Cijfers over vulvakanker

Hieronder vindt u een overzicht van de incidentie-, overlevings-, prevalentie- en sterftecijfers over vulvakanker gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie.

Incidentie vulvakanker

Het aantal nieuwe patiënten met vulvakanker is afgelopen twintig jaar meer dan verdubbeld. Jaarlijks krijgen ongeveer 450 vrouwen de diagnose vulvakanker. De toename van vulvakanker wordt in verband gebracht met de vergrijzende bevolking. Ook de veranderingen in seksueel gedrag, verbeterde diagnostiek en bewustzijn spelen mogelijk een rol in de stijging van het aantal vrouwen met vulvakanker.

Vulvakanker wordt vaak relatief vroeg ontdekt: 60% van alle patiënten heeft bij diagnose stadium FIGO I. De tumor is in dit stadium beperkt tot de vulva en er zijn geen uitzaaiingen. 

Uitleg over stadium

Voor patiënten en hun naasten is op kanker.nl informatie te vinden over de stadia van vulva/schaamlipkanker. Daarin wordt onder andere uitgelegd hoe de FIGO/TNM-indeling werkt. Deze indeling wordt door artsen gebruikt om het stadium van ziekte te bepalen en vormt een belangrijk uitgangspunt voor behandeling en prognose.

Toekomstverkenning incidentie 

Naar verwachting blijft het aantal diagnoses vulvakanker stijgen. Deze stijging is voornamelijk zichtbaar bij vrouwen van 75 jaar en ouder, wat komt door de dubbele vergrijzing. Naar verwachting blijft het risico de komende 20 jaar ongeveer gelijk. Lees meer over de verwachte ontwikkeling van kankerincidentie. 

Prevalentie vulvakanker

In Nederland leven ruim 1700 vrouwen die in de afgelopen 5 jaar de diagnose vulvakanker kregen.

Overleving vulvakanker

Zo’n 78% van alle vrouwen met vulvakanker is vijf jaar na de diagnose nog in leven. Dat betekent dat de overleving bij vulvakanker beter is dan bij eierstokkanker (waarbij circa 43% na vijf jaar nog in leven is). De 10-jaarsoverleving bij vulvakanker is (met circa 67%) wel slechter dan bijvoorbeeld die bij kanker van het baarmoederlichaam (waarbij de 10-jaarsoverleving zo'n 76% is). Het gaat hierbij om de relatieve overleving: de overleving die gecorrigeerd is voor de normale levensverwachting van de Nederlandse bevolking met dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht.

De overleving hangt sterk samen met het stadium van de kanker op het moment van diagnose. Zo is ongeveer 88 procent van de patiënten die op het moment van de diagnose vulvakanker in stadium I hebben, vijf jaar later nog in leven. Bij patiënten met vulvakanker in stadium IV ligt dat percentage rond de 14 procent (zie de tweede grafiek).

Uitleg over stadium

Voor patiënten en hun naasten is op kanker.nl informatie te vinden over de stadia van vulva/schaamlipkanker. Daarin wordt onder andere uitgelegd hoe de FIGO/TNM-indeling werkt. Deze indeling wordt door artsen gebruikt om het stadium van ziekte te bepalen en vormt een belangrijk uitgangspunt voor behandeling en prognose.

Sterfte vulvakanker

Het aantal vrouwen dat sterft aan vulvakanker lag de afgelopen 20 jaar tussen de 76 en 167.

Toekomstverkenning sterfte

Het aantal vrouwen dat overlijdt aan vulvakanker blijft naar verwachting toenemen. Deze stijging komt door de stijging in incidentie en is daarom vooral zichtbaar bij vrouwen van 75 jaar en ouder. Naar verwachting blijft het risico om te overlijden aan vulvakanker nagenoeg gelijk. Lees meer over de verwachte ontwikkeling van kankersterfte. 

Behandeling

Het merendeel van de vrouwen met vulvakanker in FIGO-stadium I-III krijgen als primaire behandeling een operatie. Waarbij een operatie als primaire behandeling enigszins afneemt met de leeftijd.

De meeste vrouwen met FIGO-stadium I/II krijgen naast de operatie geen aanvullende behandeling. Vrouwen met FIGO-stadium III krijgen vooral aanvullende radiotherapie.

Meer informatie en regionale data over de incidentie, behandeling en overleving van vulvakanker vindt u in het rapport Vulvakanker in Nederland (uit september 2026).