Toename (neo)adjuvante chemotherapie bij curabele maagkankers

De toediening van (neo)adjuvante chemotherapie bij patiënten met curabele vormen van maagkanker is tussen 1989 en 2009 toegenomen. Tot dusver is er nog geen verbetering in de overleving van deze patiënten op lange termijn te zien. Volgens Anneriet Dassen (Jeroen Bosch Ziekenhuis) en collega's is het nog te vroeg om die verbetering nu al te verwachten op basis van het gebruik van chemotherapie.

Studies naar peri-operatieve chemo- en/of radiotherapie hebben bijgedragen aan veranderingen in de behandeling van curabele vormen van maagkanker. In deze studie zijn de effecten van aangepaste behandelingen geëvalueerd inclusief de invloed daarvan op de overleving van deze patiënten.

Cardia en non-cardia maagkanker 

De studie werd uitgevoerd met behulp van de Nederlandse Kankerregistratie aan de hand van gegevens van patiënten met maagkanker die tussen 1989 en 2009 werden gediagnosticeerd. De onderzoekers analyseerden de veranderingen in de tijd op het gebied van chirurgie, de toepassing van peri-operatieve chemotherapie, de 30-dagen mortaliteit en 5-jaars overleving en het gecorrigeerde relatief sterfterisico (RER) voor zowel cardia als non-cardia maagkanker.

Patiënten met stadium I of II ondergingen in de meeste gevallen chirurgie. Uit de analyses blijkt verder dat sinds 2005 meer patiënten behandeld werden met (neo)adjuvante chemotherapie. De postoperatieve sterfte bij patiënten varieerde van 1 procent in de leeftijd onder 55 jaar tot 7 procent voor patiënten boven de 75 jaar met cardiatumoren en 0,4 tot 12,2 procent voor niet-cardiatumoren.

5-jaarsoverleving 

De 5-jaarsoverleving voor cardiakanker en non-cardiakanker met stadium I-III en X (onbekend stadium) bedroeg 33 respectievelijk 50 procent in de periode 2005 - 2008. Het gecorrigeerde relatief sterfterisico (RER) bleek geassocieerd met de periode van diagnose, leeftijd, geslacht, regio, stadium en (neo) adjuvante chemotherapie bij cardiakanker. Bij non-cardiakanker was de RER ook geassocieerd met het type maagresectie.

De conclusie van de onderzoekers is dat de toediening van (neo) adjuvante chemotherapie is toegenomen bij patiënten met curabele vormen van maagkanker. Er is echter nog geen verbetering in de overleving van deze patiënten op lange termijn zichtbaar. Volgens de onderzoekers is het nog te vroeg om die verbetering te verwachten op basis van het gebruik van chemotherapie.

Gerelateerd

Vaker tweedelijnstherapie bij slokdarm- of maagkanker in hoogvolumecentra

handen prepareren infuuszak

Patiënten met uitgezaaid adenocarcinoom van slokdarm of maag die behandeld zijn met palliatieve eerstelijns systemsche therapie in ziekenhuizen met een hoog behandelvolume, krijgen vaker tweedelijnstherapie. Dat blijkt uit onderzoek van Willemieke Dijksterhuis (Amsterdam UMC en IKNL) en collega’s. Deze studie toont verder aan dat patiënten na tweedelijnsbehandeling met paclitaxel/ramucirumab een langere overleving hebben vergeleken met patiënten die monotherapie met taxanen ontvingen.

lees verder

Toegenomen inzet HER2-test en trastuzumab bij slokdarm- en maagkanker

Toegenomen inzet HER2-test en trastuzumab bij slokdarm- en maagkanker

Patiënten met uitgezaaide slokdarm- of maagkanker zijn tussen 2010 en 2016 aanzienlijk vaker getest op HER2-status en kregen ook significant vaker palliatieve chemotherapie met toevoeging van trastuzumab. Willemieke Dijksterhuis (IKNL & Amsterdam UMC) en collega’s constateren echter ook dat er grote verschillen zijn tussen ziekenhuizen in het aandeel HER2-geteste patiënten (29% tot 100%) en het voorschrijven van trastuzumab. Ze pleiten daarom voor meer bewustwording en frequenter testen met biomarkers.

lees verder