COVID-19 en urogenitale kanker

Als gevolg van de COVID-19-pandemie daalde het aantal kankerdiagnoses vanaf maart 2020 sterk in Nederland. Ook voor de verschillende vormen van urogenitale kanker was een afname te zien van het aantal nieuwe diagnoses. In het derde kwartaal 2020 is bij al deze kankers een herstel te zien. Het lijkt er op dat de tweede golf met covid-19 besmettingen sinds medio oktober niet geleid heeft tot een nieuwe dip in het aantal diagnoses urogenitale kanker. Kanttekening die hierbij geplaatst moet worden is dat de afgelopen jaren een toenemende trend zichtbaar was in het aantal diagnoses urogenitale kanker. In 2020 is geen duidelijke toename te zien in aantal diagnoses dus dit zou er op kunnen duiden dat in 2020 alsnog diagnoses zijn gemist.

Onderstaande grafieken tonen het aantal diagnoses in 2020 en 2021 als percentage van het gemiddelde aantal diagnoses over de jaren 2017-2019.  In de eerste maanden van 2021 lag het aantal diagnoses op of boven dat van voorgaande jaren (met uitzondering van de hogere urinewegen). Gezien de toenemende trend in de tijd vanwege de vergrijzing en groei van de bevolking is dat naar verwachting. Het lijkt erop dat de coronacrisis in de eerste maanden van 2021 geen negatieve invloed heeft gehad op het aantal diagnoses urogenitale kanker.

Prostaatkanker

In de periode 2017-2019 kregen jaarlijks ruim 12.500 mannen per jaar de diagnose prostaatkanker. Met name in de eerste maanden na start van de COVID-19 pandemie is een sterke daling van het aantal prostaatkankerdiagnoses geobserveerd. Na mei is het aantal nieuwe diagnoses weer toegenomen en na augustus is zelfs een inhaalslag te zien. Hierdoor is het uiteindelijke aantal prostaatkankerdiagnoses in 2020 nog maar net iets lager in vergelijking met het gemiddelde aantal van de voorgaande drie jaren. In de eerste maanden van 2021 zien we geen negatief effect van de coronacrisis op het aantal nieuwe prostaatkanker diagnoses; deze ligt zelfs een stukje hoger dan verwacht op basis van voorgaande jaren. Die toename zal mogelijk het gevolg zijn van een inhaalslag van diagnoses die in 2020 niet gesteld zijn en daarbij speelt ook de vergrijzing een rol.

De afname in het voorjaar kan voor een deel worden verklaard door terughoudendheid bij mannen om de huisarts te bezoeken. Mannen zonder of met milde symptomen, die zich voorheen wel bij de huisarts meldden voor een PSA-test (‘opportunistische’ screening), hebben dit waarschijnlijk uitgesteld. Daarnaast is het waarschijnlijk dat uitstel van verdere diagnostiek na een positieve PSA-test een rol speelde, met name als de klinische verdenking op (klinisch significant) prostaatkanker laag was.[1]

[1] Ribal MJ, Cornford P, Briganti A, Knoll T, Gravas s. EAU Guidelines Office Rapid Reaction Group: An organisation-wide collaborative effort to adapt the EAU guidelines recommendations to the COVID-19 era. 2020

Zaadbalkanker

Het aantal mannen dat normaalgesproken jaarlijks geconfronteerd wordt met de diagnose zaadbalkanker is aanzienlijk lager in vergelijking met prostaatkanker; ruim 800 mannen per jaar. Het percentage nieuwe patiƫnten met zaadbalkanker varieert daardoor sterk per maand. Maar, uit gegevens van de NKR blijkt dat, na een initiƫle dip van het aantal nieuwe diagnoses, het totaal aantal diagnoses van zaadbalkanker in 2020 vergelijkbaar is met voorgaande jaren. In 2021 lijkt de incidentie wat hoger liggen dan voorheen. Mogelijk dat er toch nog wat diagnoses in 2021 gesteld worden die normaliter in 2020 gesteld zouden zijn. Daarnaast is het de verwachting dat de incidentie in 2021 hoger is gezien de trend van de afgelopen jaren.

Blaaskanker (inclusief niet-invasieve tumoren Ta/CIS)

Normaal gesproken worden tussen de 500-600 nieuw blaaskankerdiagnoses per maand gesteld. Ook voor blaaskanker zien we kort na de COVID-19-uitbraak een afname in nieuwe diagnoses, met als ‘dieptepunt’ bijna 30% minder diagnoses in mei 2020. Het totaal aantal nieuwe blaaskankerdiagnoses in 2020 blijkt inmiddels net iets onder het aantal diagnoses te liggen uit voorgaande jaren. De incidentie van blaaskanker begin 2021 lijkt weer hoger te zijn dan gemiddeld in vergelijking met eerdere jaren. Mogelijke verklaring zijn de vergrijzing, de toenemende incidentie trend van de afgelopen jaren en daarnaast zou een inhaaleffect ook nog een rol kunnen spelen.

Lees ook de recente update over blaaskanker inclusief gevolgen voor behandelingen. 

Nierkanker

Ook het aantal diagnoses van nierkanker is initieel in 2020 afgenomen in vergelijking met de periode 2017-2019. Voor nierkanker lijkt het herstel wat langzamer te gaan in vergelijking met de andere tumoren van de urinewegen maar ook voor nierkanker is het aantal nieuwe diagnoses bijna weer op het niveau van de afgelopen jaren. In 2021 is de incidentie iets hoger in vergelijking met 2017-2019.

Hogere urinewegen

Tot slot, bij tumoren van de hogere urinewegen was in 2020 eveneens een afname te zien, hoewel deze wat later inzet dan bij de andere urogenitale tumoren. Ook lijkt het aantal nieuwe diagnoses nog niet op het zelfde niveau te zijn als het niveau van de afgelopen jaren. Ook in 2021 lijkt de incidentie lager te zijn dan eerdere jaren met als uitschieter in maart.

Monitoren

Dit artikel geeft voorlopige cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie op basis van diagnoses in de landelijke pathologiedatabase (PALGA). Deze zijn ook beschikbaar voor kanker in het algemeen. IKNL monitort de gevolgen van de COVID-19 crisis op de kankerzorg en bericht hierover op de webpagina www.iknl.nl/covid-19