Beeldscherm met cover van rapport protonentherapie

Raming capaciteitsbehoefte voor protonentherapie tot 2032

Op verzoek van het bestuurlijk overleg protonentherapie* heeft IKNL de capaciteitsbehoefte voor protonentherapie tot 2032 ingeschat. Op basis van de huidige indicaties zal het aantal patiënten behandeld met protonentherapie in 2032 liggen tussen 1.199 en 5.364. Dat is een toename van 17% of zelfs een meer dan vervijfvoudiging ten opzichte van 2021. 

De brede spreiding in de schatting komt door het verschil in aannames tussen de scenario’s. In scenario 1 is uitgegaan van het huidige gebruik van protonentherapie, en in scenario 2 dat patiënten door heel Nederland protonentherapie ontvangen als in de regio’s van de centra die zowel de gebruikelijke bestraling met fotonen én bestraling met protonen aanbieden (UMCG in Groningen en Maastro in Maastricht). Deze variatie heeft te maken met onder andere de verwijzing voor planvergelijking om te kijken of de duurdere protonentherapie genoeg voordeel biedt, de mate waarin patiënten uiteindelijk zullen afreizen naar een protonencentrum voor een planvergelijking, of deze planvergelijking positief uitpakt voor protonentherapie, en of de patiënt vervolgens daadwerkelijk start met protonentherapie. 

Protonenbestraling

Protonenbestraling, ook wel protonentherapie genoemd, is een vorm van radiotherapie waarbij heel gericht bestraald wordt. Dat betekent dat er minder straling komt op de gezonde weefsels rondom de tumor. Daardoor treden mogelijk minder bijwerkingen op. Protonentherapie kan een geschikte behandeling zijn bij kanker die dicht bij kwetsbare organen zit. In Nederland zijn er drie centra waar protonentherapie wordt gegeven: het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), Maastro in Maastricht en HollandPTC in Delft. 

Standaardindicatie en indicaties met benodigde planvergelijking

Voor een aantal kankersoorten komen patiënten altijd in aanmerking voor protonentherapie als wordt voldaan aan bepaalde inclusiecriteria. Deze patiënten hebben een standaardindicatie. Dat is onder andere het geval bij kinderen met kanker en bij volwassenen met een intracraniële hersentumor.

Voor een aantal andere kankersoorten is een planningsvergelijking** nodig om te bepalen of bestraling met protonen genoeg voordeel oplevert ten opzichte van de gebruikelijke bestraling met fotonen. Dat is onder andere het geval bij longkanker, borstkanker, hoofd-halskanker en slokdarmkanker. Bij een planningsvergelijking wordt voor een patiënt de dosisverdeling van protonen vergeleken met die van fotonen. Deze informatie wordt gebruikt in modellen die voorspellen wat de kans is op complicaties. Als het verschil in de kans op complicatie groot genoeg is, komt de patiënt in aanmerking voor protonentherapie. 

Verwachte ontwikkeling van het aantal patiënten per jaar wat protonentherapie ontvangt naar type indicatie en scenario


Scenario’s

Bovenstaande figuur toont twee scenario’s. In scenario 1 wordt de verwachte ondergrens geschat van het aantal patiënten met protonentherapie op basis van het huidige aandeel protonentherapie. Dit is per kankersoort gedaan die daarvoor nu in aanmerking komt (dus standaardindicaties en model-based indicaties). Vervolgens hebben we dit aandeel vermenigvuldigd met het verwachte aantal nieuwe patiënten in de jaren tot 2032, en met het aandeel wat een vorm van radiotherapie (fotonen- en protonentherapie) kreeg in 2020/2021. 
In scenario 2 wordt het maximale aantal patiënten wat gebruik maakt van protonentherapie in 2032 beschreven. Dit scenario gaat uit van het percentage patiënten wat protonentherapie ontving in de protonencentra die zowel fotonen- als protonentherapie toepassen (Maastro en UMCG). Dit percentage is vermenigvuldigd met het verwacht aantal patiënten in de jaren tot 2032 en met het aandeel wat een vorm van radiotherapie (fotonen-en protonentherapie) kreeg in 2020/2021.

Nieuwe indicaties  

Er worden aanvullend op bovenstaande schatting een aantal nieuwe indicaties voor protonentherapie verwacht de komende jaren, voor patiënten met zaadbalkanker (seminoom). Er worden 35 patiënten met zaadbalkanker verwacht om voor radiotherapie in aanmerking te komen in 2032, maar het is nog onbekend welk deel hiervan protonentherapie zal krijgen. Mogelijk krijgen jongvolwassenen (AYA’s) met kanker een speciaal hoofdstuk in de huidige indicatieprotocollen. Naar verwachting zullen er 763 AYA’s in de huidige model-based indicatieprotocollen voor een vorm van radiotherapie in aanmerking komen in 2032.

Nieuwe raming nodig over een aantal jaar

Het daadwerkelijke aantal patiënten met protonentherapie zal afhangen van eventuele nieuwe indicaties voor kankersoorten waarbij patiënten nu nog niet in aanmerking komen voor protonentherapie en verdere ontwikkeling van planningssoftware en radiotherapeutische technieken, zowel voor fotonen- als protonentherapie. De ontwikkeling van een aantal aannames is onzeker, bijvoorbeeld over het aandeel protonentherapie. Daarom adviseren de onderzoekers over een aantal jaar de raming te actualiseren.  

Het gehele rapport met de raming van capaciteitsbehoefte voor protonentherapie tot 2023 is hier te lezen. De reactie van het bestuurlijk overleg protonentherapie* op het rapport staat hier. 

*Het bestuurlijk overleg protonentherapie bestaat uit afvaardigingen vanuit de raden van bestuur van alle UMC’s, Nederlands Kanker Instituut (NKI/AVL), de drie protonencentra, Technische Universiteit (TU) Delft, Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO) en VWS. 


** Indicaties waarvoor een planvergelijking nodig is heten model-based indicaties. De huidige actualisatie gaat uit van de anno 2022 door Zorginstituut Nederland (ZiN) erkende indicatiegebieden voor protonentherapie, de standaardindicaties en model-based indicaties.