Europese verschillen in incidentie en sterfte melanoom

13-05-2019
Uit gegevens van kankerregistraties uit 18 Europese landen blijkt dat de incidentie van invasieve en in situ melanomen is toegenomen tussen 1995 en 2012. De trends in incidentie verschilden aanzienlijk tussen de Europese landen, waarbij de groei in incidentie in Nederland uitzonderlijk groot was. 

Sacchetto en collega’s analyseerden trends in incidentie van dikke, dunne en in situ melanomen, gepubliceerd in het European Journal of Cancer. Zij gebruikten data over de periode 1995-2012 van achttien Europese population-based registraties, waarvan zeven (zoals Nederland) met landelijke dekking. De onderzoekers vonden in het algemeen in Europa een statistisch significante toename in incidentie van zowel invasieve als in situ melanomen. Bij invasieve melanomen was er sprake van een gemiddelde jaarlijkse procentuele verandering van 4,0% voor mannen en 3,0% voor vrouwen. Bij in situ melanomen was dit 7,7% voor mannen en 6,2% voor vrouwen. De toegenomen incidentie van invasieve melanomen wordt vooral toegeschreven aan dunne melanomen (10,0% voor mannen en 8,3% voor vrouwen), hoewel ook de incidentie van dikke melanomen toenam.   

Grote variatie

Bovenstaande cijfers zijn Europese gemiddelden; de trends in incidentie verschilden aanzienlijk tussen de deelnemende registraties. Nederland scoort, met name qua toename van mannen met een invasief melanoom, opvallend hoog en blijkt daarnaast ook hoog te scoren wat betreft de toename in sterfte.

Al langer scoort Nederland hoog bij vergelijkingen van Europese kankerregistraties, zie bijvoorbeeld de publicatie van het European Cancer Observatory (EUCAN) uit 2012. Ook recentere cijfers, schattingen over 2018 op basis van de Europese kankerregistraties, samengebracht in het European Cancer Information System (ECIS) , bevestigen het beeld. Van dertig Europese landen behoort Nederland bij de landen met de hoogste incidentie van melanomen. Nederland heeft op Noorwegen na de hoogste incidentie, zie onderstaand figuur. Ook de sterfte aan melanoom is in Nederland bovengemiddeld (vijfde van de dertig landen). De volledige incidentie- en sterftecijfers voor melanoom in Nederland vergeleken met andere Europese landen zijn ook te vinden op Volksgezondheidinfo.nl .

figuur Europese verschilllen in incidentie en sterfte melanoom

Dat de Noord- en West-Europese cijfers verschillen van die in Zuid- en Oost-Europa is redelijkerwijs te verklaren. Opvallend is echter dat Nederland bij de ECIS cijfers ook ‘hoger’ scoort dan omringende landen als Duitsland en België; landen met op het oog zowel redelijk vergelijkbare huid- en weertypen (blootstelling aan zon) als een redelijk vergelijkbaar niveau van gezondheidszorg.

Zoeken naar verklaringen  

Bovenstaande constatering prikkelt tot het zoeken naar mogelijke verklaringen voor deze verschillen. Duitse onderzoekers (Augustin et al, Der Hautartzt, december 2016) suggereerden een langere (deels andere) traditie op het gebied van (primaire en secundaire) preventie en de directe toegang tot dermatologen als potentiële determinanten van de betere overlevingscijfers bij onze oosterburen.

Inmiddels werken LUMC en IKNL (samen met collega’s van de Universiteit Leuven en de Belgische kankerregistratie) aan een onderzoek om ook de overeenkomsten en verschillen met onze zuiderburen nader onder de loep te nemen.

Werken aan verbetering

Tegelijkertijd wordt op verschillende fronten gewerkt aan verbetering van de praktijk. Zo is er sinds 2017 een standaard voor huisartsen over verdachte huidafwijkingen. De implementatie daarvan middels bij- en nascholing wordt tevens aangegrepen als aanjager om de rol van huisartsen bij de vroegtijdige herkenning van melanomen te verbeteren. En een consortium van partijen waaronder RIVM, KNMI, KWF en NVDV ontwikkelt, in opdracht van het Ministerie van VWS, een Zonkracht-actieplan om op langere termijn de stijgende incidentie een halt toe te roepen.  

volg ons: