Tumor onbekend – landelijke samenwerking hard nodig

Elke week krijgen 25 patiënten een diagnose kanker met uitzaaiingen terwijl de tumor zelf niet gevonden wordt, de zogenaamde diagnose primaire tumor onbekend (PTO). Dat blijkt uit het rapport dat IKNL vandaag uitbrengt. Terwijl de overleving bij veel soorten kanker gestaag stijgt, overlijdt de helft van patiënten met een PTO al binnen twee maanden na hun eerste bezoek aan het ziekenhuis. Door landelijk kennis te delen, patiënten met meerdere specialisten (multidisciplinair) te bespreken, samen te werken in (regionale) netwerken en meer wetenschappelijk onderzoek, is er veel winst te halen voor patiënten met PTO. En dat is hard nodig.

Jaarlijks worden bij 1.300 mensen uitzaaiingen gevonden zonder dat de bron van die uitzaaiing, de tumor, achterhaald kan worden. Dan volgt de diagnose primaire tumor onbekend, PTO. Omdat behandelingen meestal gebaseerd zijn op de plaats waar de kanker is begonnen, staan zorgprofessionals en patiënten voor een dilemma.

Lang zoeken

De diagnose PTO wordt pas gesteld als andere kankersoorten zijn uitgesloten. Daarom duurt de diagnose lang. Als patiënten daar fit genoeg voor zijn, worden veel scans gemaakt, zoals MRI, CT en PET/CT-scan. Slechts 4 op de 10 patiënten met PTO worden behandeld en vaak komt deze behandeling te laat of heeft deze te weinig effect. Zorgprofessionals benadrukken dat er niet ongeremd naar de primaire tumor gezocht moet blijven worden en benadrukken het belang van het gesprek met de patiënt over de slechte vooruitzichten.

Behandelen op basis van DNA-profiel

Het perspectief voor patiënten met PTO kan vooral verbeteren door te behandelen op basis van het DNA-profiel van de tumor. Hiervoor moet het DNA van de uitzaaiing worden getest met moleculaire diagnostiek. Doelgerichte therapie is gericht op afwijkingen in het DNA van tumoren en uitzaaiingen. Daarvoor is het minder belangrijk waar de tumor in het lichaam zit. De afgelopen jaren is doelgerichte therapie vaker ingezet bij patiënten met bijvoorbeeld longkanker of borstkanker, maar dit gebeurt nog amper bij PTO. Dit zou ook bij patiënten met PTO ingezet moeten worden, zodat zij de kans hebben om passende (doelgerichte) therapie te krijgen.  

Ook is de begeleiding vanuit het ziekenhuis belangrijk. Patiënten ervaren veel onzekerheid omdat bevestiging uitblijft en het ziektebeloop onzeker is. Door grote onbekendheid met PTO hebben deze patiënten bovendien vaak te maken met onbegrip vanuit de omgeving.    

Palliatieve zorg

Als patiënten al heel ziek zijn of geen verder onderzoek willen dan stopt de zoektocht. Het organiseren van goede zorg voor de patiënt om symptomen te verlichten is dan belangrijker dan het achterhalen van de plek waar de kanker begonnen is. Deze inzet op goede palliatieve zorg is belangrijk om de patiënt en naasten in de korte resterende tijd zo goed mogelijk te ondersteunen.

Samen naar beter

In het rapport staan tien aanbevelingen om de zorg voor patiënten met een PTO te verbeteren. Daarvoor is kennisdeling nodig, wetenschappelijk onderzoek en financiering daarvan. Ook is er een betere definitie van PTO nodig, met een onderscheid tussen patiënten die te ziek zijn voor verder onderzoek en patiënten bij wie na uitvoerige diagnostiek nog steeds geen primaire tumor is gevonden. Daarnaast is het beschikbaar stellen van moleculaire diagnostiek voor deze patiëntengroep en daarop volgende doelgerichte therapieën cruciaal. Door samenwerking tussen behandelend medisch specialisten en pathologen in regionale en landelijke overleggen, onderzoekers en beleidsmakers kunnen de vooruitzichten voor toekomstige patiënten met een PTO verbeteren.

Patiënteninformatie verbeterd

Aan een belangrijke aanbeveling, het verbeteren van de informatie voor patiënten en belangenbehartiging, is al gewerkt. Informatie voor patiënten op Kanker.nl is bijgewerkt en uitgebreid met meer aandacht voor de onzekerheid rondom de diagnose PTO en de vele zorgprofessionals die hierbij betrokken zijn. Daarnaast is de stem van patiënten en nabestaanden gebundeld in Missie Tumor Onbekend, aangesloten bij het Patiëntenplatform Zeldzame Kankers die hun belangen behartigt. Dit platform is dé plek waar patiënten met een zeldzame kanker of hun naaste terecht kunnen voor herkenning en erkenning. Op de pagina over PTO staan o.a. ervaringsverhalen, tips en doorverwijzingen naar de informatie op Kanker.nl/PTO.

Dit rapport is mogelijk gemaakt door de prof. dr. P. Muntendamprijs voor bijzondere verdiensten op het gebied van de kankerbestrijding, die prof. dr. Peter Huijgens, voormalig bestuurder IKNL in 2015 ontving van KWF Kankerbestrijding.

Download

Lees het rapport Primaire Tumor Onbekend door op onderstaande afbeelding te klikken. 

Gerelateerd

Overleving patiënten met een onbekende primaire tumor onverminderd kort

De overleving van patiënten met gemetastaseerd carcinoom bij wie de primaire tumor onbekend is, is niet verbeterd tussen 2000 en 2012. De mediane overleving is nog steeds slechts 1,7 maanden. Goed nieuws is wel dat het steeds minder vaak voor komt dat de primaire tumor onbekend is. De incidentie is tussen 2000 en 2012 gehalveerd, zo blijkt uit onderzoek van Caroline Loef (IKNL). Het ging in 2012 om ongeveer duizend patiënten per jaar. Waarschijnlijk is de daling toe te schrijven aan introductie van de PET-scan en betere markers. IKNL start een vervolgonderzoek om tot aanbevelingen te komen om de behandeling te verbeteren. 

lees verder

Incidentie onbekende primaire tumoren gedaald; overleving blijft slecht

De incidentie van onbekende primaire tumoren is tussen 2000 en 2012 gedaald in Nederland. Dat blijkt uit een studie van Caroline Loef (IKNL) en collega’s met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De gesignaleerde daling is zeer waarschijnlijk het gevolg van betere diagnostische technieken, waaronder introductie van tumormarkers, genexpressietechnieken, MRI en PET-CT. De overleving van deze patiënten bleef gedurende de onderzoeksperiode erg slecht; variërend van één maand voor onbehandelde tot circa zes maanden voor behandelde patiënten. De slechte overleving hangt mogelijk vooral samen met de leeftijd, fitheid van de patiënt bij diagnose en agressiviteit van de maligniteit. 

lees verder