Oorzaken incomplete stadiëring eierstokkanker opgespoord met PRISMA-analyse

11-10-2016
De Werkgroep Gynaecologische Oncologie (WOG) heeft in samenwerking met IKNL de oorzaken van incomplete stadiëring bij eierstokkanker opgespoord. Hierbij is gebruik gemaakt van de PRISMA-methode. Het blijkt dat incomplete stadiëring voornamelijk wordt veroorzaakt doordat professionals niet overtuigd zijn van bepaalde aanbevelingen in de richtlijn ovariumcarcinoom. Het gaat hierbij om unilaterale in plaats van bilaterale lymfklierdissectie en het niet of gedeeltelijk afnemen van aanbevolen biopten. In overleg met betrokkenen zijn verbetervoorstellen opgesteld en naar de Commissie Richtlijnen Gynaecologische Oncologie (CRGO) gestuurd.

Het PRISMA-project ovariumcarcinoom, waarbij onderzoek is gedaan naar de oorzaken van incomplete stadiëring bij vrouwen met een laag stadium van ovariumcarcinoom, is gehouden in vijf ziekenhuizen verspreid over Nederland en werd kort voor de zomer van 2016 afgerond. Aanleiding voor het project was de constatering dat uit een evaluatie van de richtlijn ovariumcarcinoom in 2013 is gebleken dat, ondanks aanbevelingen in de richtlijn, het aantal compleet gestadiëerde patiënten met een laag stadium ovariumcarcinoom opvallend laag was (65%). Verder bleek dat bij 91% van de incompleet gestadiëerde patiënten niet duidelijk was waarom de richtlijn niet is gevolgd.

Methodiek

Het project werd uitgevoerd volgens de PRISMA-methode (Prevention and Recovery Information System for Monitoring and Analysis) in samenwerking met de WOG onder begeleiding van IKNL. De PRISMA-methode is een manier om aan de hand van casuïstiek oorzaken van (bijna-) incidenten te achterhalen. Aan de hand hiervan kunnen verbeterpunten worden opgesteld.

Resultaten

In totaal zijn tijdens dit project de dossiers van 62 patiënten besproken. De oorzaken van incomplete stadiëring werden geclassificeerd naar menselijke, organisatorische, technische en patiëntgerelateerde factoren. De meeste oorzaken zijn terug te voeren op menselijk handelen, zoals het niet overtuigd zijn van bepaalde onderdelen van de stadiëringsoperatie die in de richtlijn wordt aanbevolen (unilaterale in plaats van bilaterale lymfklierdissectie en niet of gedeeltelijk afnemen van aanbevolen biopten).

Oorzaken van incomplete stadiëring hadden ook te maken met het niet juist uitvoeren van sommige taken, waaronder het vergeten  van biopten, spoelvocht en het niet vermelden van afname biopten in operatie- en pathologieverslagen. Daarnaast komen patiëntgerelateerde factoren vaak voor als oorzaak van incomplete stadiëring, zoals type of graad van de tumor, waarvoor toch al adjuvante chemotherapie wordt gegeven of sterke adhesies bestaan die een complete stadiëring onmogelijk maken.

Aanbevelingen

In overleg met de betrokken professionals zijn aanbevelingen opgesteld ter verbetering van de richtlijn en naar de Commissie Richtlijnen Gynaecologische Oncologie (CRGO) gestuurd. Het gaat onder andere over het gebrek aan overtuigende bewijsvoering voor een aantal onderdelen in de richtlijn, waaronder bilaterale lymfklierdissectie en aanbevolen biopten. Ook zijn aanbevelingen gedaan met betrekking tot het formuleren van kennishiaten en voorstellen gedaan voor wetenschappelijk onderzoek om meer overtuigend bewijs te krijgen voor specifieke taken.

Om te voorkomen dat bepaalde handelingen tijdens de stadiëringsoperatie worden vergeten, wordt het opstellen van een checklist aanbevolen, evenals het ontwikkelen van een gestandaardiseerd digitaal operatieverslag. De aanbevelingen zijn inmiddels besproken met de WOG en de CRGO.

 

volg ons: