Aantal borstkankerdiagnoses in 2021 toegenomen door herstart bevolkingsonderzoek

In 2021 kregen ruim 18.000 mensen de diagnose borstkanker (inclusief DCIS). Dat is een stuk hoger dan in 2020, toen bijna 15.000 mensen de diagnose borstkanker kregen. De toename is vooral toe te schrijven aan de herstart van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker, dat tijdelijk werd stopgezet tijdens de coronapandemie. Dat blijkt uit de kerncijfers borstkanker, die IKNL vandaag publiceert

Borstkanker is de meest voorkomende kankersoort bij vrouwen. Ongeveer 1 op de 7 vrouwen krijgt borstkanker gedurende haar leven. De meeste vrouwen werden in 2021 gediagnosticeerd met een kleine tumor (stadium I, 41 procent). Bij vijf procent betrof het uitgezaaide borstkanker (stadium IV). 

Bevolkingsonderzoek

De diagnose borstkanker wordt het vaakste gesteld bij vrouwen tussen de 50 en 74 jaar, dat is ook de deelnameleeftijd van het bevolkingsonderzoek. Tumoren die via het bevolkingsonderzoek worden gevonden bevinden zich vaker in een gunstiger en beter behandelbaar stadium. In totaal werd binnen de leeftijdsgroep 50-74 bij ruim 12.500 vrouwen de diagnose borstkanker gesteld. 56 procent van deze tumoren werd ontdekt via het bevolkingsonderzoek, in 2020 was dat nog 40 procent. Dat percentage lag lager door het stopzetten van het bevolkingsonderzoek. Voor Ductaal Carcinoom in Situ (DCIS), een voorstadium van borstkanker, werd in deze leeftijdsgroep 72 procent ontdekt via het bevolkingsonderzoek. 

Meer cijfers? Kijk dan op iknl.nl/borstkankercijfers

Pre-operatieve behandelingen nemen toe

Na de diagnose borstkanker volgt bijna altijd een operatie (ca. 90 procent). Een borstsparende operatie met postoperatieve radiotherapie is daarbij de meest voorkomende behandeling (55 procent). Systemische therapie wordt de laatste jaren steeds vaker vóór een operatie gegeven. Het voordeel van deze behandeling kan zijn dat de tumor zo klein is geworden dat patiënten borstsparend geopereerd kunnen worden. Systemische therapie voor een operatie kan ook worden ingezet bij een mastectomie (borstamputatie). 

Bij 91 procent komt borstkanker niet terug

De overleving van borstkanker hangt voor een groot deel samen met het stadium. Van alle patiënten met een stadium I-tumor is na tien jaar 95 procent nog in leven. Bij stadium II en III is dit 83 en 58 procent. Bij uitgezaaide borstkanker (stadium IV) is de 10-jaarsoverleving slechts 7 procent. De overleving van borstkanker is de afgelopen decennia toegenomen, vooral bij stadium II en III. Sinds 1989 nam het aantal vrouwen dat na tien jaar met een tumor in dat stadium leefde toe met respectievelijk 19 en 24 procent. Van alle patiënten die een borstkankerdiagnose krijgen, keert bij 91 procent de ziekte binnen vijf jaar niet terug. 

Gerelateerd

Sociaaleconomische klassen en borstkanker. Hoe overbruggen we de verschillen?

Hoe overbruggen we de verschillen in sociaaleconomische klasse

Wie in Nederland borstkanker krijgt wordt in ieder ziekenhuis conform dezelfde richtlijnen geholpen, en de zorg wordt vergoed. Toch zijn er verschillen in behandeling en uitkomst tussen verschillende sociaaleconomische klassen. Hoe komt dit en hoe kunnen we verandering in deze situatie aanbrengen? Dr. Marissa van Maaren en prof. dr. Sabine Siesling spraken over dat onderwerp in een webinar van de London School of Hygiene and Tropical Medicine.

lees verder

Studie naar borstkankerbehandeling voorbeeld van succesvolle samenwerking

Abemaciclib, palbociclib en ribociclib zijn effectieve geneesmiddelen bij vrouwen met uitgezaaide, hormoongevoelige borstkanker. Deze zogeheten CDK4/6-remmers remmen de kankerceldeling en worden toegevoegd aan een hormoontherapie. De vraag in de SONIA-studie: kun je zo’n remmer beter inzetten vanaf de start of pas als de eerste hormoonbehandeling niet meer goed werkt? Voor de manier waarop de studie is opgezet en wordt uitgevoerd, ontving het onderzoeksteam op 31 maart 2022 een ZonMw Parel. De studie wordt ondersteund door het IKNL-trialbureau.

lees verder