Multidisciplinaire aandacht nodig voor gelokaliseerd extranodaal DLBCL

Onderzoek van Marion Kuper-Hommel et al. toont aan dat er klinisch relevante verschillen zijn tussen gelokaliseerd nodaal en extranodaal diffuus grootcellig B-cel-lymfoom (DLBCL) en primair mediastinaal B-cel-lymfoom (PMBL). Verder blijkt dat patiënten met een extranodale vorm van deze ziekte minder vaak een optimale behandeling krijgen. De onderzoekers pleiten daarom voor een betere interactie tussen de betrokken medische disciplines.

Population-based studies naar de klinische implicaties van nodale versus extranodale presentatie van diffuus grootcellig B-cel-lymfoom (DLBCL) zijn schaars. Marion Kuper-Hommel et al. bestudeerden de klinische verschillen en trends in incidentie, behandeling en overleving van nodaal en extranodaal DLBCL in een population-based cohort. Hiervoor werden alle patiënten geselecteerd uit de Nederlandse Kankerregistratie die in de periode 1989 - 2010 gediagnosticeerd werden met gelokaliseerde (Ann Arbor Stadium [AAS] I en II) nodale DLBCL (n = 5.124) en extranodale DLBCL (n = 4.776) en primair mediastinaal B-cel-lymfoom (PMBL, n = 88).

DLBCL en PMBL
Uit de analyses komt naar voren dat primair extranodaal DLBCL gecorreleerd is aan patiënten met een hogere leeftijd en een gunstiger klinisch stadium (AAS I). De incidentie, gestandaardiseerd voor leeftijd, steeg significant voor mannen met gelokaliseerd extranodaal DLBCL. Dat geldt eveneens voor mannen en vrouwen met gelokaliseerd PMBL, terwijl de leeftijd gestandaardiseerde incidentie van alle andere subgroepen stabiel bleef. De maag bleek de meest voorkomende extranodale lokalisatie. 

Patiënten met een extranodale ziekte kregen minder vaak chemotherapie en targeted therapie in vergelijking met patiënten met een nodale ziekte, ongeacht leeftijd en periode van diagnose. De overall 5-jaarsoverleving (OS) was 48 procent versus 54 procent in de nodale groep, maar uit de multivariate analyse bleek dat extranodale lokalisatie niet samenhing met slechtere overleving

Relevante verschillen
Deze populatiegebaseerde studie toont aan dat er klinisch relevante verschillen zijn tussen gelokaliseerde nodale en extranodale DLBCL en PMBL. Aangezien patiënten met extranodale vormen significant minder vaak optimaal worden behandeld, pleiten de onderzoekers voor een betere interactie tussen de betrokken medische disciplines.

Gerelateerd nieuws

Zorggebruik blijft tot elf jaar na hematologische kanker verhoogd

huisarts bezoek Mensen die een hematologische maligniteit hebben gehad, blijven tot elf jaar na de diagnose vaker gebruikmaken van zorg dan de algemene bevolking. Dat blijkt uit onderzoek op basis van data uit PROFILES (een samenwerking tussen IKNL en Tilburg University), waarin het zorggebruik van patiënten met onder meer lymfoom en multipel myeloom langdurig is gevolgd. lees verder

Tweesporenbeleid voor tijdige inzet van palliatieve zorg in hemato-oncologie: kansen en barrières in beeld

arts in gesprek met patient

Patiënten met hematologische maligniteiten krijgen minder specialistische palliatieve zorg dan patiënten met solide maligniteiten, ondanks hun vergelijkbare symptoomlast. Dat blijkt uit een kwalitatieve interviewstudie onder zestien zorgverleners uit Nederlandse ziekenhuizen, uitgevoerd door IKNL in samenwerking met UMC Utrecht, LUMC en Amsterdam UMC.

lees verder