Vaker naar de dokter door angst of somberheid tijdens of na kanker

Uit onderzoek onder ruim twee-en-een-half duizend mensen die leven met of na kanker blijkt dat degenen die meer angst- of somberheidsklachten ervaarden vaker de dokter bezochten. Dit onderzoek, uitgevoerd door senioronderzoeker Nicole Ezendam (IKNL, Tilburg University) en collega’s, werd onlangs in het wetenschappelijke tijdschrift Pharmaco Economics gepubliceerd.

Mensen die kanker hebben of hebben gehad vulden vragenlijsten in via de databank PROFILES, onder andere over angst en somberheid (HADS) en het aantal doktersbezoeken in de voorgaande twaalf maanden. Uit de antwoorden van 2.538 respondenten bleek dat degenen die meer angst- of somberheidsklachten ervaarden vaker de huisarts of medisch specialist bezochten. Die trend in zorgconsumptie zagen de onderzoekers eveneens als ze alleen naar kankergerelateerde doktersbezoeken keken.

Vaker naar de dokter

Toch zag Ezendam ook verschillen tussen mensen die angstklachten of somberheidsklachten rapporteerden. ‘Wat opviel was dat mensen met ernstige angstklachten, en dat is breder dan alleen angst voor de terugkeer van kanker, vaker gebruikmaken van de huisartsenzorg. Terwijl mensen met ernstige depressieve klachten juist vaker naar de medisch specialist gaan.’ In twaalf maanden bezochten de respondenten met ernstige angstklachten gemiddeld bijna zeven keer de huisarts en bijna vijf keer de medisch specialist. Respondenten met ernstige somberheidsklachten bezochten gemiddeld bijna zes keer de huisarts en ruim acht keer de medisch specialist.

De bovenstaande uitkomsten zijn gecorrigeerd voor potentieel verstorende factoren, zoals leeftijd en geslacht. Aan de steekproef deden meer vrouwen (64%) dan mannen mee. Bovendien was het gros van de respondenten 55 jaar of ouder en samenwonend of getrouwd. Bij bijna de helft was sprake van kanker in een vroeg stadium. De meest genoemde kankertypen waren dikkedarm- en baarmoederkanker. Gemiddeld was ruim vier jaar verstreken tussen het stellen van de diagnose en het moment waarop de vragenlijsten werden ingevuld.

Alertheid en eerder ingrijpen

Het deel van de respondenten dat aangaf angst- of somberheidsklachten te ervaren was een minderheid – ongeveer 1 op de 5 respondenten had milde tot ernstige angst- of somberheidsklachten – maar dat percentage vertaalt zich in praktijk naar een grote groep, want kanker komt veel voor. Daarbij komen bij deze klachten van angst en somberheid ook vaker andere klachten voor, zegt Ezendam: ‘We weten dat angst en depressieve klachten samen gaan met klachten als vermoeidheid en slecht slapen.’

Misschien is het beter om tijdens de behandeling van kanker of kort erna al hulp aan te bieden.

Ezendam en haar collega’s roepen huisartsen, medische specialisten en andere zorgprofessionals op tot alertheid en eerder ingrijpen. ‘Je wilt niet dat mensen lang nadat de behandeling is afgerond nog met deze klachten zitten. Misschien is het beter om tijdens de behandeling van kanker of kort erna al hulp aan te bieden. Bijvoorbeeld door iemand met angst of depressieve klachten naar een medisch psycholoog te verwijzen, of bij praktische vragen naar het maatschappelijk werk.’

Een vragenlijst als de HADS leent zich volgens haar ook in de klinische praktijk om te screenen op problematische angst- en somberheidsklachten bij mensen die kanker hebben of hebben gehad. ‘De HADS is best een lange vragenlijst, maar misschien is het bij de meerderheid voldoende om de vragenlijst maar één keer af te nemen. Mensen die kort na de behandeling geen ernstige klachten hebben, zullen die waarschijnlijk later ook niet zo snel meer krijgen.’

Vervolgonderzoek

In deze studie keken de onderzoekers breder dan alleen naar kankerspecifieke klachten. ‘Mensen hebben misschien niet altijd door of de klachten bij kanker horen of niet. Als we alleen naar kankerspecifieke klachten hadden gekeken, zouden we waarschijnlijk klachten missen.’ Bovendien namen ze zowel bezoeken aan de huisarts als de medisch specialist mee om klachten niet over het hoofd te zien. ‘Het Nederlandse systeem is uniek. Mensen gaan met losse klachten naar de huisarts en pas als ze daar geweest zijn, kunnen ze naar de specialist worden verwezen.’ Overigens konden de onderzoekers geen onderscheid naar specialisme maken. Onder bezoeken aan de medisch specialist vallen dus bezoeken aan oncologen, maar bijvoorbeeld ook aan psychiaters. Dat vindt Ezendam een tekortkoming van het onderzoek.

Het is volgens Ezendam de eerste keer dat op deze grote schaal de samenhang tussen zorgconsumptie en klachten als angst en somberheid wordt onderzocht bij mensen die kanker hebben of hebben gehad. Hierna willen de onderzoekers onder andere kijken naar de relatie tussen angst- en somberheid en bezoeken aan andere zorgprofessionals, zoals medisch psychologen, fysiotherapeuten en diëtisten. Die gegevens zijn ook beschikbaar via de Nederlandse Kankerregistratie en PROFILES.

VerwijsgidsKanker

Zorgprofessionals vinden eerstelijns zorgaanbieders voor aanvullende zorg op VerwijsgidsKanker.nl, zoals psychologen, maatschappelijk werkers, fysiotherapeuten, diëtisten en andere paramedici gespecialiseerd in kanker. Op basis van woonplaats of postcode vindt u zorg in de buurt. 

Publicatie

Yim J, Shaw J, Viney R, Arora S, Ezendam N, Pearce A. Investigating the Association Between Self-Reported Comorbid Anxiety and Depression and Health Service Use in Cancer Survivors. Pharmacoeconomics. 2021 Jun;39(6):681-690.

Gerelateerd

Psychosociale ervaringen en praktische uitdagingen bij jongvolwassenen met kanker

Jonge vrouw in gesprek

Jongeren en jongvolwassenen met kanker tussen 15 en 39 jaar worden geconfronteerd met unieke psychosociale en praktische problemen. Ook binnen deze leeftijdsgroep krijgen patiënten te maken met verschillende levenservaringen, kankerdiagnoses en behandelomgevingen; de vragen en behoeftes van jongvolwassenen tussen 25 en 39 jaar met kanker kunnen anders zijn dan die van andere leeftijdsgroepen. IKNL-onderzoeker Carla Vlooswijk en collega’s deden kwalitatief onderzoek naar psychosociale ervaringen en welke praktische uitdagingen jongvolwassenen met kanker tussen de 25 en 39 jaar in het Verenigd Koninkrijk zijn tegengekomen.

lees verder

Mensen met kanker gebaat bij integratie digitale zorg in regulier zorgaanbod

Mies van Eenbergen promoveert op het onderwerp 'Kanker en het internet'

Voor 85% van de (ex-)kankerpatiënten is internet een belangrijke bron voor informatie, lotgenotencontact en apps om bijvoorbeeld om te gaan met vermoeidheid of angst na kanker. Er is echter veel verschil in vaardigheden op het gebied van digitale technologie, lezen en algemene gezondheid. Daardoor profiteren hoogopgeleide patiënten het meest van wat het internet te bieden heeft.

lees verder