Studie naar schildklierkanker bij kinderen levert opvallende bevindingen op

Onderzoekers Henrike Karim-Kos, oncologisch epidemioloog bij het Prinses Máxima Centrum en Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), en Hanneke van Santen, kinderendocrinoloog bij het Prinses Máxima Centrum, delen hun opvallendste bevindingen nadat ze bijna 30 jaar aan data over schildklierkanker bij patiënten onder de 25 jaar analyseerden. De data zijn afkomstig uit de Nederlandse Kankerregistratie.

Henrike Karim-Kos publiceerde met haar collega’s een grote overzichtsstudie over kinderen met kanker in de afgelopen dertig jaar. Tijdens dat onderzoek ontdekte ze een zorgwekkende trend. “Toen we naar de incidentie van kinderkanker keken, zagen we bij schildklierkanker iets opvallends gebeuren. In de meest recente periode werd het medullaire type vaker in een gevorderd stadium ontdekt.”

Om deze trend nader te onderzoeken analyseerden de onderzoekers gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie van alle kinderen (0-17 jaar) en jongvolwassenen (18-24 jaar) bij wie schildklierkanker werd vastgesteld tussen 1990 en 2019. Dat waren 839 patiënten in bijna dertig jaar. De onderzoekers keken naar de  belangrijkste typen schildklierkanker: het medullaire (14 procent) en gedifferentieerde type (86 procent).

Piek in incidentie medullaire schildklierkanker

Hoewel de incidentie van medullaire schildklierkanker in bijna dertig jaar afnam – met het gemiddelde jaarlijkse percentage (AAPC) van 4,4 procent – was in de jaren negentig een duidelijke piek te zien. Die kwam voor Van Santen niet als verrassing.

“Medullaire schildkanker zien we vooral bij het MEN-syndroom. Bij dit syndroom is de kans op medullaire schildklierkanker honderd procent en er bestaat eigenlijk geen goede behandeling voor dit type kanker. In de jaren negentig kregen kinderen uit gezinnen met het MEN-syndroom een profylactische schildklierverwijdering aangeboden. Deze piek aan medullair schildklierkanker komt waarschijnlijk door het hogere aantal inhaaloperaties.”

Ook Karim-Kos denkt dat de piek het gevolg is van het screeningseffect. “Als je start met screenen vind je in eerste instantie meer tumoren, dus ook meer maligne tumoren, maar na een tijdje neemt die piek af en vind je door vroege opsporing vooral goedaardige tumoren.”

Overleving medullaire schildklierkanker

Voor medullaire schildklierkanker steeg de 10-jaarsoverleving in bijna dertig jaar van ruim 92 naar 96 procent. Die goede overlevingskans verbaasde Van Santen aangezien er geen goede behandeling voor medullaire schildklierkanker bestaat. “Deze kinderen komen met een knobbeltje in de hals op het spreekuur. Ik vond het opvallend dat ze in deze studie toch zo’n goede levensverwachting hadden.”

Door de effectieve screeningscampagne en profylactische schildklierverwijdering in de jaren negentig bij kinderen met gezinsleden met het MEN-syndroom wordt medullaire schildklierkanker tegenwoordig vooral vastgesteld bij kinderen met het sporadische optredende MEN-syndroom. Dat betekent dat andere familieleden niet zijn aangedaan en genetische screening niet mogelijk was. “Dit verklaart waarschijnlijk waarom we nu het medullaire type vaker in een vergevorderd stadium ontdekken; omdat het onverwacht is,” voegt Karim-Kos toe.

Van Santen vermoedt dat de goede levensverwachting in dit onderzoek verklaard wordt doordat de follow-upduur te kort was. “Als medullaire schildklierkanker op je tiende wordt vastgesteld, is de overleving op dertig jarige leeftijd nog goed. Medullaire schildklierkanker is een langzaam delende tumor waarbij we vaak zien dat patiënten jarenlang torenhoge tumormarkers in hun bloed kunnen hebben, zoals calcitonine, terwijl ze daar vaak weinig klachten van hebben.” Medullaire schildklierkanker ontstaat uit de c-cellen van de schildklier die het hormoon calcitonine aanmaken.

Stijging incidentie gedifferentieerde schildklierkanker

In dertig jaar steeg het aantal kinderen en jongvolwassenen met gedifferentieerde schildklierkanker – AAPC was 2,6 procent. Deze stijging werd eerder al in enkele andere landen gezien. “Uit deze studie blijkt dat gedifferentieerde schildklierkanker ook in Nederland toeneemt. Dat verbaasde me eigenlijk ook,” zegt Van Santen, “want er wordt gedacht dat de stijging van gedifferentieerde schildklierkanker die in andere landen wordt beschreven, zoals Japan of Amerika, deels verklaard wordt door toegenomen screening. In Nederland screenen we echter weinig op schildklierkanker in vergelijking met andere landen, dus deze stijging lijkt toch wel reëel.”

Over mogelijke andere oorzaken van de stijging, zoals omgevingsinvloeden en leefstijlfactoren, kunnen zowel Karim-Kos als Van Santen geen harde uitspraken doen. In hun observationele studie keken ze alleen naar statistische trends en enkel op basis van registratiedata. Er zijn dus geen klinische en etiologische gegevens in het onderzoek meegenomen.

Nieuwe richtlijn schildklierkanker

Voor het gedifferentieerde schildklierkankertype bleef de 10-jaarsoverleving met ruim 98 procent stabiel hoog over een periode van bijna dertig jaar, ondanks dat zo’n 40 procent van de kinderen al uitzaaiingen naar de lymfeklieren had, vooral regionaal.

“Het gedifferentieerde schildklierkankertype is goed te behandelen. Wel is het de vraag hoe agressief we kinderen met radioactief jodium moeten behandelen. Kan het bijvoorbeeld minder agressief zoals we bij volwassenen al doen? Schildklierkanker bij kinderen is wel echt anders dan bij volwassenen, bij kinderen zijn er bijvoorbeeld vaker uitzaaiingen,” zegt Van Santen.

Gelukkig zijn er ook op dit vlak nieuwe ontwikkelingen te melden. Zo adviseert de nieuwe Europese richtlijn al een iets minder agressieve behandeling met minder frequent radioactief jodium dan voorheen.

Incidentie gedifferentieerde schildklierkanker in prepuberale fase

Ongeveer drie kwart van de gedifferentieerde schildkliercarcinomen werd bij meisjes vastgesteld. De onderzoekers zagen deze geslachtsverdeling ook al bij kinderen in de prepuberale fase. Dat is opmerkelijk, want er wordt aangenomen dat het vrouwelijk hormoon oestrogeen een rol speelt bij de groei van gedifferentieerde schildklierkanker. Daarom verwacht men pas zo’n duidelijk verschil in incidentie tussen meisjes en jongens te vinden tijdens de puberteit.

Toch waarschuwt Karim-Kos dat deze bevinding mogelijk op toeval berust. “De aantallen zijn heel erg klein. Misschien hadden we een andere verdeling gevonden als we over een langere periode dan dertig jaar hadden gekeken.”

Vanwege deze kleine aantallen hoopt Van Santen dat er snel een Europese registratie van kinderen met schildklierkanker komt. “Dan kunnen we zien wat er met de cijfers gebeurt als we tien keer deze aantallen hebben.”

Referenties

Het onderzoek naar schildklierkanker:

Lebbink CA, van den Broek MFM, Kwast ABG, Derikx JPM, Dierselhuis MP, Kruijff S, Links TP, van Trotsenburg ASP, Valk GD, Vriens MR, Verrijn Stuart AA, van Santen HM, Karim-Kos HE. Opposite Incidence Trends for Differentiated and Medullary Thyroid Cancer in Young Dutch Patients over a 30-Year Time Span. Cancers (Basel). 2021 Oct 12;13(20):5104.

Het onderzoek naar kinderkanker:

Reedijk AMJ, Kremer LC, Visser O, Lemmens V, Pieters R, Coebergh JWW, Karim-Kos HE. Increasing incidence of cancer and stage migration towards advanced disease in children and young adolescents in the Netherlands, 1990-2017. Eur J Cancer. 2020 Jul;134:115-126.

De Europede richtlijn:

Lebbink CA, Dekker BL, Bocca G, Braat AJAT, Derikx JPM, Dierselhuis MP, et al. New national recommendations for the treatment of pediatric differentiated thyroid carcinoma in the Netherlands, European Journal of Endocrinology, 183(4), P11-P18. Retrieved Mar 4, 2022, from https://eje.bioscientifica.com/view/journals/eje/183/4/EJE-20-0191.xml