twee handen met gekleurde lintjes

Kanker in 2045: verwachting voor incidentie en sterfte

Al jaren is kanker een van de ziekten met de grootste ziektelast in Nederland. Kanker heeft niet alleen een enorme impact op patiënten en hun naasten, maar ook op de maatschappij en de zorg. Deze toekomstverkenning maakt zichtbaar hoe het aantal kankerdiagnoses en sterfgevallen door kanker zich in de komende twintig jaar kan ontwikkelen. Deze cijfers vormen belangrijke input voor plannen om de zorgvraag zo goed mogelijk op te vangen en de impact van kanker te verminderen.

 


Snel naar: Belangrijkste bevindingen | NKR-Cijfers | Vergelijking met rapport 'Kanker in Nederland, trends en prognoses tot en met 2023'(2022) | Demografische ontwikkelingen | Databronnen



Belangrijkste bevindingen

Flinke stijging in aantal kankerdiagnoses

De belangrijkste bevinding van deze toekomstverkenning is dat het jaarlijkse aantal nieuwe kankerdiagnoses de komende twintig jaar met 23% toeneemt. In 1989 werden bijna 56.000 kankerdiagnoses gesteld, in 2024 ging het al om 136.000 en in 2045 zijn dit er naar verwachting bijna 170.000. Dat zijn ruim 450 diagnoses per dag. Deze sterke toename komt vooral door de groei en dubbele vergrijzing van de Nederlandse bevolking: er komen steeds meer ouderen, die bovendien gemiddeld steeds ouder worden. Omdat kanker vaker voorkomt op hogere leeftijd, neemt vooral het aantal oudere patiënten toe. Lees meer over de demografische ontwikkelingen in Nederland.

De meest opvallende ontwikkelingen in aantal diagnoses

Het aantal diagnoses stijgt bij nagenoeg alle kankersoorten. Maar de grootste absolute groei zien we bij de onderstaande kankersoorten.

Relatief* neemt het aantal diagnoses het sterkst toe voor de verschillende typen huidkanker, bij zowel vrouwen als mannen. Daarmee wordt huidkanker* de meestvoorkomende kankersoort bij zowel vrouwen als mannen. Maagkanker is de enige kankersoort waarvan het aantal diagnoses voor zowel vrouwen als mannen verder afneemt. Bij mannen nemen ook kanker met onbekende primaire lokalisatie (PTO**) en longkanker verder af. Bij vrouwen blijft het aantal PTO-diagnoses vrijwel gelijk.

* In deze beschrijving van de toekomstverkenning zijn uitsluitend tumorsoorten opgenomen waarvan het aantal diagnoses in het jaar 2024 bij vrouwen of mannen ten minste 250 was. Raadpleeg NKR Cijfers om de toekomstverkenningen te zien van minder vaak voorkomende tumorsoorten. Basaalcelcarcinoom (BCC) van de huid is niet meegenomen in de totalen, tenzij expliciet vermeld. Door het lage risico op sterfte wordt BCC doorgaans niet meegeteld bij de berekening van het aantal gevallen van kanker. De projecties zijn wel apart berekend en te vinden op NKR Cijfers.

**PTO omvat alle gevallen waarin de primaire tumor onbekend bleef, ongeacht de mate van diagnostiek of histologisch tumortype. Incidentie- en sterftecijfers van PTO zijn niet goed vergelijkbaar, omdat de sterftecijfers waarschijnlijk ook personen omvatten waarbij de primaire lokalisatie wel bekend was, maar waarbij degene die de doodsoorzaak moest vaststellen niet op de hoogte was van de primaire lokalisatie.

Risico op kanker en invloed risicofactoren

Het risico op het krijgen van kanker*** nam in de afgelopen decennia toe en stabiliseert in de meest recente jaren. Deze stabilisatie lijkt bij mannen eerder te beginnen dan bij vrouwen. Naar verwachting blijft het risico op kanker in de komende twintig jaar voor zowel vrouwen als mannen redelijk gelijk.

Naast vergrijzing en bevolkingsgroei dragen veranderingen in leefstijlfactoren ook bij aan de stijging in het absolute aantal kankerdiagnoses, zoals:

  • roken
  • alcoholgebruik
  • weinig lichaamsbeweging
  • overgewicht
  • blootstelling aan uv-straling van de zon en zonnebanken.

Zo neemt het aantal huidkankerdiagnoses (inclusief basaalcelcarcinoom van de huid) in de komende twintig jaar met ruim 40% toe. We zien ook een stijging van het aantal diagnoses leverkanker en schildklierkanker, die samenhangen met overgewicht. Daartegenover staat dat het aantal diagnoses longkanker bij mannen daalt, door een daling in het aantal rokers in deze groep. Bij vrouwen neemt het absolute aantal diagnoses nog toe, maar zien we het risico op longkanker de laatste jaren stabiliseren

*** Dit risico baseren we op de Revised European Standardised Rate (RESR): het incidentie- of sterftecijfer waarbij we corrigeren voor leeftijd en bevolkingsopbouw.

Tot slot is een klein deel van de toename van het aantal kankerdiagnoses te wijten aan verbeterde (vroeg)diagnostiek, waardoor tumoren worden opgespoord die eerder niet werden gevonden.

Stijging sterfgevallen

Het aantal mensen dat aan kanker overlijdt steeg van ruim 35.000 in 1989 naar ruim 46.000 in 2024. Naar verwachting stijgt het aantal sterfgevallen naar ruim 57.000 in 2045. Deze stijging wordt met name verklaard door het grotere aantal diagnoses door de groei en vergrijzing van de bevolking.

De meest opvallende trends in sterfte

Naar verwachting neemt het aantal sterfgevallen door borstkanker en nierkanker af voor vrouwen. Voor mannen is dat het geval voor onder andere maagkanker en longkanker.

Risico op overlijden aan kanker

Het risico om te overlijden aan kanker*** is voor mannen hoger dan voor vrouwen, maar neemt voor beide groepen al jaren af. Doordat deze afname bij mannen sterker is, is het verschil tussen mannen en vrouwen in de afgelopen decennia kleiner geworden. Naar verwachting blijft het risico om te overlijden aan kanker de komende twintig jaar verder dalen, maar blijft het bij mannen hoger dan bij vrouwen.

Verbeterde overleving
Een belangrijke factor in de daling van het risico om te overlijden door kanker is de verbetering van de overleving van patiënten met kanker. Waar in de periode 1990-1994 55% van de vrouwen en 42% van de mannen vijf jaar na de diagnose kanker nog in leven was, steeg dit naar 72% voor vrouwen en 69% voor mannen in de periode 2020-2024.
Deze overlevingswinst is grotendeels te danken aan verbeteringen in behandelingen en diagnostiek en verbeteringen in de organisatie van de zorg. Ook zijn door vroegdiagnostiek, waaronder de bevolkingsonderzoeken naar borst-, baarmoederhals- en darmkanker, veel tumoren in een eerder en beter behandelbaar stadium opgespoord. Daarnaast kan een deel van de verbetering in overleving het gevolg zijn van lead time bias. Door eerdere opsporing, bijvoorbeeld via screening, wordt de tijd tussen diagnose en overlijden langer, zonder dat patiënten daadwerkelijk langer leven. Tenslotte kan het relatief vaker diagnosticeren van tumorsoorten met een gunstige prognose de verbetering in overleving deels verklaren.


NKR Cijfers

In het verleden hebben we meerdere malen toekomstverkenningen gepresenteerd, waarvan de laatste in het rapport ‘Kanker in Nederland, trends en prognoses tot en met 2032’ (2022). Vanaf 2026 publiceren we deze toekomstverkenningen in de interactieve applicatie NKR Cijfers. Hierdoor zijn er nu voor meer kankersoorten dan voorheen toekomstverkenningen beschikbaar. Daarnaast wordt de informatie op NKR Cijfers jaarlijks geactualiseerd rond Wereldkankerdag. Dit geldt ook voor de toekomstverkenningen, waardoor steeds de meest recente inzichten beschikbaar zijn.



Vergelijking met rapport ‘Kanker in Nederland, trends en prognoses tot en met 2032’ (2022)

In het rapport uit 2022 presenteerden we de verwachte incidentie en sterfte tot en met 2032 op basis van registratiedata tot en met 2019. We verwachtten toen voor 2032 ruim 73.000 nieuwe kankerdiagnoses bij vrouwen en ruim 83.000 bij mannen. De nieuwe schattingen met extra gegevens van de afgelopen vijf jaar komen hier dichtbij: ruim 70.000 diagnoses bij vrouwen en 82.000 bij mannen.

Veranderingen in incidentietrends

Voor de meeste kankersoorten zijn de verwachtingen weinig veranderd. Bij sommige vormen zien we nu wat lagere aantallen, zoals bij alvleesklierkanker, dikkedarm- en endeldarmkanker en een voorstadium van borstkanker (DCIS). Dat komt omdat deze kankersoorten de afgelopen jaren minder vaak voorkwamen dan eerder leek. Bij andere kankersoorten zien we juist een sterkere toename in de laatste vijf jaar, waardoor de verwachtingen nu hoger zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor prostaatkanker, melanoom (huidkanker), baarmoederhalskanker en schildklierkanker.

Veranderingen in trends in sterfte

Ook het verwachte aantal sterfgevallen door kanker is ongeveer gelijk gebleven. Voor 2032 gaan we nu uit van ruim 23.000 sterfgevallen bij vrouwen en ruim 28.000 bij mannen. Voor sommige kankersoorten verwachten we minder sterfgevallen dan eerder gedacht, zoals bij borstkanker, longkanker en darmkanker. Voor andere, zoals tumoren van het centraal zenuwstelsel, eierstokkanker en melanoom, liggen de verwachtingen iets hoger.



Demografische ontwikkelingen in Nederland

In de afgelopen decennia groeide de Nederlandse bevolking met gemiddeld 0,5% per jaar. In 1990 had Nederland 14,9 miljoen inwoners; in 2024 was dit al 17,9 miljoen. Vooral het aandeel ouderen nam toe. Sinds 2025 zijn er voor het eerst meer 65-plussers dan jongeren tot 20 jaar. Het CBS voorspelt dat de bevolking in de komende decennia blijft groeien en de 19 miljoen passeert rond 2038.

In 2024 zijn er in de leeftijdsgroepen tot 40 jaar iets meer mannen dan vrouwen, terwijl onder 70-plussers vrouwen in de meerderheid zijn. De prognoses van het CBS laten zien dat in de komende twintig jaar vooral het aantal mensen tussen 30 en 55 jaar en het aantal 70-plussers toeneemt. Relatief gezien is de groei het grootst onder 75-plussers, zowel bij mannen als vrouwen. Rond 2045 is ruim 14% van de bevolking 75 jaar of ouder, tegenover ruim 9% in 2024.

 

Databronnen

Gegevens uit de NKR over kanker en vitale status 

Informatie over kankerdiagnoses en de vitale status van patiënten komt uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) beheert deze registratie, die sinds 1989 landelijk dekkend is en gegevens vastlegt over iedereen in Nederland die de diagnose kanker heeft gekregen. De informatie over de vitale status wordt periodiek bijgewerkt in de NKR door middel van een jaarlijkse koppeling met de Basisregistratie Personen (BRP), waarin alle inwoners van Nederland zijn opgenomen. Op deze manier is tot aan de laatste koppelingsdatum bekend of patiënten zijn overleden of geëmigreerd. Lees meer over de NKR .

CBS populatie- en sterftedata 

Populatie- en sterftedata komen uit openbare databronnen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De populatiedata bevatten informatie over het aantal inwoners in Nederland, uitgesplitst naar geslacht, vijfjaarlijkse leeftijdscategorieën en jaar, gemeten op 1 januari. De populatievoorspellingen van de Nederlandse bevolking die in deze analyses zijn gebruikt, zijn door het CBS gepubliceerd in december 2025.

Meer informatie

Veelgestelde vragen

  • Waar vind ik alle projectiegrafieken? Alle grafieken met projecties staan op NKR Cijfers, onder het onderdeel ‘Toekomstverkenningen’. 
  • Waar vind ik uitleg over de projectiegrafieken? Over een selectie van de grafieken vindt u uitleg op de tumorspecifieke pagina’s op deze website. Wilt u meer weten over een grafiek waarvoor geen uitleg beschikbaar is, neem contact op met Jaike Schilte-Praagman.
  • Waar kan ik de grafieken op filteren? U kunt kiezen tussen grafieken over incidentie (aantal nieuwe diagnoses) en sterfte (aantal sterfgevallen). Daarnaast kunt u filteren op type uitkomstmaat (absoluut aantal of verhoudingscijfer), kankersoort, diagnoseperiode, geslacht en leeftijdsgroep (0-19, 20-39, 40-59, 60-74 en 75 jaar en ouder).
  • Wat betekenen de verhoudingscijfers CR, ESR, RESR en WSR? U kunt op NKR Cijfers filteren op absolute aantallen en verhoudingscijfers. Absolute aantallen geven het totale aantal diagnoses of sterfgevallen per jaar weer. Verhoudingscijfers zijn het aantal diagnoses of sterfgevallen per 100.000 personen per jaar in de Nederlandse bevolking. In sommige gevallen zijn deze verhoudingscijfers gestandaardiseerd voor de leeftijdsopbouw van een standaardpopulatie. Dat geldt voor de ESR, RESR en WSR. Hierdoor kunt u groepen met elkaar vergelijken, of ontwikkelingen binnen een groep in de tijd volgen, zonder dat verschillen worden veroorzaakt door verschillen in bevolkingsgrootte of leeftijdsverdeling. Bekijk verdere uitleg op ‘Uitleg NKR Cijfers’ (incidentie of sterfte).
  • Bij het laatste registratiejaar staat dat het om voorlopige gegevens gaat. Wat betekent dit? De registratie van kankerdiagnoses van het laatste registratiejaar is grotendeels afgerond, maar nog niet volledig. Het weergegeven aantal diagnoses voor dat jaar kan in de komende maanden nog licht wijzigen. Omdat deze gegevens ten tijde van de analyses nog niet definitief genoeg waren, is het laatste registratiejaar niet meegenomen in de toekomstverkenningen. De cijfers worden wel in de grafiek weergegeven, zodat de meest actuele beschikbare gegevens zichtbaar zijn. Hierdoor kan het aantal diagnoses in het meest recente registratiejaar soms licht afwijken van de trend in voorgaande jaren en van de geprojecteerde ontwikkeling.
  • Zijn er ook toekomstverkenningen voor prevalentie beschikbaar? Nee, op dit moment zijn toekomstverkenningen alleen beschikbaar voor incidentie en sterfte.
  • Welke tumorsoorten vallen er precies binnen de gespecificeerde groepen? De indeling van de tumorsoorten voor de gespecificeerde groepen staat op de pagina ‘Tumorindeling’.
  • Waarom zijn niet voor alle tumorsoorten toekomstverkenningen beschikbaar? Bij sommige kankersoorten komen jaarlijks zo weinig diagnoses of sterfgevallen voor dat het niet mogelijk is om betrouwbare voorspellingen te maken. Daarom zijn hiervoor geen toekomstverkenningen opgesteld. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige subtypen van mondholtekanker. Ook voor zogenoemde restgroepen, zoals overige kanker van de spijsverteringsorganen, zijn geen toekomstverkenningen gemaakt. Deze groepen bevatten verschillende soorten kanker, waardoor ze lastig als geheel te voorspellen zijn.
  • Waarom tellen de aantallen per kankersoort niet altijd op tot het totale aantal? We tonen niet voor alle kankersoorten afzonderlijke projecties. De projecties van kankersoorten die niet apart worden weergegeven, tellen wel mee in het totale aantal diagnoses of sterfgevallen van de betreffende hoofdgroep. Daardoor kan de optelsom van de getoonde kankersoorten lager zijn dan het totale aantal. De kankersoorten waarvoor we geen afzonderlijke projecties tonen betreffen meestal kankersoorten met relatief weinig diagnoses of sterfgevallen binnen de betreffende hoofdgroep. Zo worden projecties voor overige kanker van de spijsverteringsorganen niet afzonderlijk getoond, maar wel meegenomen in het totale aantal diagnoses van kanker van de spijsverteringsorganen.
  • Waar vind ik uitleg over de gebruikte methoden? De uitleg over de gebruikte methode staat op de pagina ‘Uitleg NKR Cijfers’, onder het kopje ‘Toekomstverkenningen’ 
  • Is er ook een geprint rapport beschikbaar? Nee, alle informatie is digitaal beschikbaar.
  • Waarom komen de historische cijfers uit het vorige rapport soms niet overeen met de cijfers in deze grafieken? Dit kan verschillende oorzaken hebben. In het vorige rapport zijn voor minder tumorgroepen toekomstverkenningen gemaakt en zijn soms andere indelingen gebruikt. Daardoor kan een groep nu net een andere selectie tumoren bevatten dan eerder. Daarnaast kunnen veranderingen in de registratie tot verschillen leiden. Zo zijn recent met terugwerkende kracht goedaardige hersentumoren toegevoegd aan de groep tumoren van het centraal zenuwstelsel. Dit soort aanpassingen zorgen ervoor dat historische cijfers in de loop van de tijd kunnen veranderen.
  • Hoe vaak en wanneer worden de projectiecijfers bijgewerkt? De cijfers worden jaarlijks bijgewerkt, rond Wereldkankerdag. Dan worden de grafieken op NKR Cijfers aangevuld met de nieuwste gegevens en worden ook de projecties opnieuw berekend. Hierbij wordt een extra observatiejaar toegevoegd en schuift de prognoseperiode één jaar op. De oude toekomstverkenningen worden vervangen door de nieuwe en zijn vanaf dat moment niet meer online beschikbaar.
  • Zijn er ook toekomstverkenningen beschikbaar voor andere leeftijdsgroepen dan die getoond worden op NKR Cijfers? Nee, de leeftijdsgroepen liggen vast. De toekomstverkenningen zijn alleen beschikbaar voor de volgende groepen: 0-19, 20-39, 40-59, 60-74 en 75 jaar en ouder.
  • Welke gegevens zijn gebruikt voor de toekomstverkenningen? Voor de toekomstverkenningen zijn gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en de populatie- en sterftedata van het CBS gebruikt. We gebruiken NKR-data van mensen die de diagnose kanker kregen in de periode 1989 tot en met 2024. Van het CBS zijn de geobserveerde sterftedata tot en met 2024, de geobserveerde populatiedata tot en met 2025 en voorspelde populatiedata voor de periode 2026 tot en met 2045 gebruikt. Meer informatie over de databronnen staat bij de kop 'Databronnen' op deze pagina. 
  • Waarom gebruiken jullie andere statistische modellen dan in het vorige rapport? In het vorige rapport gebruikten we age-period-cohort modellen. In deze update hebben we gekozen voor Bayesiaanse Gaussian Exponential Smoothing-modellen. We hebben verschillende methoden met elkaar vergeleken door te testen hoe goed ze voorspellingen doen op basis van historische data. Daarbij hebben we bijvoorbeeld data tot en met 2009 gebruikt om te voorspellen hoe de cijfers zich tot 2024 zouden ontwikkelen en deze voorspellingen vergeleken met wat er daadwerkelijk is gebeurd. De methode die we nu gebruiken, gaf daarbij in de meeste gevallen de beste resultaten. Daarnaast heeft deze methode praktische voordelen. Zo kunnen we meer kankersoorten met lagere aantallen meenemen en geven de gebruikte modellen meer mogelijkheden voor doorontwikkeling van de analyses, zoals regionale toekomstverkenningen.
  • Schatten jullie toekomstige incidentiecijfers of het toekomstig risico op kanker? Onze modellen voorspellen toekomstige (leeftijdsgestandaardiseerde) incidentiecijfers en het aantal nieuwe kankerdiagnoses (incidentie). Strikt genomen voorspellen wij dus niet rechtstreeks het toekomstige risico op kanker. In onze beschrijvingen gebruiken we toch de term risico, omdat incidentiecijfers een belangrijke maat zijn voor ontwikkelingen in het risico op kanker in de bevolking. Een risicoberekening deelt het aantal personen met een nieuwe kankerdiagnose in een kalenderjaar door het aantal personen dat risico loopt om die kanker te krijgen. Een incidentiecijfer gebruikt als noemer de leeftijd- en geslachtspecifieke bevolking halverwege het jaar. In de praktijk liggen deze noemers vaak dicht bij elkaar, waardoor incidentiecijfers een goede benadering geven van veranderingen in het risico. Leeftijdsgestandaardiseerde incidentiecijfers zijn bovendien onafhankelijk van veranderingen in de leeftijdsopbouw van de bevolking. Daardoor geven zij een indicatie van hoe het risico zich binnen leeftijdsgroepen ontwikkelt, zonder dat de resultaten worden beïnvloed door vergrijzing of andere demografische veranderingen.
  • Kan ik een subanalyse aanvragen? We kunnen subanalyses doen voor onderzoekers, beleidsmakers, zorgorganisaties, beroepsverenigingen en patiëntenorganisaties, bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek of statistiek. Ga naar de pagina ‘NKR-data aanvragen’ om een subanalyse aan te vragen.