COVID-19 en kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen

Als gevolg van de COVID-19-pandemie is het aantal kankerdiagnoses in Nederland in de periode maart-mei 2020 sterk gedaald. De daling was bij kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen iets kleiner dan bij veel andere vormen van kanker maar bedroeg in april bijna 30%. Vanaf mei en vooral in juni is het aantal diagnoses weer flink gestegen. Dit blijkt uit voorlopige cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie op basis van diagnoses in de landelijke pathologiedatabase (PALGA).

De daling van het aantal nieuwe tumordiagnoses ten opzichte van januari/februari bedroeg in maart 14%, in april 29% en in mei 11%. De daling in het aantal diagnoses was het grootst bij kanker van de schaamlippen, gevolgd door kanker van baarmoederhals en -lichaam. Bij kanker van de eierstokken was er bijna geen daling.

De daling in het aantal tumordiagnoses hangt mogelijk samen met het feit dat patiƫnten met minder ernstige klachten, zoals een afwijkend plekje op de schaamlippen of vaginaal bloedverlies, bezoek aan de huisarts hebben uitgesteld. Ook is het mogelijk dat huisartsen op het hoogtepunt van de COVID-19-crisis hebben gewacht met een doorverwijzing naar het ziekenhuis. Hoewel klachten bij eierstokkanker vaak pas laat in het ziektebeloop optreden zijn die meestal toch zo ernstig van aard, dat vrouwen met deze klachten zich mogelijk niet gehinderd hebben gevoeld om medische hulp voor deze klachten te zoeken.

In juni was het aantal diagnoses hoger dan normaal, hetgeen een aanwijzing is dat een deel van de uitgestelde diagnoses uit de periode maart-mei met enige vertraging alsnog gesteld zijn. In dit tempo zou de achterstand die in maart-mei is ontstaan in een periode van twee maanden ingelopen kunnen worden.