Start project ‘Quality of care slokdarm- en maagkanker’

AMC en IKNL zijn gezamenlijk gestart met het project ‘Quality of care: palliatieve behandeling slokdarm- en maagkanker. Voor dit project worden in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) extra items geregistreerd van patiënten die zijn gediagnosticeerd in de jaren 2010 - 2014. Doel is meer inzicht te krijgen in de kwaliteit van zorg bij patiënten met gemetastaseerde slokdarm- of maagkanker.

Quality of Care, slokdarm- en maagkanker
De optimale behandeling van patiënten met incurabel slokdarm- en maagkanker is niet eenduidig gedefinieerd en blijft daarom een uitdaging voor clinici. Door het grote aantal patiënten dat op het moment van diagnose niet meer curatief te behandelen is, neemt de behoefte toe aan meer duidelijkheid over de beste, palliatieve benadering. 

Het project ‘Quality of care: palliatieve behandeling slokdarm- en maagkanker’ heeft als doel inzicht te geven in het huidige palliatieve, therapeutische beleid voor deze groep patiënten in Nederland. Voor de palliatieve behandeling van slokdarm- en maagkanker zijn verschillende lokale en systemische opties beschikbaar. Op dit moment ontbreekt echter consensus over de optimale combinatie van deze therapieën, waardoor er in de klinische praktijk veel verschillen zijn in behandelingen, maar tegelijkertijd weinig bekend is over deze behandelvariatie.

Retrospectieve cohortstudie
Met een retrospectieve cohortstudie, waarin patiënten worden geïncludeerd die van 2010 tot en met 2015 zijn gediagnosticeerd met een gemetastaseerd adeno- of plaveiselcelcarcinoom van slokdarm of maag, zal het type palliatieve behandeling en de invloed hiervan op de overleving en therapiegerelateerde toxiciteit worden geanalyseerd. Hierbij wordt ook gekeken naar de behandelvariatie per regio en per ziekenhuis en het aandeel patiënten bij wie de HER2-status is bepaald. 

Aan de hand van deze uitkomsten verwachten de onderzoekers meer inzicht te kunnen geven in de palliatieve behandeling van patiënten met slokdarm- en maagkanker, inclusief de verschillen over de tijd en per regio. Het uiteindelijke doel is meer eenduidigheid te scheppen over de optimale therapeutische benadering van deze patiënten, de klinische besluitvorming te vereenvoudigen en kwaliteit van de zorg te verbeteren. 

Oncoguide

Een van de hulpmiddelen die kunnen bijdragen aan het verbeteren van de zorg voor deze patiënten is Oncoguide, een model op basis van beslisbomen en informatiestandaarden waarmee richtlijnen en predictiemodellen digitaal beschikbaar komen, zodat zorgprofessionals samen met de patiënt de juiste beslissing kunnen nemen. Naast het project ‘Quality of care slokdarm- en maagkanker’ worden er binnen het project Oncoguide beslisbomen voor slokdarm-, maag- alsmede ook voor alvleesklierkanker opgesteld en wordt onderzocht op welke wijze dit model kan worden geïmplementeerd in de klinische praktijk.

Gerelateerd

Zorgpaden dragen bij aan betere naleving richtlijnen en afname klinische variatie

arts tijdens mdo

Patiënten met maag- of slokdarmkanker krijgen na implementatie van een regionaal zorgpad significant vaker een PET- of PET/CT-scan. Dat blijkt uit onderzoek van Jolanda van Hoeve (IKNL) in Zuidwest-Nederland. In een andere studie in Noordoost-Nederland toont zij aan dat ongewenste klinische variatie verminderde na standaardisatie van het zorgpad slokdarmkanker, uitgezonderd patiënten die geen behandeling ontvingen. Beide studies zijn opgenomen in het proefschrift waarop Jolanda van Hoeve 29 oktober 2020 promoveerde aan de Universiteit Twente.

lees verder

Vaker tweedelijnstherapie bij slokdarm- of maagkanker in hoogvolumecentra

handen prepareren infuuszak

Patiënten met uitgezaaid adenocarcinoom van slokdarm of maag die behandeld zijn met palliatieve eerstelijns systemsche therapie in ziekenhuizen met een hoog behandelvolume, krijgen vaker tweedelijnstherapie. Dat blijkt uit onderzoek van Willemieke Dijksterhuis (Amsterdam UMC en IKNL) en collega’s. Deze studie toont verder aan dat patiënten na tweedelijnsbehandeling met paclitaxel/ramucirumab een langere overleving hebben vergeleken met patiënten die monotherapie met taxanen ontvingen.

lees verder