COVID-19 en huidkanker

Als gevolg van de COVID-19 pandemie is het aantal huidkankerdiagnoses in Nederland in de periode maart-mei 2020 sterk gedaald. Deze daling was groter dan bij andere soorten kanker. Vanaf juni 2020 was het aantal diagnoses huidkanker wat hoger dan normaal. In het najaar was er sprake van een dalende trend zoals elk jaar te zien is, het aantal diagnoses bleef wel iets hoger dan voorgaande jaren. In het eerste kwartaal van 2021 zijn er meer nieuwe diagnoses huidkanker gesteld, in lijn met de over het algemeen sterk stijgende incidentie van huidkanker. De relatief hoge incidentie in maart 2021 kan mede verklaard worden door het grotere aantal werkdagen in maart, namelijk 23 tegen 20 in januari, februari en april. Tenslotte is er mogelijk ook sprake van een inhaaleffect van diagnoses die in 2020 niet zijn gesteld. Dit blijkt uit voorlopige cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie op basis van diagnoses in de landelijke pathologiedatabase PALGA.

De daling van het aantal nieuwe huidtumoren bedroeg in maart en april  2020 ongeveer 50% en in mei ongeveer 25%. De daling in het aantal diagnoses was het grootst (ongeveer 60%) voor relatief goedaardige vormen van kanker, zoals het basaalcelcarcinoom, en niet-invasieve tumoren, zoals M. Bowen (niet-invasief plaveiselcelcarcinoom). Bij melanomen was de daling in april/mei ongeveer 40%. De daling in het aantal tumordiagnoses hangt waarschijnlijk vooral samen met het feit dat patiënten met mogelijk verdachte plekjes op de huid bezoek aan de huisarts hebben uitgesteld.

Vooral plaveiselcelcarinoom komt vaak voor op hoge leeftijd, wat een groep is die logischerwijs door angst voor besmetting met COVID-19 alleen voor dringende zaken de huisarts consulteert. Ook is het mogelijk dat huisartsen op het hoogtepunt van de COVID-19 epidemie hebben gewacht met een doorverwijzing naar het ziekenhuis.

Zomer 2020

In de loop van mei en vooral in juni/juli zijn de reguliere patiëntenstromen weer op gang gekomen, waardoor een deel van de ontstane achterstand is ingelopen. In augustus zagen we een lichte daling in het aantal diagnoses, vooral bij basaalcelcarcinoom en bij plaveiselcelcarcinoom. Dit is waarschijnlijk gerelateerd aan de zomervakantie. Na een toegenomen aantal diagnoses in september wordt weer een dalende trend waargenomen, voor alle typen huidkanker. Hier speelt ook een seizoenseffect dat jaarlijks te zien is. In de zomer worden er meer diagnoses gesteld dan in de winter, vooral bij melanomen is dit effect sterk aanwezig.

Stijgende incidentie over de jaren heen

Omdat de incidentie van huidkanker nog ieder jaar toeneemt, is het de verwachting dat de reële incidentie in 2020 hoger zal zijn dan in voorgaande jaren. Voor huidmelanoom was dat in januari en februari 2020 ook het geval, toen er ongeveer 20% meer diagnoses waren. In de periode augustus tot en met december zien we gemiddeld ook ongeveer zo’n zelfde aantal extra diagnoses. Dat betekent dat de achterstanden die in de tussenliggende periode van maart tot en met juli zijn ontstaan, nog niet volledig zijn ingelopen.

De tweede golf met covid-19 besmettingen sinds medio oktober heeft niet geleid tot een nieuwe dip in het aantal huidkankerdiagnoses. In januari en februari 2021 was het aantal diagnoses huidkanker ongeveer gelijk of wat lager dan het aantal in deze maanden in 2020. In maart en april is voor alle vormen van huidkanker een toename te zien, grotendeels te verklaren door een groter aantal werkdagen in maart, maar waarschijnlijk ook  door een inhaalslag van eerder uitgestelde diagnoses.

Gevolgen

Dit artikel geeft voorlopige cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie op basis van diagnoses in de landelijke pathologiedatabase (PALGA). Deze zijn ook beschikbaar voor kanker in het algemeen. IKNL monitort de gevolgen van de COVID-19 crisis op de kankerzorg en bericht hierover op de webpagina www.iknl.nl/covid-19