vrouw met hond in park

Borstkanker in Nederland 1989-2017: hogere incidentie; betere overleving

Tussen 1989 en 2017 is de incidentie van eerste, primaire borstkanker in Nederland aanzienlijk gestegen, hoewel in recente jaren een veelbelovende daling is te zien. De overleving van patiënten verbeterde aanzienlijk voor de meeste vormen van borstkanker door minder intensieve chirurgie en toegenomen gebruik van systemische therapieën en/of combinaties met andere behandelingen. Overeenkomstig daalde de sterfte substantieel, ongeacht de leeftijd van deze vrouwen. Dat blijkt uit onderzoek van Daniël van der Meer (NKI) en collega’s met data uit de NKR.

Het doel van deze studie is een uitgebreid en samenvattend overzicht te geven van de incidentie, behandeling, overleving en sterfte van eerste, primaire invasieve borstkanker op basis van leeftijd, stadium en receptorstatus in Nederland tussen 1989 en 2017. Hiervoor werden gegevens gebruikt van 320.249 incidenties van eerste, primaire invasieve borstkanker uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR).

Studieopzet

De onderzoekers berekenden de leeftijdgestandaardiseerde incidentie- en sterftepercentages aan de hand van jaarlijkse percentages (APC) en gemiddelde jaarlijkse percentages (AAPC). De relatieve overleving werd gebruikt om de borstkankerspecifieke overleving te schatten. De sterfte door borstkanker en data over de algemene bevolking werden verkregen van het CBS.

Incidentie

De incidentie van borstkanker voor alle patiënten gecombineerd nam tot 2013 toe van 126 naar 158 per 100.000 persoonsjaren. In jaren daarna is een dalende trend in incidentie van borstkanker zichtbaar binnen de hele patiëntenpopulatie, bij vrouwen in de leeftijd van 40 tot 49 jaar en 50 tot 74 jaar, en bij vrouwen met stadium I borstkanker. Bij vrouwen van 75 jaar en ouder is de incidentie, over de hele periode gezien, gedaald. Uit het proefschrift van Linda de Munck (IKNL) blijkt dat vrouwen die deelnemen aan het bevolkingsonderzoek significant minder vaak een hoog stadium van borstkanker hebben bij diagnose dan vrouwen die niet of onregelmatig deelnemen aan de screening. 

Behandeling

De behandelstrategie bij borstkanker is in Nederland drastisch veranderd sinds 1989. Operaties werden de afgelopen decennia minder intensief. Chirurgie met adjuvante radiotherapie werd de voorkeursbehandeling in plaats van mastectomie. Ook werden steeds vaker neo)adjuvante systemische behandelingen gegeven, al dan niet in combinatie met endocriene therapie en/of doelgerichte therapie.

De sterke toename van adjuvante chemotherapie en endocriene therapie tussen 2007 en 2009 kan worden verklaard aan de hand van het verruimen van indicaties, gevolgd door revisie van de Nederlandse richtlijn Borstkanker in 2008 en introductie van de predictietool ‘Adjuvant! Online’. De daling in het gebruik van chemotherapie na 2009 hangt eveneens samen met veranderingen van richtlijnen en mogelijk ook met het toegenomen gebruik van MammaPrint, inzet van andere hulpmiddelen om de agressiviteit van tumoren te evalueren, meer aandacht voor gezamenlijke besluitvorming en terughoudendheid bij artsen om chemotherapie voor te schrijven aan patiënten met een laag risico.

Overleving

De relatieve overleving verbeterde voor alle leeftijdsgroepen en voor de meeste ziektestadia, maar de relatieve 15-jaarsoverleving bleef sinds 2000 stabiel voor stadium IV. De overleving voor alle subtypes op basis van receptorstatus steeg tot en met 2013 en bleef daarna stabiel. Over het geheel genomen nam de relatieve 5-jaarsoverleving toe van 77% in de periode 1989-1999 naar 91% in de periode 2010-2016. De 10-jaarsoverleving steeg in dezelfde twee tijdvakken van 56% naar 83%. De kans om borstkanker te overleven verbeterde ongeacht de leeftijd van patiënten. Tussen 1989 en 2017 daalde de sterfte ten gevolge van borstkanker van 57 naar 35 per 100.000 persoonsjaren. 

Een mogelijke verklaring voor de gestegen overleving is de sterke toename van het aantal vrouwen dat een behandelschema met taxanen en anthracycline volgde in combinatie met chemotherapie. Daarnaast kunnen deze verbeteringen een gevolg zijn van meer gepersonaliseerde behandelingen door introductie en gebruik van diagnostiek, waarmee biologische kenmerken van tumoren (HR- en HER-status) kunnen worden bepaald. En uiteraard hebben veranderingen in evidence-based richtlijnen, nieuwe behandelingen en nieuwe medicatie een belangrijke rol gespeeld bij het verbeteren van de overlevingskansen van deze vrouwen.

Conclusie en aanbevelingen

Daniël van der Meer en collega’s concluderen dat de incidentie van eerste, primaire borstkanker in Nederland aanzienlijk is toegenomen sinds 1989, maar dat er in recente jaren een veelbelovende daling is te zien. Of deze trend doorzet, moeten toekomstige studies uitwijzen. De overleving verbeterde aanzienlijk voor de meeste vormen van borstkanker en de sterfte ten gevolge van deze ziekte is substantieel gedaald, ongeacht de leeftijd van deze patiënten.

De positieve trends ten aanzien van incidentie, sterfte en overleving zijn volgens de onderzoekers waarschijnlijk een gevolg van een combinatie van factoren, zoals preventieve maatregelen, vroegtijdige diagnose door deelname aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker en toegenomen bewustzijn over de ziekte, vooruitgang in behandelingen, landelijke implementatie van gepersonaliseerde behandelrichtlijnen en veranderingen in blootstelling aan bekende risicofactoren.

 

Gerelateerd

Grote verschillen in uitzaaiingspatronen stadium IV inflammatoire borstkanker

Bij patiënten met stadium IV inflammatoire borstkanker worden belangrijke verschillen waargenomen in uitzaaiingspatronen en algehele overleving samenhangend met de verschillende subtypen (HR/HER2-status) van deze ziekte. Dat concluderen Dominique van Uden (Radboudumc) en collega’s in een publicatie in Breast Cancer Research and Treatment. Volgens de onderzoekers heeft dit inzicht belangrijke consequenties voor het adviseren van patiënten over hun prognose en eventuele behandelopties. De studie onderstreept tevens de mogelijkheid tot gerichtere stadiëring afgestemd op het subtype.

lees verder

Overleving oudere patiënten (65-75 jaar) met gevorderde borstkanker verbeterd

De overleving van oudere vrouwen (65-75 jaar) met gevorderde borstkanker is tussen 1990 en 2015 verbeterd. Dit is zeer waarschijnlijk het gevolg van ruimere inzet van chemotherapieën bij patiënten met stadium III borstkanker. Dat concluderen Nienke de Glas (LUMC) en collega’s op basis van een studie met gegevens van bijna 240.000 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Uit dit onderzoek blijkt echter ook dat de overleving van vrouwen (boven 75 jaar) met stadium I-III borstkanker níet is toegenomen. In toekomstige studies dient daarom meer rekening gehouden te worden met comorbiditeit(en) en geriatrische parameters, om de behandeling van deze oudste groep verder te personaliseren.

lees verder