Levensverwachting patiënten CML toegenomen sinds 1989; benadert algemene bevolking

De levensverwachting van patiënten die in recente jaren zijn gediagnosticeerd met chronische myeloïde leukemie (CML) en na vijf jaar nog in leven zijn, is op enkele maanden na gelijk aan die van de algemene bevolking. Dat concluderen Carolien Maas (Erasmus MC en IKNL) en collega’s uit onderzoek op basis van data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De levensverwachting van patiënten met CML is sinds 1989 gestegen, in het bijzonder bij patiënten tussen de 55 en 65 jaar. Onder andere breder gebruik van interferon alfa in de jaren ’90 en tyrosinekinaseremmers (TKI’s) sinds het begin van deze eeuw verklaren deze toename, aldus de onderzoekers.

Maas en collega’s van IKNL, Radboudumc, Reinier de Graaf Gasthuis, LUMC, Albert Schweitzer Ziekenhuis en Amsterdam UMC onderzochten de trends in levensverwachting van patiënten met CML van 18 jaar en ouder, gediagnosticeerd van 1989 tot en met 2018, met follow-up op overleving tot en met 2020. De onderzoekers definieerde de levensverwachting naar leeftijd (aangezien oudere mensen gemiddeld minder levensjaren rest, ongeacht ziekte) en de conditionele levensverwachting naar leeftijd. Dat laatste is de levensverwachting afhankelijk van hoeveel jaren patiënten al overleefd hadden. Maas en collega’s vergeleken de patiënten met de algemene Nederlandse bevolking, gestratificeerd op leeftijd, geslacht en kalenderjaar. In het onderzoek werden data van 4.702 patiënten onderzocht, van wie 44% vrouw, met een mediane leeftijd van 61 jaar. 55% van de patiënten was eind 2020 overleden.

Levensverwachting neemt over de linie toe

De conditionele levensverwachting neemt sinds 1989 voor alle patiënten, ongeacht leeftijd en geslacht. De overleving neemt het meest toe voor jongere patiënten, tussen 55 en 65 jaar, en met name tussen 1989 en 2005. Daarna zien de onderzoekers een meer graduele toename in levensverwachting. De toename in levensverwachting is minder sterk voor oudere patiënten van tussen 75 en 85 jaar oud. De onderzoekers noemen het erg bemoedigend dat de conditionele levensverwachting van patiënten die aan het eind van de studieperiode gediagnosticeerd werden zeer dicht in de buurt komt bij de levensverwachting van de algemene bevolking. De 5-jaars conditionele levensverwachting van patiënten die in 2018 gediagnosticeerd zijn is slechts 1 tot 10 maanden korter dan die van de algemene bevolking, afhankelijk van leeftijd en geslacht.

De onderzoekers wijzen de toename in de jaren ’90 toe aan breder gebruik van interferon alfa al dan niet met cytarabine, bredere inzet van stamceltherapie en aangepaste ondersteunende zorg. De toename sinds 2000 schrijven Maas en collega’s toe aan de introductie en breed gebruik van imatinib en latere generaties van TKI’s. TKI’s werden pas later bij oudere patiënten gebruikt, wat mogelijk de verklaart waarom de levensverwachting bij oudere patiënten pas later toenam. Nu zien de onderzoekers nog steeds een kleine hoeveelheid oversterfte onder patiënten met CML, wat mogelijk te verklaren valt door tweede primaire tumoren, cardiovasculaire toxiciteit geassocieerd met nieuwere TKI’s, comorbiditeiten of een CML-diagnose in een laat stadium

Waarom levensverwachting in plaats van overleving?

Maas en collega’s kozen er expliciet voor de trends in levensverwachting de onderzoeken, in plaats van de standaard overleving, omdat deze alleen de oversterfte over een bepaalde periode kwantificeert. 'Zulke overlevingspercentages zijn weinig informatief voor de individuele patiënt', aldus dr. Avinash Dinmohamed (IKNL), ook betrokken bij het onderzoek. 'Als je met je patiënt het kunt hebben over maanden of jaren die een patiënt nog kan verwachten, dat is veel betekenisvoller dan een percentage.' Het is voor het eerst dat er in Nederland op deze manier naar overleving bij kankerpatiënten gekeken wordt. De onderzoekers halen een Zweeds onderzoek aan dat eerder ook trends in levensverwachting bij CML-patiënten onderzocht als enige voorganger.

Meer informatie

Neem contact op met Avinash Dinmohamed, senior onderzoeker, of lees het artikel:

Gerelateerd

Proefschrift over hematologische maligniteiten en belang kankerregistraties

Myelodysplastische syndromen (MDS), chronische myelomonocytaire leukemie (CMML) en acute myeloïde leukemie (AML) zijn kankerssoorten van het beenmerg die hun oorsprong vinden in de myeloïde stamcel. Tot dusver is daar relatief weinig onderzoek naar gedaan. Avinash Dinmohamed, onderzoeker bij Erasmus MC en IKNL, promoveerde 11 mei op een proefschrift waarin hij de diverse epidemiologische aspecten en het belang van population-based kankerregistraties onderzocht. Hij stelt vast dat bij bijna de helft van de patiënten met MDS geen cytogenetisch onderzoek is uitgevoerd, terwijl dit wel in de richtlijn wordt aanbevolen. Deze en andere bevindingen kunnen dienen als benchmark voor toekomstig onderzoek om de zorg voor deze patiënten te verbeteren.

lees verder

Grote verschillen in Europa in overleving hematologische maligniteiten

Van alle hematologische maligniteiten hebben patiënten met Hodgkin-lymfoom in Europa gemiddeld genomen de hoogste 5-jaarsoverleving. Patiënten met acute myeloïde leukemie hebben de slechtste overlevingskansen. Deze en andere conclusies staan te lezen in een publicatie van EUROCARE-5, een studie gebaseerd op gegevens van 89 kankerregistraties in 29 Europese landen, waaronder de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Volgens de onderzoekers is het aannemelijk dat vertraagde of verminderde toegang tot innovatieve en passende therapieën heeft bijgedragen aan de verschillen in overleving van hematologische maligniteiten in Europa.

lees verder