Uitgezaaide blaaskanker in Nederland

IKNL 2022

Cijfers en trends uit de Nederlandse Kankerregistratie en de Prospectieve Blaaskanker Infrastructuur 

De overleving van mensen met de diagnose blaaskanker is in tegenstelling tot de meeste kankersoorten de afgelopen decennia niet verbeterd. Jaarlijks overlijden zo’n 1.300 mensen aan blaaskanker in Nederland. Bij ongeveer 5% van alle patiënten met blaaskanker zijn er uitzaaiingen bij diagnose. Als we alleen kijken naar patiënten met een invasieve vorm van blaaskanker, dan is dat ongeveer 1 op de 10. Van deze patiënten is 5 jaar na diagnose slechts 10% nog in leven. 

Ook kunnen na de diagnose en eerste behandeling nog uitzaaiingen ontstaan. Tot voor kort waren de behandelmogelijkheden voor uitgezaaide blaaskanker beperkt maar recente ontwikkelingen zijn hoopgevend, vooral op het gebied van systemische behandelingen (immuuntherapie). Gerichte toepassing van deze nieuwe behandelmogelijkheden kan het perspectief van patiënten met (uitgezaaide) blaaskanker verbeteren. 

Uitzaaiingen bij diagnose 

Jaarlijks krijgen ongeveer 350 mensen bij diagnose te horen dat de ze uitzaaiingen hebben, dit worden ook wel synchrone metastasen genoemd. In de grafiek is te zien dat het totaal aantal mensen dat de diagnose blaaskanker krijgt sinds het jaar 2000 licht toeneemt. Het aandeel van patiënten met synchrone metastasen blijft stabiel.  


Uitzaaiingen na diagnose 

Een deel van de patiënten ontwikkelt later pas uitzaaiingen (metachrone metastasen). In de figuur is te zien dat 4 tot 28% van de patiënten met invasieve blaaskanker uitzaaiingen ontwikkelt, afhankelijk van het initiële ziektestadium (klinisch T-stadium: cT1 – cT4).  


In het landelijke meerjarige cohort BlaZIB (BlaaskankerZorg in Beeld) is voor elke patiënt na twee jaar in het elektronisch patiëntendossier nagegaan of er sprake is van uitzaaiingen. Dit zijn gegevens van patiënten met een invasieve vorm van blaaskanker (T≥1) die in 2017-2019 gediagnosticeerd zijn en bij diagnose nog géén uitzaaiingen hadden.

Geslacht- en leeftijdsverdeling

Ongeveer tweederde van de patiënten met uitgezaaide blaaskanker is man. Ruim de helft van de patiënten is ouder dan 70 jaar.



Morfologie

Bij 78% van de patiënten ontstaat de tumor uit de cellen die de blaaswand vormen (urotheelcellen). Bij de overige patiënten vertonen de tumorcellen overeenkomsten met andere celtypen.  


Comorbiditeiten

Ruim de helft van de patiënten heeft naast blaaskanker nog een of meer andere aandoeningen (comorbiditeiten), zoals COPD, diabetes, nierfalen of andere vormen van kanker.


Locatie uitzaaiingen

De meest voorkomende locaties van uitzaaiingen zijn: lymfeklieren buiten het bekken (49%), longen (34%), botten (33%) en lever (21%). Eén patiënt kan op meerdere locaties uitzaaiingen hebben.

 

Behandelopties

De behandeling van uitgezaaide blaaskanker is in principe palliatief, genezing is niet meer mogelijk. De zorg is gericht op het verlengen van het leven, het behouden van een zo goed mogelijke kwaliteit van leven, en het verminderen van klachten. Zorgprofessionals kunnen verschillende behandelingen inzetten:  

  • Systemische behandelingen, zoals chemotherapie of immunotherapie: gericht op levensverlenging door bestrijding van de ziekte. Het grootste deel van de patiënten met een tumorgerichte behandeling krijgt dit type therapie. Tegenwoordig zijn er veel ontwikkelingen op het gebied van immunotherapie. Echter kan vanwege comorbiditeit en slechte conditie maar een beperkte groep patiënten behandeld worden. Hierdoor is nog weinig vooruitgang zichtbaar in de overleving van patiënten met uitgezaaide blaaskanker.  
  • Radiotherapie op primaire tumor of de uitzaaiingen: gericht op verlichten van klachten door bestrijding van de tumor. 
  • Blaasverwijdering (radicale cystectomie): gericht op verlichten van klachten door primaire tumor in de blaas te verwijderen. 
  • Supportive care: ondersteunende zorg op zowel lichamelijk, mentaal, sociaal als spiritueel vlak. Bij ruim de helft van de patiënten is er geen tumorgerichte behandeling en wordt enkel supportive care ingezet.

Systemische behandeling

Een deel van de patiënten met uitgezaaide blaaskanker ontvangt een systemische behandeling. Als eerste behandeling wordt doorgaans chemotherapie gegeven. Cisplatine-bevattende chemotherapie wordt beschouwd als de meest effectieve optie. Echter krijgen meer patiënten chemotherapie op basis van carboplatine. De reden hiervan is dat patiënten carboplatine-houdende chemotherapie beter verdragen. De opvolgende behandeling is vaak immunotherapie. In onderstaande figuur ziet u in de binnenste ring de eerstelijnsbehandeling en in de tweede ring de daaropvolgende behandeling. 


Overleving

Figuur 6 geeft inzicht in de overleving van patiënten met uitgezaaide blaaskanker. Te zien is dat slechts 10 tot 40% van de patiënten nog in leven is na 2 jaar. De overleving van patiënten met een systemische behandeling is beter dan die van patiënten zonder systemische behandeling. Dit verschil kan niet alleen aan de behandeling worden toegeschreven. Patiënten die niet meer behandeld worden, hebben bij voorbaat vaak al een slechtere prognose dan patiënten die wel behandeld worden.

De in de richtlijnen aanbevolen behandeling voor patiënten met uitgezaaide blaaskanker is een cisplatine-bevattende chemotherapie. Echter, niet voor alle patiënten is dit de meest passende en optimale behandeling. Bij de keuze van de behandeling spelen diverse kenmerken van de patiënt en de ziekte een belangrijke rol, zoals: leeftijd, geslacht, comorbiditeiten, performance status, nierfunctie en aanwezigheid van viscerale metastasen. Hieronder zijn deze kenmerken per groep patiënten met de gekozen behandeling weergegeven.  



Patiënten die bij diagnose al uitzaaiingen hebben (synchrone metastasen) verschillen mogelijk van patiënten die op een later moment uitzaaiingen krijgen (metachrone metastasen). Het is moeilijk om deze twee groepen te vergelijken. Dankzij het BlaZIB-project zijn er toch gegevens bekend van de twee groepen. In onderstaande figuur worden kenmerken van deze twee patiëntgroepen met elkaar vergeleken. De verschillen blijken beperkt te zijn. Klik op de pijlen hieronder ze weer te geven. 



Data in dit rapport hebben betrekking op blaaskankerpatiënten met synchrone metastasen, tenzij anders vermeld. Voor de incidentie, kenmerken, behandelingen en uitkomsten van patiënten met blaaskanker met metachrone metastasen zijn data nodig die niet standaard in de NKR beschikbaar zijn. In het kader van het BlaZib-cohort en daaropvolgende Prospectieve Blaaskanker Infrastructuur worden deze gegevens inmiddels wel verzameld in de NKR en ook beschikbaar voor onderzoek. 

NKR

De Nederlandse Kankerregistratie (NKR) wordt beheerd door Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en bevat informatie over alle patiënten met kanker in Nederland vanaf 1989. In dit rapport gebruiken we data van patiënten met blaaskanker gediagnosticeerd in 2016-2020.  

ProBCI  

De Prospectieve Blaaskanker Infrastructuur (ProBCI) is een initiatief van onderzoekers en clinici van IKNL, UMC Utrecht, Erasmus MC, Radboudumc en AVL. Voor ProBCI worden van blaaskankerpatiënten in Nederland aanvullende klinische data verzameld binnen de NKR, waaronder follow-up informatie. Meer informatie is te krijgen via www.probci.nl of via dr. Anke Richters, coördinerend onderzoeker van ProBCI, a.richters@iknl.nl.  

Stuurgroep:

  • Prof. dr. L.A.L.M. Kiemeney (hoogleraar kankerepidemiologie, Radboudumc)
  • Dr. R. Meijer (uroloog, UMC Utrecht)
  • Dr. K.K.H. Aben (epidemioloog, IKNL en Radboudumc)
  • Dr. M.S. van der Heijden (medisch oncoloog, NKI-AvL)
  • Dr. N. Mehra (medisch oncoloog, Radboudumc)
  • Dr. J.L. Boormans (uroloog, Erasmus MC)
  • Dr. A.G. van der Heijden (uroloog, Radboudumc)
  • Dr. A. Richters (epidemioloog, IKNL)