefeningen, hogere therapietrouw, selectie van patiënten, trouwere monitoring en verschil in doelstellingen.

lees verder

Opschalingsgids psychosociale oncologie

Vandaag is de ‘Opschalingsgids psychosociale oncologie’ van IKNL gelanceerd. Deze Opschalingsgids is gericht op het bevorderen van succesvolle landelijke implementatie van evidence-based psychosociale innovaties. Dit is nodig omdat ondanks de toenemende inzet op het gebied van implementatie en implementatieonderzoek, de beschikbaarheid van deze innovaties voor patiënten achterblijft.

lees verder

Steeds vaker huidkanker, nationaal plan nodig

Het aantal patiënten met huidkanker stijgt snel en zal de komende jaren blijven stijgen, dat blijkt uit het rapport ‘Huidkanker in Nederland’ van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). Voor het eerst is er volledig zicht op het voorkomen van huidkanker, doordat vanaf 2016 gegevens van ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra en huisartsenpraktijken samenkomen in de Nederlandse Kankerregistratie. Daaruit blijkt dat huidkanker de meest voorkomende kankersoort is in Nederland. Van alle diagnoses kanker is ongeveer de helft huidkanker.

lees verder

Hoger risico op recidief bij 75-79 jarigen met niet-gemetastaseerde borstkanker

Vrouwen van 75-79 jaar met niet-gemetastaseerde borstkanker lopen meer risico op afstandsrecidieven in vergelijking met lotgenoten van 70-74 jaar, ondanks het hogere risico op sterfte door andere oorzaken dan borstkanker in deze oudere groep. Dat concluderen Anna de Boer (LUMC) en collega’s op basis van een studie met gegevens van bijna 18.500 patiënten. Volgens de onderzoekers kunnen deze resultaten duiden op onderbehandeling in de oudste groep. De studie toont echter ook aan dat de kans op overlijden zónder recidief sterk toeneemt op hogere leeftijd en dat bij patiënten met een hoog risico op overlijden door andere oorzaken dan borstkanker snel sprake is van overbehandeling.

lees verder

Impact positieve klieren na neoadjuvante chemotherapie op vervolgbehandeling

Bij cT1-3N0 ER+HER2+, cT1-3N0 ER-HER2+ en triple negatieve cT1-2N0 borstkankerpatiënten die behandeld zijn met neoadjuvante chemotherapie, kan een directe borstreconstructie worden overwogen als een acceptabele behandeloptie, vanwege het lage risico op het vinden van positieve schildwachtklieren. Dat concluderen Sanaz Samiei (Maastricht UMC+) en collega’s in Annals of Surgical Oncology. Echter, bij patiënten met cT1-3N0 ER+HER2- en triple negatieve borstkanker dienen risico’s en voordelen van een directe borstreconstructie uitvoerig besproken te worden met de patiënt, omdat het risico op het aantreffen van positieve schildwachtklieren relatief hoog is.

lees verder