man radiotherapie hersentumor

Verschillen in de registratie van hersentumoren kunnen leiden tot vertekende schattingen van de overleving

Een recente publicatie van Girardi et al.[1] biedt een wereldwijd overzicht van de histologie (het soort weefsel) van hersentumoren. Er is echter een grote variatie te zien in de verdeling van hersentumoren naar histologisch type. Daarnaast blijken er grote internationale verschillen te bestaan in de registratie van hersentumoren met niet-kwaadaardig gedrag, zo zagen onderzoekers Otto Visser (IKNL) en Henrike Karim-Kos (Prinses Maxima Centrum voor Kinderoncologie en IKNL) en hun collega’s. Dit kan van grote invloed zijn op de schattingen van incidentie en overleving.


 

De onderzoekers vonden deze verschillen ook binnen Europa, ondanks het feit dat het Europees netwerk van kankerregistraties (ENCR) al in 1998 aanbevelingen heeft gedaan om alle tumoren in het centraal zenuwstelsel (CZS, waaronder hersentumoren) op te nemen in kankerregistraties, onafhankelijk van hun gedrag (of de tumor kwaadaardig is of niet).

Onvolledige bronnen en internationaal verschillende coderingspraktijken

Onderliggende oorzaken van de variatie zijn de onvolledige registratie van niet-kwaadaardige hersentumoren als gevolg van incomplete signalering (bijvoorbeeld afhankelijkheid van een bronregister dat niet de gehele CZS-tumorpopulatie dekt). Mede door onduidelijke bronnen kan de juiste gedragscode niet altijd worden geregistreerd. Op een totaal van 22.147 Europese kinderen vonden de onderzoekers dat bijna 10% van alle tumoren niet microscopisch was bevestigd. De coderingspraktijken van niet-microscopisch bevestigde tumoren verschillen sterk van land tot land en leveren ook een belangrijke bijdrage aan de gevonden verschillen in het aandeel van niet-kwaadaardige tumoren.

Analyse naar effect van misclassificatie van gedrag van tumoren

Studies die gebruikmaken van kankerregistraties rapporteren vaak hersentumoren volgens hun gedragscode (al dan niet kwaadaardig) en waar ze zich bevinden. De manier van groeperen kan mogelijk leiden tot vertekende schattingen van incidentie en overleving, zo vonden de onderzoekers. Om een ​​indicatie te geven van de verstorende effecten die verschillende proporties van niet-kwaadaardige en kwaadaardige tumoren kunnen hebben, hebben zij gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) geanalyseerd voor de periode 2000-2017 voor kinderen en adolescenten <18 jaar, gediagnosticeerd met een hersentumor (N=2705). In lijn met Ostrom et al die keek naar het effect van misclassificatie van pilocytaire astrocytomen, her-classificeerden zij een willekeurige steekproef van niet-kwaadaardige tumoren naar kwaadaardige tumoren in verschillende verhoudingen (dat wil zeggen 10%/90%, 20%/80%, 30%/70% en 40%/60%), of vice versa voor de 50%/50%-verdeling (reële distributie 49%/51%). Ook schatten de onderzoekers het effect op de voor leeftijd gestandaardiseerde incidentiecijfers en de totale 5-jaarsoverleving. Incidentiecijfers werden berekend als het gemiddelde aantal gevallen per miljoen persoonsjaren met behulp van de jaarlijkse populatiegrootte halverwege het jaar, zoals verkregen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor standaardisatie van incidentie voor de leeftijdsgroep 0-17 werd de methode van de Segi wereld standaardpopulatie gebruikt. De 5-jaarsoverleving werd geschat met de Kaplan-Meier-methode.

Effect van misclassificatie op overlevingscijfers

De voor leeftijd gestandaardiseerde incidentiecijfers werden gelijkelijk en constant beïnvloed voor kwaadaardige en niet-kwaadaardige tumoren. Afhankelijk van de gedragsgroep veranderde de incidentie met ~0,4 per miljoen persoonsjaren bij elke 10% verschuiving. Er werd geen effect gevonden op de 5-jaarsoverleving voor niet-kwaadaardige tumoren; de overlevingspercentages bleven stabiel voor alle gemaakte verdelingen. Er werden echter grote verschillen in overlevingscijfers gevonden voor kwaadaardige tumoren. Verkeerde classificatie van 10% van de niet-kwaadaardige tumoren als kwaadaardige tumoren toonde een verandering in 5-jaarsoverleving van kwaadaardige tumoren tot +7 procentpunten. Een misclassificatie van 20% resulteerde in een verdere toename van +12 procentpunten.

Internationale afstemming registratierichtlijnen

Deze resultaten geven aan dat verschillen in de proportie van niet-kwaadaardige tumoren rechtstreeks van invloed kunnen zijn op schattingen van incidentie en overleving. Een belangrijke bijdrager aan de verschillen in het aandeel niet-kwaadaardige tumoren zijn de niet-microscopisch geverifieerde tumoren. Onlangs heeft de European Network of Cancer Registries (ENCR) een werkgroep opgericht om de registratierichtlijnen voor klinische diagnoses zonder microscopische verificatie (O.V., persoonlijke communicatie) op elkaar af te stemmen. Dit is een volgende stap om de kwaliteit te verbeteren van de Europese populatie-gebaseerde gegevens over hersentumoren, wat leidt tot minder verkeerde classificaties en een nauwkeuriger vergelijking tussen landen.

[1] Girardi F, Rous B, Stiller CA, et al. The histology of brain tumors for 67 331 children and 671 085 adults diagnosed in 60 countries during 2000- 2014: a global, population-based study (CONCORD-3). Neuro Oncol. 2021;23(10):1765–1776

Gerelateerd

Incidentie en overleving van patiënten met een hersentumor iets verhoogd

Het aantal patiënten met een hersentumor is de afgelopen twintig jaar iets toegenomen. Tegelijk is ook de overleving licht verbeterd, vooral door nieuwe diagnose- en behandelmogelijkheden. Dit blijkt uit de meest recente gegevens uit de NKR (Nederlandse Kankerregistratie). Met een nieuwe en uitgebreidere registratie biedt IKNL straks nog meer zicht op de complexe zorg voor deze ziekte.

lees verder