Geen overtuigend bewijs voor betere overleving borstkanker met propranolol

Er is geen overtuigend bewijs dat het gebruik van propranolol of andere niet-selectieve bètablokkers leidt tot betere overlevingskansen voor patiënten met borstkanker. Die conclusie trekt een internationale groep onderzoekers uit België, Denemarken, Nederland, Engeland, Ierland, Noord-Ierland, Schotland en Zweden aan de hand van data van ruim 133.000 patiënten. Namens Nederland waren Pauline Vissers (IKNL) en Myrthe van Herk-Sukel (PHARMO) betrokken bij dit onderzoek. Het gaat om de grootste studie ooit uitgevoerd naar het gebruik en effect van propranolol bij de behandeling van patiënten met borstkanker. 
 

In diverse preklinische studies zijn aanwijzingen gevonden dat propranolol een remmende werking heeft op verschillende mechanismen die betrokken zijn bij de progressie van borstkanker. Propranolol is een middel dat de hartslag vertraagt, de bloeddruk verlaagt en de zuurstofbehoefte van het hart vermindert. In deze studie is in acht Europese cohorten onderzocht of patiënten met borstkanker die propranolol of een andere, niet-selectieve bètablokkers gebruikten een betere borstkankerspecifieke of algemene overleving  hadden. 

Acht kankerregistraties 
De onderzoekers selecteerden alle patiënten met borstkanker in acht kankerregistraties in België, Denemarken, Nederland, Engeland, Ierland, Noord-Ierland, Schotland en Zweden. Daarnaast verzamelden ze gegevens over het gebruik van propranolol en niet-selectieve bètablokkers via databanken van huisartsen, verzekeringsgegevens of informatie van openbare apotheken. Alle onderzoekers die deelnamen aan de studie zijn aangesloten zijn bij het European Cancer Pharmacoepidemiology Network. In vijf van de acht cohorten waren gegevens beschikbaar over zowel borstkankerspecifieke als algemene overleving voor analyse. 

Met behulp van Cox-regressiemodellen werd binnen ieder cohort het verband berekend voor propranolol en niet-selectieve bètablokkers na borstkankerdiagnose en de kankerspecifieke en algemene overleving. De schattingen van ieder cohort werden verzameld en met behulp van meta-analysetechnieken samengebracht tot één schatting. Daarnaast voerden de onderzoekers dosis-respons-analyses uit van het aantal verstrekte recepten en werd het gebruik van propranolol en andere niet-selectieve bètablokkers in kaart gebracht vóór en ná diagnose borstkanker.

Gecombineerde studie 
De studie bevatte 133.251 patiënten met borstkanker van wie overlevingsgegevens bekend waren. Binnen deze groep was van 55.252 patiënten ook de doodsoorzaak bekend waarmee de borstkankerspecifieke overleving kon worden berekend.  Over het geheel genomen was er geen verband tussen het gebruik van propranolol (of andere niet-selectieve bètablokkers) en de borstkankerspecifieke of algemene overleving na de diagnose borstkanker. 

De onderzoekers vonden weinig bewijs voor een dosis-respons-relatie. Verder zagen zij geen verband tussen het gebruik van propranolol voorafgaand aan de diagnose borstkanker en de overleving van deze patiënten. Ook bij de niet-selectieve bètablokkers werden geen verbanden waargenomen met de overleving. 

Geen overtuigend bewijs 
Chris R. Cardwell en collega’s concluderen op basis van deze grote, uitgebreide analyse dat het gebruik van propranolol of niet-selectieve bètablokkers geen overtuigend bewijs oplevert voor een verbeterde overleving van patiënten met borstkanker. Een sterk punt van deze studie is de uitgebreide dataset met gegevens uit meerdere Europese landen. Tot dusver is dit de grootste studie ooit uitgevoerd naar het gebruik van propranolol en overleving bij patiënten met borstkanker.  

  • Cardwell CR, Pottegård A, Vaes E, Garmo H, Murray LJ, Brown C, Vissers PA, O'Rorke M, Visvanathan K, Cronin-Fenton D, De Schutter H, Lambe M, Powe DG, van Herk-Sukel MP, Gavin A, Friis S, Sharp L, Bennett K: ‘Propranolol and survival from breast cancer: a pooled analysis of European breast cancer cohorts’. * Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl  * Website: http://www.cancerpharmacoepi.eu/  

Gerelateerd

Borstkanker in Nederland 1989-2017: hogere incidentie; betere overleving

vrouw met hond in park

Tussen 1989 en 2017 is de incidentie van eerste, primaire borstkanker in Nederland aanzienlijk gestegen, hoewel in recente jaren een veelbelovende daling is te zien. De overleving van patiënten verbeterde aanzienlijk voor de meeste vormen van borstkanker door minder intensieve chirurgie en toegenomen gebruik van systemische therapieën en/of combinaties met andere behandelingen. Overeenkomstig daalde de sterfte substantieel, ongeacht de leeftijd van deze vrouwen. Dat blijkt uit onderzoek van Daniël van der Meer (NKI) en collega’s met data uit de NKR.

lees verder

Overleving vrouwen (80+) met HR+ borstkanker slechter bij afzien van chirurgie

Overleving vrouwen (80+) met HR+ borstkanker slechter bij afzien van chirurgie

Bij niet-kwetsbare vrouwen van 80 jaar en ouder met stadium I-II hormoonreceptorpositieve (HR+) borstkanker hangt afzien van chirurgie samen met een slechtere overleving, zo blijkt uit onderzoek van Anna de Boer (LUMC) en collega’s. Op basis van deze bevinding zou hormoontherapie bij oudere patiënten met een levensverwachting tot vijf jaar gerechtvaardigd kunnen zijn. Maar gelet op mogelijke neveneffecten zijn er ook redenen om bij deze patiënten terughoudend te zijn met hormoontherapie als alternatief voor chirurgie.

lees verder