Chemotherapie in combinatie met radiotherapie (chemoradiatie)

Overleving baarmoederhalskanker oudere patiënt blijft achter

De relatieve vijfjaarsoverleving van baarmoederhalskanker nam de afgelopen decennia toe van 68 naar 74 procent. De overleving steeg in alle leeftijdscategorieën, behalve bij patiënten die 75 jaar of ouder waren op het moment van diagnose. ‘Dat is schrijnend om te zien’, aldus onderzoeker Hans Wenzel, ‘met nieuwe alternatieve behandelstrategieën kunnen we in de toekomst deze patiëntgroep hopelijk beter helpen.’ 

Wenzel boog zich met collega’s over de overleving en behandeltrends van 1989 tot en met 2018 op basis van data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De studie werd gepubliceerd in het European Journal of Cancer. De totale populatie bedroeg ruim 21.000 patiënten. Daarbij keken de onderzoekers naar de leeftijdsverdeling, het stadium van de tumor en het histologische subtype. De stadiumverdeling kreeg drie categorieën mee: vroeg (FIGO-stadium I-IIA), lokaal gevorderd (FIGO -stadium IIB–IVA) en uitgezaaid (FIGO-stadium IVB). 

Meer diagnoses op jongere leeftijd

Baarmoederhalskanker wordt meestal op relatief jonge leeftijd gediagnostiseerd. Ruim veertig procent van de patienten is tussen de 15-44 jaar op moment van diagnose. Ruim 10 procent van de patienten is 75 jaar of ouder. Het aantal vrouwen dat tussen hun 65e en 74e de diagnose kreeg is afgenomen, terwijl vooralvrouwen tussen de 45 en 55 jaar vaker de diagnose kregen. 

Behandeling: chemoradiatie

De meest toegepaste primaire behandeling bij het vroege stadium is chirurgie (84%). Bij lokaal gevorderde tumoren was dit de afgelopen decennia radiotherapie (45%), gevolgd door chemoradiatie (36%). Bij uitgezaaide baarmoederhalskanker vond bij 28% van de patiënten geen behandeling plaats. Sinds 2004-2008 wordt chemoradiatie vaker gegeven dan radiotherapie bij lokaal gevorderde tumoren. Voor uitgezaaide tumoren is dat sinds 2009-2013 het geval. Chemoradiatie werd door de jaren in alle leeftijdsgroepen vaker gegeven, al was de toename het geringst bij patiënten van 75 jaar en ouder. Ook het gebruik van brachytherapie, in combinatie met chemoradiatie, nam toe. 

Algehele overleving verbetert

De relatieve vijfjaarsoverleving nam het meest toe bij vrouwen in de leeftijdscategorie 55-64 jaar, met 13 procent. Kijkend naar het stadium op moment van diagnose nam de overleving het sterkst toe bij lokaal gevorderde tumoren (van 38% naar 60%). De vijfjaarsoverleving van vrouwen van 75 jaar  en ouder bleef gelijk. Wenzel: ‘Het is natuurlijk schrijnend om te zien dat we in de overleving bij deze patiëntgroep geen vooruitgang hebben geboekt. Patiënten van oudere leeftijd krijgen vaak niet de optimale behandeling omdat ze te maken hebben met comorbiditeit of een lager algemeen welzijn. Deze patiënten kunnen intensievere therapie vaak slechter verdragen. Een optie is het toepassen van alternatieven die minder ingrijpend zijn, maar die niet afdoen aan het effect op de prognose.’ Wenzel wijst op verschillende studies die passen in deze behoefte, bijvoorbeeld die nagaan of er kan worden volstaan met het verwijderen van alleen de poortwachtersklier (nu worden alle lymfeklieren in het bekken verwijderd). ‘Ook zijn er nieuwe radiotherapietechnieken die lijken te zorgen voor minder schade aan het gezonde weefsel. Daarnaast wordt voor de gemetastaseerde ziekte ingezet op de toevoeging van immunotherapie.’

Gerelateerd

Bevolkingsonderzoeken 2019: deelnamegraad hoog, maar neemt licht af

Monitoren van de bevolkingsonderzoeken naar kanker

De deelnamegraad bij de bevolkingsonderzoeken naar borst- en darmkanker is nog steeds hoog, maar neemt licht af. Daarnaast is het screeningsinterval bij het bevolkingsonderzoek borstkanker toegenomen door gebrek aan personele capaciteit. Dat blijkt uit de monitoren van het bevolkingsonderzoek die IKNL verzorgt in opdracht van het RIVM. De monitoren rapporteren over 2018 en 2019, dus de effecten van de coronacrisis zijn nog niet zichtbaar.

lees verder

Incidentie en voorspellers buikvliesuitzaaiingen bij gynaecologische kanker

Incidentie en voorspellers buikvliesuitzaaiingen bij gynaecologische kanker

Uitzaaiingen naar het buikvlies komen vooral voor bij patiënten met eierstokkanker en treden zelden op bij vrouwen met baarmoeder en/of baarmoederhalskanker. Dat tonen Lara Burg (Radboudumc) en collega’s aan in een retrospectieve studie met NKR-gegevens van bijna 95.000 patiënten. Het histologische subtype (sereus en clear cell) blijkt de sterkste voorspeller te zijn voor het krijgen van buikvliesuitzaaiingen. Daarom wordt voorgesteld nieuwe therapieën te onderzoeken op basis van histologische subtypen.

lees verder