nieuws


nieuws

  • Sinds de centralisatie van chirurgische zorg voor patiënten met gevorderd epitheliaal ovariumcarcinoom in 2012 is de chirurgische variatie tussen ziekenhuizen in Nederland verdwenen. Dat betekent dat de beslissing over wel of geen operatie niet langer afhankelijk is van het ziekenhuis waar de initiële diagnose is gesteld, maar vooral gebaseerd is op patiënt- en tumorkenmerken. Maite Timmermans (IKNL) en collega’s stellen vast dat sprake is van toegenomen bewustzijn over het belang van cytoreductieve chirurgie op de prognose van deze patiënten, ook in niet-chirurgische centra. Dit heeft er mede toe bijgedragen dat de uitkomsten van chirurgische behandeling en overleving van geopereerde vrouwen met epitheliaal ovariumcarcinoom in recente jaren is verbeterd.
    Lees meer
  • Het PREDICT-model (versie 2.0) geeft een betrouwbare prognose van de algehele 5- en 10-jaarsoverleving bij de meeste patiënten met borstkanker in Nederland. De prognose van de algehele 5- en 10-jaarsoverleving bij patiënten met een negatieve oestrogeenreceptor vergt echter wel een zorgvuldige interpretatie. Dat concluderen  Marissa van Maaren (IKNL, Universiteit Twente) en collega’s uit Nederland, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in de European Journal of Cancer. Ook ten aanzien van de algehele 10-jaarsoverleving bij patiënten van 75 jaar en ouder, patiënten met T3-tumoren en patiënten bij wie endocriene therapie en chemotherapie wordt overwogen is omzichtige interpretatie wenselijk.
    Lees meer
  • Patiënten van 75 jaar en ouder met uitgezaaide alvleesklierkanker die tussen 2005 en 2013 zijn behandeld met chemotherapie hadden, ondanks de beperkte inzet van chemotherapie op deze leeftijd, een slechtere overleving vergeleken met jongere patiënten die met chemotherapie zijn behandeld. Dat blijkt uit onderzoek van Lydia van der Geest (IKNL) en collega’s met behulp van data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De onderzoekers stellen dat het noodzakelijk is betere definities op te stellen voor geriatrische kenmerken en bijkomende ziekten, zodat de (in)tolerantie van chemotherapie nauwkeuriger kan worden voorspeld. Ook zijn er chemotherapieregimes nodig die beter door oudere patiënten worden verdragen.
    Lees meer
  • Dunnedarmadenocarcinoom is een zeldzame vorm van kanker. Patiënten met deze maligniteit krijgen vaak te maken met synchrone peritoneale metastasen. Uit onderzoek van Laura Legué (Catharina Ziekenhuis, IKNL) en collega’s blijkt dat behandeling van uitzaaiingen in het buikvlies kan bijdragen aan een toename van de overleving bij geselecteerde patiënten. Met name behandeling met cytoreductieve chirurgie in combinatie met hyperthermische intraperitoneale chemotherapie (CRS+HIPEC) leidde bij een zeer kleine groep patiënten tot een mediane overleving van 32 maanden. De onderzoekers verwachten dat een multidisciplinaire benadering en betere selectie van patiënten die baat kunnen hebben bij behandeling, waaronder CRS+HIPEC, kan bijdragen aan een betere prognose.
    Lees meer
  • Een ruime meerderheid (82%) van de Nederlandse kinderen en jongvolwassenen met kanker kreeg tussen 2004 en 2013 een behandeling op een kinderoncologische afdeling van een academisch ziekenhuis. Van de overige behandelingen vond 12% plaats op een andere afdeling van een academisch centrum en 6% in een niet-academisch centrum, zo blijkt uit onderzoek van Ardine Reekdijk (Prinses Máxima Centrum) en collega’s. De keuze voor een behandellocatie hangt mede af de leeftijd van de patiënt, het tumortype en stadium bij diagnose. Hoewel de onderzoekers onder 15 tot 17-jarigen een toename zagen van het aandeel behandelingen in kinderoncologische centra, pleiten ze voor nog actievere samenwerking met andere centra.
    Lees meer

  • Er bestaat grote variatie tussen Nederland en België én binnen deze landen als het gaat om de behandeling van patiënten met niet-operabel (stadium III) niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC). Dat blijkt uit een observationele, population-based studie van Iris Walraven (NKI-AvL) en collega’s, waarin de verschillen tussen gelijktijdige en sequentiële chemoradiotherapie zijn onderzocht. De keuze voor sequentiële chemoradiotherapie bij deze patiënten hing significant samen met een hogere leeftijd en een gevorderd stadium van de ziekte. Volgens de onderzoekers is aanvullend onderzoek nodig om tot een betere behandelstrategie te komen voor individuele patiënten met gevorderd stadium van NSCLC.
    Lees meer
  • Behandeling van patiënten met gevorderd stadium van niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) is complex. Chemoradiotherapie is veruit de meest gebruikte behandeling in Nederland bij patiënten met stadium III niet-kleincellig longcarcinoom. Met adequate stadiëring kan worden voorkomen dat patiënten worden uitgesloten die mogelijk baat kunnen hebben van chirurgie. Dat is een van de aanbevelingen in het proefschrift waarop Christian Dickhoff 8 december 2017 promoveert aan de VU in Amsterdam. Daarin gaat hij ook in op chemoradiotherapie bij oudere patiënten, trimodale therapie bij stadium IIIA niet-kleincellig longcarcinoom, opties bij een recidief en persisterende ziekte en kans op complicaties bij chirurgie.
    Lees meer
  • Overlevers van dikkedarmkanker met een hogere BMI en een verhoogde middelomtrek rapporteren een slechter functioneren, een lagere algehele gezondheidsstatus en meer vermoeidheidssymptomen. Verder blijkt een verhoogde middelomtrek geassocieerd te zijn met een lager fysiek en sociaal functioneren, ongeacht de BMI-status. Dat staat te lezen in een publicatie van Pauline Vissers (IKNL) en collega’s in Nutrition and Cancer. De onderzoekers doen de aanbeveling om bij toekomstig onderzoek naar kwaliteit van leven rekening te houden met de BMI en middelomtrek. In studies ter preventie van overgewicht dient daarom naast gewichtsverlies, ook gelet te worden op de vermindering van het buikvet.
    Lees meer
Nieuwsbrieven
U kunt zich abonneren op de nieuwsbrieven van IKNL via onderstaande knop.

volg ons: