Hoge vermoeidheid bij diagnose gelinkt aan laag activiteitenniveau overlevenden

Hoge vermoeidheid bij diagnose gelinkt aan laag activiteitenniveau overlevenden

Een hoge fysieke vermoeidheidscore bij aanvang van de behandeling blijkt bij overlevenden van borst- en dikkedarmkanker significant samen te hangen met een lager activiteitenniveau vier jaar na deelname aan de bewegingstrial (PACT-studie). Ook sociaalecologische omstandigheden spelen hierbij een rol. Dat blijkt uit een studie van Anouk Hiensch (UMC Utrecht) en collega’s. Volgens de onderzoekers is het essentieel dat artsen en fysiotherapeuten doelgerichte ondersteuning bieden ook aan patiënten met veel vermoeidheid.

Een actieve, fysieke levensstijl na de diagnose kanker levert een bijdrage aan de gezondheid en dient voortgezet te worden door overlevenden om de effecten op lange termijn te optimaliseren. Eerder concludeerden A. Hiensch et al. op basis van een gerandomiseerde trial met begeleid bewegen tijdens chemotherapie (PACT-studie) dat patiënten die deelnamen aan een 18 weken durende bewegingsinterventie vier jaar later significant hogere activiteitenniveaus rapporteren. Het doel van deze follow-up studie was sociaalecologische factoren te identificeren die samenhangen met fysieke activiteit bij overlevenden van borst- en dikkedarmkanker vier jaar na deelname aan de PACT-studie.

Studieopzet

De onderzoekers evalueerden zelfgerapporteerde activiteitenniveaus en potentiële sociaalecologische factoren (zoals fysieke fitheid, vermoeidheid, bewegingsgeschiedenis en bebouwde omgeving) bij 127 overlevenden van borst- of dikkedarmkanker na diagnose (basismeeting), na de bewegingsinterventie en vier jaar later. Met multivariabele, lineaire regressieanalyses werden er sociaalecologische factoren geïdentificeerd die samenhangen met fysieke activiteit vier jaar na deelname aan de bewegingstrial.

Resultaten

Uit de analyses blijkt dat minder vermoeidheid en een hoger totaal activiteitenniveau kort na diagnose samenhangt met een hoger totaal activiteitenniveau vier jaar na deelname aan de bewegingstrial. Een hoger vrijetijd- en sportactiviteitenniveau kort na diagnose, de aanwezigheid van meer recreatieve sportfaciliteiten binnen een straal van één kilometer én minder fysieke vermoeidheid na een follow-up van vier jaar plus het ervaren van een positieve verandering in fysieke vermoeidheid tijdens de interventieperiode, hingen samen met (hogere) vrijetijd- en sportactiviteitenniveaus op vier jaar na deelname aan de bewegingstrial.

Conclusie en aanbevelingen

Anouk Hiensch en collega’s concluderen dat de bevindingen in deze studie suggereren dat fysieke vermoeidheid kort na diagnose, vier jaar later en eerder bewegingsgedrag, significant samenhangen met het activiteitenniveau van overlevenden van borst- en dikkedarmkanker vier jaar na deelname aan de bewegingstrial. Daarnaast onderstreept deze studie het belang van sportfaciliteiten in de buurt bij het stimuleren van fysieke activiteit. Beter begrip van het verband tussen sociaalecologische factoren en activiteitenniveaus kan inzicht bieden op welke wijze bewegingsinterventies in de toekomst opgezet dienen te worden om een actieve leefstijl op de lange termijn te bevorderen.

De uitkomsten van deze studie onderstrepen het belang van voldoende beweging tijdens chemotherapie. Gelet op het feit dat het op peil houden van het activiteitenniveau belangrijk is voor de effectiviteit van bewegingsinterventies, is het volgens de onderzoekers essentieel dat artsen en fysiotherapeuten ook doelgerichte ondersteuning bieden aan patiënten die kort na de diagnose veel vermoeidheid rapporteren.

Gerelateerd

Meer aandacht nodig voor verminderd functioneren vrouwen na borstkanker

De meeste gezondheidssymptomen die na de behandeling van borstkanker optreden, hangen samen met een verminderd functioneren van deze vrouwen in het dagelijks leven. Dat concluderen Kelly de Ligt (IKNL) en collega’s aan de hand van een studie met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Zorgprofessionals zouden meer ondersteuning kunnen bieden aan (ex-)patiënten om deze behandelgerelateerde gezondheidssymptomen te verlichten of hen te helpen hiermee om te gaan. Zelfs jaren na de behandeling zijn er mogelijkheden om het functioneren van overlevenden van borstkanker te verbeteren.

lees verder

Psychische nood ‘bemiddelt’ in relatie tussen neuropathie en vermoeidheid

Overlevenden van dikkedarmkanker die te maken hebben met chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie rapporteren meer vermoeidheid. Dit geldt met name voor personen die angstig en/of depressief zijn, zo blijkt uit onderzoek van Cynthia Bonhof (CoRPS (Tilburg University) & IKNL). Niet uitgesloten is dat er ‘tweerichtingsverkeer” plaatsvindt tussen chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie en psychische nood. Aanvullend onderzoek is nodig om de relatie tussen psychische nood, neuropathie en vermoeidheid te helpen verklaren. Tot die tijd adviseren de onderzoekers bij de behandeling van vermoeidheid meer aandacht te schenken aan patiënten met psychische nood.

lees verder