Behandeling & overleving tweede primaire longkanker na hoofd-halskanker

24-04-2016

Patiënten die na behandeling van hoofd-halskanker een vroeg stadium van een tweede, primaire longkanker ontwikkelen, krijgen in Nederland steeds vaker radiotherapie aangeboden. Het aandeel chirurgie nam bij deze patiënten tussen 1997 en 2011 juist af. Dat blijkt uit onderzoek van Alex Louie (VUmc), Ronald Damhuis (IKNL) en collega’s. Uit analyses blijkt dat er ná 2005 geen verschil in algemene overleving werd gezien tussen chirurgie en radiotherapie. Dit wijst er op dat beide behandelmogelijkheden na 2005 even effectief zijn. Volgens de onderzoekers ondersteunen de resultaten het idee dat een radicale behandeling overwogen moet worden bij een vroeg stadium van een tweede, primaire longkanker na hoofd-halskanker.

Roken is een belangrijke risicofactor voor zowel hoofd-halskanker als longkanker. Na succesvolle behandeling van hoofd-halskanker bestaat een aanzienlijke kans op het ontwikkelen van tweede, primaire tumoren, waaronder longkanker. Het doel van deze studie was de behandelpatronen en resultaten te evalueren van patiënten met een vroeg stadium van een tweede, primaire longkanker na hoofd-halskanker in Nederland. Gedetailleerde gegevens van patiënten die tussen 1997 en 2011 werden gediagnosticeerd met ofwel een eerste longkanker of een tweede longkanker na een hoofd-hals (plaveiselcelcarcinoom) werden verzameld in de databank van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR).  

Studieopzet en resultaten
De overleving van deze patiënten werd vergeleken tussen groepen patiënten behandeld vóór en ná 2005. Vanaf 2005 is namelijk een verbeterde vorm van radiotherapie beschikbaar in Nederland. Met behulp van univariabele en multivariabele Cox-regressiemodellen bepaalden de onderzoekers welke prognostische factoren een rol spelen bij de algemene overleving bij patiënten met een eerste longkanker of een tweede, primaire longkanker na hoofd-halskanker.

In totaal werden 21.648 patiënten geïncludeerd, van wie 21.032 met een eerste longkanker en 616 met een tweede, primaire longkanker na hoofd-halskanker. Het aandeel chirurgie bij een vroeg stadium van tweede, primaire longkanker na hoofd-halskanker nam significant af in de tijd (bereik 71-44%, p <0,001), terwijl het aandeel radiotherapie steeg (bereik 17-41%, p <0,001).  

Behandeling en overleving
Vóór 2005 was de algemene overleving na chirurgie significant beter in vergelijking met radiotherapie. Ná 2005 werd geen verschil in de algemene overleving waargenomen tussen chirurgie en radiotherapie (p = 0,116). De onderzoekers zagen verder geen significante verbetering van de overleving bij chirurgische behandeling (p = 0,751) of palliatieve zorg (p = 0,306).

Ten aanzien van radiotherapie werd wel een aanzienlijke verbetering gezien in de algemene overleving (p = 0,049). Multivariabele modellen toonden aan dat leeftijd, T-stadium, lokalisatie van hoofd-halskanker en behandelwijze geassocieerd zijn met een slechtere langetermijnoverleving.  

Conclusies en discussie
Alex Louie en collega’s concluderen op basis van de uitkomsten van deze studie dat overlevenden van hoofd-halskanker met een vroeg stadium van een tweede, primaire longkanker in Nederland minder vaak chirurgie krijgen aangeboden en dat na 2005 de mogelijkheden van radiotherapie beter worden benut. De onderzoekers zagen na 2005 echter geen verschillen in algemene overleving tussen patiënten die ofwel een operatie ofwel radiotherapie kregen. Dit wijst erop dat beide behandelmodaliteiten even effectief zijn.  

De uitkomsten van dit onderzoek ondersteunen de opvatting dat bij patiënten die na hoofd-halskanker een vroeg stadium van een tweede, primaire longkanker ontwikkelen, een radicale behandeling met chirurgie of radiotherapie overwogen moet worden. Verder onderschrijven de resultaten het belang van gerichte nacontrole bij patienten met hoofd-halskanker.

Hoewel dit tot dusver de grootste, gerapporteerde studie is over tweede longkankers na hoofd-halskanker, ontbreken in deze studie individuele patiëntgegevens over onder meer comorbiditeiten, rookstatus en details over de (eerdere) behandeling van hoofd-halskanker en de lokalisatie van de longlaesie (centraal versus perifeer). In de discussieparagraaf sluiten de onderzoekers daarom niet uit dat de verbeterde overleving die in de tijd bij patiënten met radiotherapie is waargenomen, deels verklaard kan worden door selectie en een relatief groter aandeel fittere patiënten.

  • Louie AV, Damhuis RA, Haasbeek CJ, Warner A, Rodin D, Slotman BJ, Leemans CR, Senan S.: ‘Treatment and survival of second primary early-stage lung cancer, following treatment of head and neck cancer in the Netherlands’.
  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl  


 

volg ons: