Inhaalslag kankerdiagnoses dit najaar

In september en in mindere mate oktober is er een inhaalslag in het aantal nieuwe kankerdiagnoses geweest. Hiermee is de achterstand in het aantal diagnoses door de COVID-19-crisis in het voorjaar voor een deel ingehaald. In juni, juli en augustus was het aantal kankerdiagnoses vergelijkbaar met voorgaande jaren. Op dit moment waart de tweede golf van COVID-19 door Nederland. Het is nog te vroeg om de invloed van de tweede coronagolf dit najaar op het aantal kankerdiagnoses te zien. Het is van het grootste belang dat mensen met klachten naar de huisarts blijven gaan en dat de diagnostiek en behandeling in ziekenhuizen zoveel mogelijk door gaat.

Voorjaar 2020: drie maanden lang minder diagnoses 

Afgelopen zomer constateerden we dat minstens vijfduizend diagnoses nog niet waren gesteld vergeleken met voorgaande jaren. Als gevolg van de COVID-19-crisis was het aantal nieuwe kankerdiagnoses in maart, april en mei 20-25% lager dan gebruikelijk. Bij sommige huidtumoren daalde het aantal nieuwe tumoren zelfs met meer dan de helft.

In onderstaande grafiek wordt het aantal nieuwe kankerpatiënten per maand in 2020 vergeleken met de voorgaande drie jaren. Om de voorlopige cijfers van 2020 te kunnen vergelijken met de voorgaande jaren zijn alleen pathologisch bevestigde eerste invasieve tumoren meegenomen, naast niet-invasieve tumoren in de borst (DCIS), blaas en urinewegen. Van één ziekenhuis kunnen geen voorlopige cijfers worden verkregen en daarom is dit ziekenhuis geheel uit de vergelijking weggelaten. Basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom van de huid worden getoond in aparte grafieken vanwege de grote aantallen en omdat ze meestal niet levensbedreigend zijn.

Omdat het absolute aantal kankerdiagnoses in Nederland toeneemt in de tijd als gevolg van bevolkingsgroei en vergrijzing, is de verwachting dat het aantal diagnoses in 2020 iets boven het gemiddelde van de voorgaande drie jaren zal liggen, zoals in januari 2020 zichtbaar is. In maart, april en mei was het aantal nieuwe kankerpatiënten duidelijk lager dan in de drie voorgaande jaren. In juni, juli en augustus was het aantal nieuwe kankerpatiënten weer vrijwel gelijk aan de voorgaande jaren.

September: inhaalslag 

In september en oktober is er bij de meeste tumorgroepen sprake van een inhaalslag in aantal diagnoses vergeleken met de voorgaande drie jaren. Bij huidkanker, hoofd-halskanker en kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen startte de inhaalslag in de zomer. Van de meeste tumoren was het aantal diagnoses juni, juli en augustus vergelijkbaar met de voorgaande jaren en startte de inhaalslag in september.

Op dit moment is in verband met de tweede coronagolf de zorg weer afgeschaald en is het de vraag in hoeverre de oncologische zorg hieronder zal lijden.

Daling aantal diagnoses verschilt per soort kanker

Op dit moment is het verschil in aantal diagnoses ten opzichte van voorgaande jaren het grootst bij borst-, darm- en prostaatkanker. Daarnaast is er ook nog een achterstand in het aantal diagnoses van tumoren van de luchtwegen. Het lagere aantal diagnoses borst- en darmkanker heeft te maken met het tijdelijk stopzetten van de bevolkingsonderzoeken (zie toelichting hieronder). In het voorjaar was de daling in het aantal diagnoses prostaatkanker groot en in de zomer bleef het aantal diagnoses ongeveer 15% lager dan verwacht. Mogelijk wordt dit verklaard door de terughoudendheid bij mannen zonder of met milde symptomen/klachten, die zich eerder wel bij de huisarts meldden voor een PSA-test, maar dit bezoek aan de huisarts vooralsnog uitstellen. Omdat via deze ‘opportunistische’ screening ook langzaam groeiende prostaatkanker wordt gevonden, waarbij vaak een 'actief volgbeleid' wordt geadviseerd, wordt aangenomen dat de gezondheidsschade van een uitgestelde diagnose bij deze groep mannen (met laag risico prostaatkanker) beperkt zal zijn.

Onderstaande figuur laat het aantal diagnoses in maart tot en met oktober 2020 per tumorhoofdgroep zien als percentage van het gemiddelde aantal diagnoses in 2017 tot en met­ 2019 in dezelfde periode.

Bevolkingsonderzoeken

De daling van het aantal diagnoses borst- en darmkanker betreft vooral de leeftijdsgroepen die worden uitgenodigd voor deelname aan de bevolkingsonderzoeken. Bij borstkanker was er het afgelopen voorjaar na huidkanker de grootste daling van alle tumoren. Deze daling is het sterkst bij vrouwen van 50-74 jaar, de leeftijdsgroep die voor het bevolkingsonderzoek wordt uitgenodigd. Voorlopige cijfers over de stadiumverdeling van borstkanker laten zien dat het aantal uitgezaaide tumoren nagenoeg gelijk is gebleven en dat vooral het aantal kleine tumoren is gedaald. Dat was ook te verwachten, omdat bij screening met name kleine tumoren zonder klachten worden ontdekt. Het bevolkingsonderzoek borstkanker is medio juni gefaseerd weer opgestart. Vanwege de maatregelen rondom COVID-19 ontvangen echter nog steeds minder vrouwen dan gebruikelijk een uitnodiging. Het aantal diagnoses borstkanker ligt daarom in 2020 nog steeds lager dan voorgaande jaren. Het is nog onduidelijk hoeveel diagnoses later alsnog gesteld zullen worden omdat de tot nu toe gemiste diagnoses grotendeels langzaam groeiende tumoren zullen zijn die geen klachten geven.

Bij het bevolkingsonderzoek darmkanker worden vooral voorstadia en T1-tumoren gevonden. De daling van het aantal diagnoses van darmkanker in de screeningspopulatie (55-75 jaar) was dit voorjaar duidelijk groter dan in de niet-screeningspopulatie. Medio mei is het bevolkingsonderzoek darmkanker gefaseerd weer opgestart. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal diagnoses in de screeningspopulatie weer toegenomen is. Als gevolg van de invoering van het bevolkingsonderzoek darmkanker in 2014 was er de afgelopen jaren een daling in aantal nieuwe patiënten met darmkanker. Deze dalende trend en de COVID-19-crisis spelen beide een rol in het lagere aantal diagnoses darmkanker in 2020 ten opzichte van voorgaande jaren.

Ook het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker werd tijdelijk onderbroken. Hierbij worden met name voorstadia gevonden en daarom is van de onderbreking op korte termijn geen effect te verwachten op de incidentie van baarmoederhalskanker.

Behandelingen

In verband met de COVID-19-uitbraak zijn door de wetenschappelijke verenigingen behandelprotocollen voor kankerpatiënten aangepast, zowel om de risico’s op COVID-19-besmetting voor patiënten zo laag mogelijk te houden als om de meest noodzakelijke zorg te prioriteren. In lijn met het gedaalde aantal diagnoses is het aantal operatieve ingrepen bij kanker in het voorjaar gedaald, dat blijkt uit gegevens die DHD en IKNL samenbrachten. Vanaf week 12 (eind maart) waren er een kwart minder operatieve ingrepen dan in het gemiddelde van week 2 t/m 8. Vanaf medio mei (week 20) is het aantal operatieve ingrepen weer gestegen.

Bij hormoontherapie, bestraling en immunotherapie is hetzelfde patroon te zien als bij de operatieve ingrepen. Het kleinste effect is er bij de behandeling met chemotherapie: vanaf week 12 is een kleine daling zichtbaar, maar in de daarop volgende weken treedt er weer herstel op. De onderstaande figuren laten het aantal behandelde patiënten zien. Het kan zijn dat op basis van de aangepaste protocollen de dosering of het aantal giften/fracties of kuren van chemotherapie, immunotherapie, hormoontherapie en bestraling anders zijn dan voor de coronacrisis.

Zorg op afstand

Alle zorg die op afstand kan, wordt zoveel mogelijk buiten het ziekenhuis gehouden. Het aantal telefonische en beeldconsulten is daardoor flink gestegen, terwijl de herhaal-polikliniekbezoeken sterk zijn afgenomen.

Landelijk aantal unieke patiënten die diagnostiek, behandeling of poli-afspraak hebben gehad, per week. Na week 26 is de volledigheid van de data per ziekenhuis verschillend. Werkelijke aantallen worden niet getoond, het gaat om de verhoudingen. Bron: DHD

Tweede golf

Door het stijgende aantal opnames van patiënten met COVID-19 hebben ziekenhuizen dit najaar de planbare zorg opnieuw deels afgeschaald. Ook zijn er weer minder verwijzingen vanuit huisartsen naar het ziekenhuis. Naar verwachting zijn de eventuele effecten hiervan op het aantal kankerdiagnoses in de cijfers van november zichtbaar. De cijfers komen medio december beschikbaar

Monitoring effecten van latere diagnose

Het is nog niet te zeggen of door de vertraging in diagnostiek kanker vaker in latere stadia wordt gediagnosticeerd. Bij een diagnose in een later stadium van kanker kan een zwaardere behandeling nodig zijn en kan de kans op overleving verminderd zijn. Of de gewijzigde behandelprotocollen gevolgen hebben voor de uitkomsten is evenmin duidelijk. De gevolgen van de COVID-19-epidemie op het aantal kankerdiagnoses, behandelpatronen en uiteindelijk ook de uitkomsten zal IKNL blijven monitoren, in samenwerking met Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA) en DHD, in nauwe afstemming met de partners van de landelijke Taskforce Oncologie en de Nederlandse Zorgautoriteit.

Voorlopige diagnoses

De huidige cijfers betreffen diagnoses uit het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA). Bij een vermoeden op kanker wordt vaak een biopt of een cytologische punctie genomen op basis waarvan de patholoog beoordeelt of er sprake is van kanker. Bij een deel van de kankerpatiënten wordt de diagnose pas gesteld als na een operatieve ingreep tumorweefsel naar de patholoog wordt gestuurd. In dit geval kan het zijn dat er andere bevindingen zijn dan in eerste instantie op het biopt werden gesteld. Hierdoor kunnen aantallen diagnoses van afgelopen weken later nog worden bijgesteld.

Bij 5-10% van de patiënten wordt geen biopt, punctie of operatie gedaan. Deze zogeheten ‘klinische diagnoses’ worden pas later door de ziekenhuizen via DHD aan de Nederlandse Kankerregistratie aangeleverd en zijn in deze voorlopige cijfers nog niet meegenomen. 

Tijdslijn

Beperken van de impact

IKNL presenteert deze cijfers samen met de Taskforce Oncologie. De partijen die hierin vertegenwoordigd zijn, zetten zich in om samen de impact van de coronacrisis voor patiënten met kanker zoveel mogelijk te beperken. De Taskforce Oncologie wordt gevormd door de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Stichting Oncologische Samenwerking (SONCOS) (die de Federatie Medisch Specialisten, FMS, vertegenwoordigt, het Citrienprogramma ‘Naar regionale oncologienetwerken) en IKNL.

categorie: COVID-19
Gerelateerd

Vaccinatie tegen coronavirus werkt goed tijdens behandeling van solide tumoren

De meeste patiënten met een tumor in een orgaan of weefsel waarvoor ze een behandeling krijgen met immuuntherapie en/of chemotherapie, hebben een goede respons op het coronavaccin. Een onderzoek hiernaar, uitgevoerd door UMC Groningen, Erasmus MC in Rotterdam en Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, in samenwerking met het RIVM en het Integraal Kankercentrum Nederland, laat zien dat vaccinatie van deze patiënten veilig en meestal effectief is. De resultaten van dit onderzoek zijn op 20 september gepresenteerd op het congres van de European Society of Medical Oncology en worden gepubliceerd in het medische tijdschrift The Lancet Oncology. 

lees verder

COVID-19-maatregelen geen significante impact op welzijn van nabestaanden

Mondmasker en handschoenen op begraafplaats

Uit recent onderzoek in Palliative Medicine blijkt dat de COVID-19-pandemie tot op heden geen significante impact heeft op de kwaliteit van leven van nabestaanden van patiënten met gevorderde kanker. IKNL-onderzoeker Laurien Ham en haar team vergeleken hiervoor kwaliteit van leven-data van nabestaanden van vóór de pandemie met data tijdens de pandemie. Het team benadrukt dat ondersteuning van nabestaanden wel noodzakelijk blijft en dat vervolgonderzoek naar langetermijngevolgen nodig is.

lees verder