Betrouwbare prognose bij gevorderde dikkedarmkanker met QLQ-C30

24-10-2016
Het beoordelen van het fysiek functioneren van patiënten met gevorderde dikkedarmkanker met behulp van een door henzelf ingevulde QLQ-C30-vragenlijst levert een betrouwbare, prognostische waarde op. De uitkomsten van deze vragenlijst zijn zelfs superieur aan de WHO-performance status die door artsen wordt afgenomen. Dat concluderen Linda Mol (IKNL) en collega’s van Radboudumc, UMCU en AMC in de European Journal of Cancer. De onderzoekers adviseren om de QLQ-C30-vragenlijst voortaan als stratificatieinstrument te gebruiken bij het selecteren van patiënten voor eventuele deelname aan klinische trials in plaats van de WHO-performance status.

De WHO-performance status is een gevestigde prognostische factor bij patiënten met gevorderde kanker en wordt gewoonlijk afgenomen door de behandelend arts. De QLQ-C30-vragenlijst van de European Organisation for Research and Treatment of Cancer (EORTC), die door patiënten zelf wordt ingevuld, is een gevalideerd instrument om de kwaliteit van leven te beoordelen. Subjectiviteit speelt een rol bij de evaluatie van beide vragenlijsten. Directe vergelijkingen van deze data zijn bovendien schaars.

Prognostische waarde
Linda Mol en collega’s vergelijken in deze studie de prognostische waarde van de WHO-performance status op de algehele overleving ten opzichte van het fysiek functioneren volgens de QLQ-C30-vragenlijst bij patiënten met gevorderde dikkedarmkanker bij aanvang van deelname aan de CAIRO-studie, een prospectieve, gerandomiseerde fase-3-trial.

De patiënten werden verdeeld in twee groepen op basis  van de QLQ-C30-vragenlijst (fysiek functioneren). De uitslag van deze vragenlijst werd als 'goed' beschouwd indien de score meer was dan 66,7% en 'slecht' bij 66,7% of minder. De resultaten werden bevestigd in de CAIRO2-studie, een later uitgevoerde fase-3-studie bij patiënten met gevorderde dikkedarmkanker.

Score op mediane, algehele overleving
De mediane, algehele overleving van patiënten met een "goede” score en een “slechte” score op de QLQ-C30-vragenlijst met de WHO-performance status 0 was 20,3 maanden (n = 300) respectievelijk 10,4 maanden (n = 44). Bij patiënten met een WHO-performance status 1 was de algehele overleving 16,8 maanden (n = 125) respectievelijk 10,1 maanden (n = 63). En bij patiënten met WHO-performance status 2 lag de algehele overleving op 16,2 maanden (n = 11) respectievelijk 9,9 maanden (n = 12).

Een Cox-regressiemodel, waarbij ook andere prognostische factoren werden betrokken, toonde aan dat een “goede” versus “slechte” score op de QLQ-C30-vragenlijst een significant prognostische waarde heeft voor de algehele overleving van patiënten met gevorderde dikkedarmkanker (0,57; 95% betrouwbaarheidsinterval 0,46-0,72). Dit gold niet voor de WHO-performance status. Ook deze resultaten werden bevestigd in de CAIRO2-studie.

Conclusies en discussie
Linda Mol en collega’s concluderen dat de uitkomsten van deze studie aantonen dat het beoordelen van het fysiek functioneren van patiënten met gevorderde dikkedarmkanker met behulp van de QLQ-C30-vragenlijst superieur is in termen van prognostische waarde in vergelijking met de WHO-performance status die door artsen wordt afgenomen. Op basis van deze bevindingen adviseren de onderzoekers om de score op de QLQ-C30-vragenlijst als stratificatieinstrument te gebruiken bij aanvang van eventuele deelname aan een klinische trial in plaats van de WHO-performance status.

In de discussie wijzen de onderzoekers er onder andere op dat de score op fysiek functioneren volgens de QLQ-C30-vragenlijst een belangrijke beperking kent, namelijk het subjectieve karakter. Dit kan zowel een rol spelen bij de arts als bij de patiënt. In een andere studie (Blagden et al.) is onderzoek gedaan naar verschillen en overeenkomsten bij de beoordeling van de performance status van de Eastern Cooperative Oncology Group (ECOG) onder patiënten en artsen. Daaruit blijkt dat artsen vaker een betere score toekennen aan patiënten dan patiënten aan zichzelf. Dit verschijnsel is bevestigd in een studie van Schnadig et al.

Patiëntgerapporteerde scores superieur
Ondanks deze kanttekening kunnen deze subjectieve parameters volgens de onderzoekers toch worden gevalideerd door objectieve uitkomstmaten zoals algehele overleving te betrekken bij de evaluatie. Hoewel in deze en andere studies de beoordeling van de performance status door patiënten én artsen sterk wordt geassocieerd met overleving, laten de data in de huidige studie zien dat patiëntgerapporteerde scores op kwaliteit van leven bij aanvang superieur zijn aan de WHO-performance status afgenomen door artsen.

  • Mol L, Ottevanger PB, Koopman M, Punt CJ: ‘The prognostic value of WHO performance status in relation to quality of life in advanced colorectal cancer patients’.
  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

volg ons: