Gunstigere overleving na detectie intervalkanker na screening met FIT-test

De FIT-test (ook wel aangeduid als iFOBT) die in Nederland wordt gebruikt voor het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker heeft een hogere sensitiviteit dan de gFOBT die (nog) in een aantal andere landen in Europa wordt gebruikt. Dat blijkt uit onderzoek van Manon van der Vlugt (AMC) en collega’s op basis van data uit de proefperiode met de FIT-test (2006-2014) aangevuld met data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Hoewel een aantal deelnemers daarna een intervalkanker ontwikkelde, laat de studie zien dat deze patiënten een gunstigere overleving hebben vergeleken met personen uit de algemene bevolking die op dat moment nog niet aan de screening konden deelnemen. 

Personen die gescreend zijn op dikkedarmkanker met behulp van de guaiac Fecale Occult Bloedtest (gFOBT) krijgen in 48% tot 55% van de gevallen te maken met een intervalkanker.  Voor het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker in Nederland is, anders dan in een aantal andere Europese landen, na een proefperiode gekozen voor een andere test, de immunologische Fecale Occult Bloedtest (iFOBT) ook wel aangeduid als FIT-test. Op dit moment is slechts een beperkte hoeveelheid gegevens beschikbaar over het aantal personen dat te maken krijgt met een intervalkanker na screening met de FIT-test over meerdere testrondes. 

Data FIT-test 
Om toch een beeld te vormen van het aantal intervalkankers, gebruikten Manon van der Vlugt en collega’s data van een proef die tussen 2006 en 2014 in Nederland is uitgevoerd met een tweejaarlijks screeningprogramma met behulp van de FIT-test. De onderzoekers analyseerden deze gegevens en gingen na welke incidenties van dikkedarmkanker tijdens het screeningsprogramma zijn gedetecteerd en welke daarbuiten (niet-screeningsgedetecteerde dikkedarmkanker, zoals FIT-intervalkanker, kanker gevonden tijdens een coloscopie-interval en kanker bij niet-deelnemers).

Deelnemers met een negatieve FIT-uitslag kregen een brief met de mededeling dat er geen bloed in het ontlastingsmonster was gedetecteerd plus een nieuwe uitnodiging om aan een vervolgscreening deel te nemen indien zij daarvoor in aanmerking kwamen. Deelnemers met een positieve FIT-uitslag (een hemoglobineconcentratie van 10 μg Hb/g ontlasting) kregen een uitnodiging voor een gesprek met een arts, waarbij een vervolgafspraak voor een coloscopie werd gepland. 

Koppeling met NKR
De gegevens van deze personen werden door de onderzoekers verzameld. Na de vierde FIT-screening werd dit cohort gekoppeld aan data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) tot en met 31 maart 2015. Tevens werden gegevens verzameld over alle geïdentificeerde patiënten, waaronder tumorstadium, locatie van de tumor op het moment van resectie en overlevingsstatus. 

De referentiegroep bestond uit personen met dikkedarmkanker uit de algemene Nederlandse bevolking die in dezelfde periode werden gediagnosticeerd, in dezelfde leeftijdscategorie (50-76 jaar) maar die geen uitnodiging hadden ontvangen om deel te nemen aan het screeningprogramma naar dikkedarmkanker. De mediane tijd tussen de uitnodigingen (2,37 jaar) werd gebruikt als afkappunt om deelnemers in te delen binnen de categorie FIT-intervalkanker. Daarbij maakten de onderzoekers een vergelijking tussen deelnemers- en tumorkenmerken en sterfte aan de hand van deelnemers aan het screeningsprogramma en niet-deelnemers.

Intervalkankers en stadium
In totaal kregen 27.304 personen tussen 2006 en 2014 een uitnodiging om deel te nemen aan de FIT-screening, van wie 18.716 deelnemers (69%) minstens één keer deelnam. Bij 3.005 personen (16%) werd een positieve uitslag gevonden na één van de vier screeningsronden. Dit leidde tot de detectie van dikkedarmkanker bij 261 deelnemers: 116 keer tijdens de FIT-screening en 145 keer buiten de screening (27 FIT-intervalkankers, 9 coloscopie-intervalkankers en 109 incidenties van dikkedarmkanker bij niet-deelnemers). Het percentage FIT-intervalkankers na drie voltooide screeningsronden was 23%. 

Deelnemers bij wie dikkedarmkanker werd gevonden tijdens de screening hadden vaker een lager tumorstadium vergeleken met personen met dikkedarmkanker die niet aan de screening deelnamen. Van de personen met dikkedarmkanker gedetecteerd tijdens de screening of met een FIT-intervalkanker overleefde 89% respectievelijk 81%. Ter vergelijking: bij personen bij wie dikkedarmkanker was gevonden tijdens een coloscopie-interval bedroeg de overleving 44% en bij niet-deelnemers 60%.

Overleving
Personen gediagnosticeerd met een FIT-intervalkanker vertoonden een betere overleving in vergelijking met niet-deelnemers en personen uit de algemene bevolking. Dit houdt in dat het theoretisch risico van personen die consultatie van een arts uitstellen bij het ontwikkelen van abdominale symptomen na een recente negatieve FIT-uitslag gelukkig geen direct negatief effect lijkt te hebben op de algehele sterfte in dit cohort. De onderzoekers tekenen hierbij aan dat deze bevindingen voorzichtig geïnterpreteerd dienen te worden, omdat FIT-deelnemers in theorie een betere gezondheid zouden kunnen hebben dan personen uit de algemene bevolking.

Conclusies
Manon van der Vlugt en collega’s concluderen aan de hand van deze analyses dat 23% van de personen die deelnamen aan het screeningsprogramma met de FIT-test een FIT-intervalkanker ontwikkelden. De FIT-test detecteert dikkedarmkanker dus met een gevoeligheid van 77% over vier screeningsrondes. Tijdens het lopende bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker wordt in de praktijk in Nederland een sensitiviteit van 65% behaald in de eerste screeningsronde. 

De onderzoekers tekenen aan dat personen met een FIT-intervalkanker een gunstigere overleving hebben vergeleken met personen uit de algemene bevolking die (op dat moment) geen screening kregen aangeboden. Verder lijkt het percentage FIT-intervalkankers na FIT-screening lager te zijn dan bij screening met de gFOBT, waarbij 48% tot 55% te maken krijgt met een intervalkanker.

Over het geheel genomen ondersteunen deze uitkomsten de effectiviteit van screeningsprogramma’s met de FIT-test (iFOBT) met als kenmerken een betere overleving van patiënten na screeningsgedetecteerde kanker en een lager percentage intervalkankers vergeleken met de gFOBT. Deelnemers bij wie een intervalkanker is ontdekt tijdens een coloscopie, vertoonden de slechtste resultaten. Dit onderstreept volgens de onderzoekers het belang van kwaliteitscontrole van coloscopieën binnen screeningsprogramma's.

Naleving en follow-up
De onderzoekers merken op dat het succes van screeningsprogramma’s naar dikkedarmkanker niet alleen afhangt van de gevoeligheid en specificiteit van de FIT-test, maar ook afhankelijk is van de naleving van de screening en follow-up door middel van een coloscopie bij personen met een FIT-positieve uitslag. Tevens wordt er op gewezen dat binnen de pilotstudie hoge participatiecijfers en hoge deelnamepercentages voor coloscopie werden behaald, wat resulteerde in een aanzienlijk aantal personen met screening-gedetecteerde diagnoses. Deze deelnamepercentages zouden bevestigd moeten worden binnen het huidige bevolkingsonderzoek naar darmkanker, aldus de onderzoekers.

Dit is de eerste studie waarin de resultaten van een screeningsprogramma naar dikkedarmkanker met een FIT-test zijn beschreven met een follow-up op lange termijn. Aan deze studie werkten onderzoekers mee van het AMC, Erasmus MC, IKNL, bevolkingsonderzoek Middenwest Amsterdam en bevolkingsonderzoek Zuidwest-Nederland (Rotterdam).
 

  • van der Vlugt M, Grobbee EJ, Bossuyt PMM, Bos A, Bongers E, Spijker W, Kuipers EJ, Lansdorp-Vogelaar I, Spaander MCW en Dekker E: ‘Interval Colorectal Cancer Incidence Among Subjects Undergoing Multiple Rounds of Fecal Immunochemical Testing’. Gastroenterology. 2017 Aug;153(2):439-447.e2.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Effect bevolkingsonderzoek darmkanker: meer diagnoses in vroeg stadium

Ruim vier jaar geleden (2014) is in Nederland het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker van start gegaan. In de eerste jaren na introductie van dit screeningsprogramma is de incidentie van dikkedarmkanker duidelijk toegenomen, zo blijkt uit onderzoek van dr. Marloes Elferink (IKNL) en collega’s. Dit effect wordt veroorzaakt door eerdere detectie van dikkedarmkanker. De carcinomen die tijdens de screening zijn gevonden, hebben  een gunstigere (lagere) stadiumverdeling, waardoor deze patiënten vaker een minder invasieve behandeling krijgen. De eerste resultaten van het landelijk bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker zijn onlangs gepubliceerd in het Ned. Tijdschrift  voor Geneeskunde. 

lees verder

Pleidooi voor screenen op darmkanker na behandeling van hodgkinlymfoom

Mensen met een hodgkinlymfoom die in het verleden zijn behandeld met infradiafragmatische radiotherapie en een hoge cumulatieve dosis procarbazine, zouden elke vijf jaar onderzocht moeten worden op darmkanker. Dat pleidooi houden Anne van Eggermond (NKI-AvL) en collega’s in de British Journal of Cancer naar aanleiding van een omvangrijke studie met NKR-data. Het idee is om deze mensen tien jaar na de eerste bestraling, maar niet voor de leeftijd van 35 jaar, elke vijf jaar uit te nodigen voor een coloscopie. De onderzoekers wijzen er op dat deze uitkomsten met enig voorbehoud geïnterpreteerd dienen te worden, omdat nog niet exact bekend is hoe groot het risico is op een tweede maligniteit.

lees verder