20 jaar Zorgpad Stervensfase: prof. dr. Lia van Zuylen maakt de balans op

Sinds 20 jaar maken veel zorgorganisaties gebruik van het Zorgpad Stervensfase. Prof. dr. Lia van Zuylen, internist-oncoloog in Amsterdam UMC en hoogleraar klinische palliatieve zorg, is vanaf het eerste uur betrokken bij de ontwikkeling van het zorgpad. Zij wil opnieuw een lans breken voor dit hulpmiddel. In een interview in Pallium legt ze uit waarom.

Waarom is het  nodig om na 20 jaar dit hulpmiddel weer onder de aandacht te brengen? “We kunnen nu niet tevreden achterover leunen. Want goed kan altijd beter. Er zijn nog altijd veel organisaties die niet met het zorgpad werken. Terwijl onderzoek heef aangetoond dat de kwaliteit van zorg in de stervensfase toeneemt door gebruik van het zorgpad. Ook ervaren de zorgverleners zelf meerwaarde van het werken met het zorgpad. Het geef structuur, je kunt niets vergeten of over het hoofd zien. Er is aandacht voor alle symptomen tijdens de stervensfase.

Hulpgids digitalisering

Een van de redenen is dat men opziet tegen het gedoe van het integreren van het digitale zorgpad in het elektronisch patiëntendossier. De omschakeling van een papieren naar elektronisch patiëntendossier was destijds ingrijpend. Je had te maken met diverse systemen van verschillende ICT-leveranciers. Sommige leveranciers hebben het zorgpad heel goed opgenomen in het elektronisch dossier, andere niet. Nu is het landschap van elektronische patiëntendossiers tot rust gekomen. Dit is dan ook het goede moment om het digitale zorgpad te promoten. IKNL heeft de Hulpgids digitalisering ontwikkeld om het digitale zorgpad beschikbaar te maken in het dossier en kan desgewenst adviseren. Misschien kan dit organisaties over de streep trekken”, hoopt Van Zuylen.

Praten over de dood

Van Zuylen vervolgt: “Daarnaast is het natuurlijk niet alleen een praktisch ICT-probleem. De aandacht voor palliatieve zorg is nog niet vanzelfsprekend. De zorg – zeker in de ziekenhuizen – is nog steeds gericht op genezing of als dat niet kan op zo lang mogelijk leven. Praten over doodgaan als je patiënt ongeneeslijk ziek is, zit minder in de genen van dokters. De systematiek van het zorgpad ondersteunt de zorgvuldige communicatie. Zoals het markeringsgesprek dat de arts met de patiënt en zijn naasten moet voeren wanneer het overlijden wordt verwacht binnen een aantal dagen. Maar ook de onderlinge communicatie binnen een multidisciplinair team verbetert aanzienlijk door inzet van het zorgpad.”

Zorgpad Stervensfase is nu beter inzetbaar door nieuw ontwikkelde tools

Na 20 jaar zorgpad zijn er nieuwe implementatiematerialen ontwikkeld, in samenspraak met het werkveld. Hierdoor wordt het voor de betrokken projectleiders en zorgverleners nog gemakkelijker om het Zorgpad Stervensfase te implementeren in de eigen organisatie.
Het gratis online implementatietraject bestaat uit vier onderdelen:

  1. E-learning (online basismodule)
  2. Online startbijeenkomst
  3. Online stappenplan
  4. Interactieve kwartaalbijeenkomsten

Lees het artikel in Pallium
Informatie over het Zorgpad Stervensfase op Palliaweb

Zorgpad Stervensfase in de praktijk

Een verpleegkundige palliatieve en oncologische zorg bij een woonzorggroep legt de meerwaarde uit van gebruik van het zorgpad: “Voorheen was het zorgteam vooral gericht op de primaire behoeftes, zoals wisselligging ter voorkoming van decubitus en het blijven toedienen van vocht en voeding. Dat zijn de normale zorgtaken. Maar door het volgen van het Zorgpad Stervensfase kijk je vooral naar de behoeftes van de patiënt in de laatste fase van zijn leven. Dan komt er bijvoorbeeld een ander matras, zodat wisselligging niet meer nodig is, of krijgt mondzorg meer aandacht. Het zorgpad maakt dat je aandacht hebt voor alle aspecten.”

 

Gerelateerd

Knelpuntenenquête Dehydratie en vochttoediening in de palliatieve fase

oude man in bed

Dehydratie betekent een tekort aan lichaamswater. Terminale dehydratie is dehydratie bij een stervende patiënt, waarbij deze niet meer in staat is de benodigde hoeveelheid vocht tot zich te nemen. Het is een voorbode van het naderende sterven. In de huidige richtlijn Dehydratie en vochttoediening wordt vooral ingegaan op de symptomen van dehydratie en op de afwegingen die een rol spelen bij de beslissing om al dan niet vocht toe te dienen aan patiënten met een levensverwachting van dagen tot maximaal één à twee weken.

lees verder

Knelpuntenenquête urogenitale problemen 

vrouw op bank close up handen

Urogenitale problemen komen regelmatig voor bij patiënten in de palliatieve fase en kunnen een enorme impact hebben op de kwaliteit van leven van patiënten en naasten. Zo komt urine-incontinentie voor bij 23-38% van de patiënten met kanker in de palliatieve fase. Andere voorkomende urogenitale problemen zijn bijvoorbeeld fistels (een niet-natuurlijke verbinding tussen twee holle organen of tussen een hol orgaan en de buitenwereld, bijvoorbeeld je darm en je blaas), loze aandrang en tenesmi (pijnlijke samentrekkingen van blaas of darm). 

lees verder