nieuws


nieuws

  • Wanneer patiënten met potentieel curabele maagkanker, die een gastrectomie hebben gekregen, binnen twaalf weken na de operatie starten met postoperatieve chemotherapie, dan heeft dat géén nadelig effect op hun algehele overleving. Dat concluderen Hylke Brenkman (UMC Utrecht) en collega’s op basis van een studie met patiëntengegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie over de periode 2010-2014. Dit betekent volgens de onderzoekers dat de wachttijd tussen operatie en aanvang van de postoperatieve chemotherapie veilig kan worden gebruikt om deze patiënten te laten herstellen en de condities te optimaliseren voordat met de postoperatieve behandeling wordt gestart.
    Lees meer
  • De incidentie van het chondrosarcoom is tussen 1989 en 2013 toegenomen van 2,9 naar 8,8 per één miljoen inwoners. Dat blijkt uit onderzoek van Veroniek van Praag (LUMC) en collega’s met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie. Er is vooral een toename in laaggradige tumoren, mogelijk door de introductie van nieuwe, beeldvormende technieken en vergrijzing van de bevolking. Synchroon met de gestegen incidentie nam het aantal curettages toe, maar het veronderstelde preventieve effect van deze behandeling op het aandeel hooggradige tumoren bleef achterwege. Aanvullend onderzoek blijft nodig naar de bijwerkingen en potentiële voordelen van curettages.
    Lees meer
  • Variaties in de primaire behandeling van patiënten met prostaatkanker zijn deels toe te schrijven aan uiteenlopende risicostratificaties en inconsistente aanbevelingen in nationale en internationale richtlijnen. Dat concludeert een groep onderzoekers,  urologen en radiotherapeuten uit Nederland en Finland. Ze vonden onder meer verschillen in het beleid ten aanzien van het actief volgen van patiënten en inzet van brachytherapie en externe radiotherapie. Wat betreft radicale prostatectomie en hormonale therapie zijn de (inter)nationale richtlijnen wel grotendeels consistent. Omdat leeftijd en levensverwachting een grote rol spelen bij de behandelkeuze verdienen deze volgens de onderzoekers een prominentere plaats in klinische richtlijnen.
    Lees meer
  • Movember staat in het teken van de gezondheid van de man in het algemeen en om speciale aandacht te vragen voor prostaatkanker, zaadbalkanker en peniskanker. In het kader van Movember zet IKNL de actuele cijfers voor incidentie en overleving op een rij. Prostaatkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij Nederlandse mannen. Ruim 11.000 mannen hebben deze diagnose in 2017 gekregen. Zaadbalkanker en peniskanker komen minder vaak voor. Respectievelijk, werden bijna 800 en 150 mannen met zaadbalkanker en peniskanker gediagnosticeerd.
    Lees meer
  • Het Briganti-nomogram (2012) en het predictiemodel van het Memorial Sloan Kettering Cancer Center (MSKCC) zijn op dit moment de meest betrouwbare modellen om uitzaaiingen naar de lymfeklieren in de bekkenbodem te voorspellen bij patiënten met prostaatkanker. Dat blijkt uit een studie van Tom A. Hueting (Universiteit Twente) en collega’s gepubliceerd in het tijdschrift European Urology Oncology. De onderzoekers wijzen er op dat de geadviseerde drempelwaarden veelal gebaseerd zijn op zogenaamde ‘expert opinions’ zonder duidelijk onderliggend bewijs van de impact van de diverse drempelwaarden. Daarom is op basis van deze studie aanvullend onderzoek gestart naar de optimale risicodrempel voor uitgebreide lymfeklierdissectie in de bekkenbodem.
    Lees meer
  • De kankersterfte onder vrouwen in Nederland is de hoogste van alle landen in West-Europa. In Europa scoren maar liefst 34 landen beter als het gaat om de kankersterfte onder vrouwen. Slechts in zes Europese landen is deze sterfte hoger dan in Nederland. Dat blijkt uit een publicatie in het European Journal of Cancer. De kankersoorten waar de meeste vrouwen aan overlijden zijn longkanker, darmkanker en borstkanker. Deze kankersoorten komen bij vrouwen in Nederland vaker voor dan elders. Om de kankersterfte terug te dringen zijn daarom verdergaande preventieve maatregelen nodig.
    Lees meer
  • Oudere patiënten met prostaatkanker hebben aanzienlijk minder kans om een ‘behandeling met curatieve intentie’ te krijgen, zoals radicale prostatectomie of radiotherapie. Dit hangt deels samen met het feit dat deze ouderen vaker gediagnosticeerd worden met een ongunstiger ziektebeeld. Maar ook na correctie voor specifieke ziektekenmerken, risicoprofiel en comorbiditeiten is de kans kleiner dat ouderen met prostaatkanker een behandeling met curatieve intentie krijgen vergeleken met jongere patiënten. Mede daardoor is de relatieve overleving van deze ouderen lager dan van jongere patiënten met prostaatkanker, blijkt uit onderzoek van Robin Vernooij (IKNL) en collega’s.
    Lees meer
  • Patiënten met stadium cT3-4aN0M0 blaaskanker die neo-adjuvante chemotherapie en een radicale cystectomie kregen, hebben een betere algehele overleving dan patiënten die uitsluitend zijn behandeld met radicale cystectomie. Bij patiënten met cT2N0M0 blaaskanker werd geen overlevingsvoordeel gevonden. Dat blijkt uit onderzoek van Tom Hermans (NKI-AvL) en collega’s met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie. Verder suggereren de onderzoekers op basis van de uitkomsten van deze studie dat meer maatwerk nodig is bij het gebruik van peri-operatieve chemotherapie waarbij toepassing van neo-adjuvante chemotherapie bij patiënten met cT3-4aN0M0 blaaskanker sterk aanbevolen wordt.
    Lees meer
nieuwsbrieven
U kunt zich abonneren op de nieuwsbrieven van IKNL via onderstaande knop.

volg ons: