Onderhoudsbehandeling met CAP-B is beter, maar niet kosteneffectief

Onderhoudsbehandeling met capecitabine en bevacizumab bij patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker levert betere gezondheidseffecten op gemeten in quality-adjusted life years (QALY’s) en extra kosten per levensjaar vergeleken met patiënten die observationeel worden gevolgd. Daar staat tegenover dat onderhoudsbehandeling leidt tot relevante verhoging van de medische kosten, zo blijkt uit een studie van M. Franken (UMCU) en collega’s. Hoewel in Nederland geen consensus bestaat over het hanteren van een drempel voor de kosteneffectiviteit van oncologische behandelingen, kan onderhoudsbehandeling met CAP-B volgens de onderzoekers worden beschouwd als niet-kosteneffectief.

Onderhoudstherapie met capecitabine en bevacizumab (CAP-B) blijkt effectiever te zijn in termen van progressievrije overleving dan patienten die observationeel worden gevolgd in patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker met een stabiele ziekte, of beter na zes cycli van eerstelijnsbehandeling met capecitabine, oxaliplatin en bevacizumab. In deze studie evalueerde een groep onderzoekers van UMCU, Erasmus MC, AvL-NKI, IKNL, Amphia Ziekenhuis, Catharina Ziekenhuis, Tergooi Ziekenhuis, Groene Hart Ziekenhuis en AMC de kosteneffectiviteit van onderhoudsbehandeling met CAP-B.

Onderhoudsbehandeling versus observatie
De kosteneffectiviteit van onderhoudsbehandeling met CAP-B in vergelijking tot observationeel volgen werd geanalyseerd met behulp van Markov-modellering aan de hand van de behandelresultaten van 558 patiënten die deelnamen aan de CAIRO3-trial. Daarnaast werd aanvullend onderzoek uitgevoerd bij patiënten met volledige of gedeeltelijke respons. 

Als primaire uitkomstmaten hanteerden de onderzoekers de incrementele kosten-batenverhouding (ICER) gedefinieerd als de extra kosten per levensjaar en quality-adjusted life years (QALY’s). Deze werden berekend aan de hand van antwoorden op EQ-5D-vragenlijsten, beschikbare literatuur en berekende extra kosten per levensjaar. Met een univariabele gevoeligheidsanalyse werd de invloed van invoerparameters beoordeeld op de incrementele kosten-batenverhouding en een probabilistische gevoeligheidsanalyse uitgevoerd om de onzekerheid van de modelparameters vast te stellen.

Vergelijking kosten
Uit de analyses blijkt dat onderhoudsbehandeling met CAP-B in vergelijking met observationeel volgen van patiënten leidde tot een toename van 0,21 QALY’s bij een gemiddelde kostenstijging van € 36.845 (0,18 extra kosten per levensjaar). De incrementele kosten-batenverhouding kwam uit op € 175.452 per QALY ofwel € 204.694 extra kosten per levensjaar. 

Variaties in gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven tussen onderhoudsbehandeling met CAP-B en observationeel volgen, had de grootste invloed op de incrementele kosten-batenverhouding. Bij patiënten bij wie een volledige of gedeeltelijke respons werd bereikt met inductiebehandeling met capecitabine, oxaliplatin en bevacizumab, kwam de incrementele kosten-batenverhouding uit op € 149.300 per QALY.

Betere effecten, maar niet kosteneffectief
M. Franken en collega’s concluderen dat onderhoudsbehandeling met CAP-B betere gezondheidseffecten oplevert, gemeten in QALY’s en extra kosten per levensjaar ten opzichte van observationeel volgen van patiënten, maar ook leidt tot een relevante verhoging van de kosten. Hoewel er geen consensus bestaat over het hanteren van drempels rond de kosteneffectiviteit van oncologische behandelingen, kan onderhoudsbehandeling met CAP-B volgens de onderzoekers worden beschouwd als niet-kosteneffectief.

  • Franken MD, van Rooijen EM, May AM, Koffijberg H, van Tinteren H, Mol L, Ten Tije AJ, Creemers GJ, van der Velden AM, Tanis BC, Uyl-de Groot CA, Punt CJ, Koopman M, van Oijen MG.: ‘Cost-effectiveness of capecitabine and bevacizumab maintenance treatment after first-line induction treatment in metastatic colorectal cancer’.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl 

Gerelateerd nieuws

Real-world data en biomarkers geven richting voor gepersonaliseerde darmkankerzorg

decoratieve afbeelding: voorkant proefschrift Ingrid Franken tegen blauwe achtergrond Hoe kunnen we de zorg voor patiënten met niet-uitgezaaide darmkanker meer personaliseren? Dit onderzocht Ingrid Franken (UMC Utrecht) met real-world data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en biomarkeronderzoek op basis van PLCRC. De resultaten uit haar onderzoek helpen beter te voorspellen welke patiënten met stadium II/III dikkedarm- of endeldarmkanker baat hebben bij aanvullende chemotherapie; welke patiënten overbehandeling bespaard kan worden; en voor welke patiënten de behandeling juist ontoereikend is. lees verder

Realworld-inzichten in behandeling en overleving van uitgezaaide darmkanker

figuratieve interpretatie van realworlddata over darmkanker in blauwtinten Nieuw onderzoek op basis van data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) laat zien dat uitkomsten bij uitgezaaide darmkanker in de dagelijkse praktijk aanzienlijk verschillen van wat uit klinische studies bekend is. Zo is de overleving van patiënten in de dagelijkse praktijk die behandeld zijn met systemische therapie veel lager in vergelijking met data uit klinische trials. Daarnaast blijken er verschillen te zijn in de behandeling van patiënten met synchrone versus metachrone uitzaaiingen. Deze realworld-inzichten bieden waardevolle input voor zorgverleners om patiënten beter te informeren over hun mogelijkheden en kansen. lees verder