UroLife: leefstijl bij blaaskanker

Het risico op terugkeer van de tumor na blaaskanker is hoog. Patiënten vragen regelmatig aan hun uroloog wat zij zelf kunnen doen om hun kansen te verbeteren. Dat roken een belangrijke risicofactor voor blaaskanker is, dat is bekend. Maar wat kunnen patiënten met de diagnose doen om hun kansen te verbeteren? En gaat dat verder dan stoppen met roken? Om deze vragen beter te kunnen beantwoorden doen urologen samen met epidemiologen een onderzoek naar de invloed van leefstijl op de prognose bij Ta-T1 blaaskanker.

De meeste patiënten met blaaskanker worden gediagnosticeerd in een vroeg stadium, met stadium Ta- of T1-tumoren. De vijfjaarsrisico’s op terugkeer (31-78%) en progressie (1-45%) van deze niet-spierinvasieve blaastumoren zijn echter hoog. Voor T1-tumoren zijn deze nog hoger dan voor Ta-tumoren. De behandeling van deze blaastumoren is gericht op het voorkómen van terugkeer en van progressie naar spierinvasieve blaaskanker, dat een slechte prognose heeft.

Roken is een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van blaaskanker. Hoe groot de impact van stoppen met roken is op de kans op terugkeer van de kanker is echter niet precies duidelijk. Ook de invloed van andere leefgewoonten op de prognose voor patiënten die al gediagnosticeerd zijn, is nog ongewis. Daarom zijn onderzoekers van Radboudumc in 2014 gestart met de studie UroLife, gefinancierd door KWF Kankerbestrijding.

UroLife-studie

Met deze KWF subsidie wordt onderzocht of leefgewoonten, met name roken, vochtinname en groente- en fruitconsumptie, van invloed zijn op het risico op terugkeer en progressie van blaastumoren en op de kwaliteit van leven. Hiervoor zijn patiënten met niet-spierinvasieve blaaskanker geïdentificeerd via de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) op basis van de notificaties van het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA). Patiënten zijn vervolgens namens de behandelend arts uitgenodigd voor het onderzoek.

Vragenlijsten

Tussen mei 2014 en april 2017 zijn ongeveer 1.100 patiënten afkomstig uit 22 ziekenhuizen in Nederland in UroLife geïncludeerd. Ongeveer 6 weken na diagnose hebben zij vragenlijsten ingevuld over hun leefgewoonten voorafgaand aan de diagnose. Op 3, 15 en 51 maanden na diagnose hebben zij vragenlijsten ingevuld over hun leefgewoonten na diagnose. Van februari tot april 2021 hebben datamanagers van IKNL klinische data verzameld uit de patiëntendossiers.

Projectleider Alina Vrieling: ‘Eerste resultaten over de relatie tussen leefgewoonten en het risico op terugkeer en progressie van blaastumoren, evenals op de kwaliteit van leven, hopen we later dit jaar te publiceren.’

In 2018 ontvingen de onderzoekers een tweede KWF subsidie. Hiermee is de inclusie van patiënten met T1-tumoren voortgezet tot een totaal van 700 patiënten. De inclusie is in april 2021 afgerond. Van deze patiënten met T1-tumoren is reeds of zal nog resterend tumormateriaal dat opgeslagen ligt in pathologielaboratoria worden opgevraagd. Pathologen van Erasmus Medisch Centrum voeren de pathologische review van deze tumoren uit en bepalen de moleculaire subtypen met immunohistochemie.

Tumorkenmerken

Vrieling: ‘Vervolgens onderzoeken we de relatie tussen roken, gewicht, lichamelijke activiteit en groente- en fruitconsumptie voor diagnose en de tumorkenmerken en het moleculaire subtype van de blaastumor. Tevens analyseren we de relatie tussen (veranderingen in) deze leefgewoonten en het risico op terugkeer en progressie van T1 tumoren, evenals of deze gemedieerd en/of gemodificeerd worden door tumorkenmerken en moleculair subtype.’

‘We verwachten dat UroLife nieuw en uitgebreid inzicht zal geven in de relatie tussen leefgewoonten (en veranderingen hierin) en terugkeer en progressie van niet-spierinvasieve blaaskanker en of deze relatie gemedieerd en/of gemodificeerd wordt door tumorkenmerken en moleculair subtype. UroLife zal daarmee bijdragen aan de ontwikkeling van gepersonaliseerde wetenschappelijk onderbouwde leefstijladviezen voor patiënten met niet-spierinvasieve blaaskanker. Tot meer kennis beschikbaar is, is het advies aan patiënten om niet te roken en de aanbevelingen van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds te volgen. Deze zijn gericht op het handhaven van een gezond lichaamsgewicht, voldoende beweging en een gezond voedingspatroon.’

Meer informatie over UroLife is te vinden of op te vragen via

  • www.radboudumc.nl/trials/urolife
  • Liesbeth de Goeij, Ellen Westhoff, J Alfred Witjes, Katja KH Aben, Ellen Kampman, Lambertus ALM Kiemeney, Alina Vrieling. The UroLife study: protocol for a Dutch prospective cohort on lifestyle habits in relation to non-muscle-invasive bladder cancer prognosis and health-related quality of life. BMJ Open. 2019;9(10):e030396. doi:10.1136/bmjopen-2019-030396. 
  • Alina Vrieling, projectleider UroLife, Alina.Vrieling@radboudumc.nl
Gerelateerd

Overlevenden blaaskanker hebben beperkte kennis risicofactoren ziekte

De meeste overlevenden van blaaskanker hebben geen enkel idee wat de mogelijke oorzaken kunnen zijn voor de ontwikkeling van blaaskanker. Dat blijkt uit een studie van Ellen Westhof en collega-onderzoekers van Radboudumc en IKNL gepubliceerd in de European Journal of Cancer. Vastgestelde risicofactoren, zoals het roken van sigaretten, worden meestal niet herkend, zelfs niet door diegenen met deze risicofactoren. Deze uitkomst duidt op beperkte kennis onder de Nederlandse bevolking over risicofactoren voor het ontstaan van blaaskanker. Volgens de onderzoekers blijft effectieve voorlichting over de preventie van (blaas)kanker om die reden belangrijk.

lees verder