Adjuvante chemotherapie en overleving hoog-risico stadium II darmkanker

24-04-2016
Adjuvante chemotherapie bij patiënten met hoog-risico stadium II dikkedarmkanker lijkt alleen bij patiënten met een pathologische T4 (pT4) geassocieerd te zijn met een betere overleving. Voor de andere hoog-risicofactoren (slecht of ongedifferentieerde tumoren, een spoedoperatie of minder dan tien onderzochte lymfeklieren) is geen verband gevonden tussen adjuvante chemotherapie en toename van de overleving. Dat blijkt uit een studie van Sarah Verhoeff (Jeroen Bosch Ziekenhuis) en collega’s. De onderzoekers stellen voor om de risicofactoren bij stadium II dikkedarmkanker te herzien, zodat een adequate selectie van patiënten kan profiteren van adjuvante chemotherapie.

Volgens internationale richtlijnen kan adjuvante chemotherapie overwogen worden bij patiënten met hoog-risico stadium II dikkedarmkanker. Deze risicofactoren zijn pT4, slecht gedifferentieerde of ongedifferentieerde tumoren, vasculaire invasie, obstructie of perforatie bij presentatie en/of evaluatie van minder dan tien lymfeklieren. In deze studie is het effect van adjuvante chemotherapie geëvalueerd op de overleving voor elke, thans bekende risicofactor. Alle patiënten met een hoog-risico stadium II dikkedarmkanker die tussen 2008 en 2012 in Nederland werden gediagnosticeerd en een resectie kregen, werden in de studie opgenomen.

Studieopzet en resultaten
Na stratificatie voor risicofactoren (waarbij vasculaire invasie niet kon worden meegenomen) werd een Cox-regressiemodel gebruikt om onafhankelijke verbanden aan te tonen tussen adjuvante chemotherapie en de kans om te overlijden. Relatieve overleving werd gebruikt om een inschatting te maken van de ziektespecifieke overleving. Van de 10.935 geïncludeerde patiënten met stadium II dikkedarmkanker werden 4.940 patiënten geïdentificeerd als patiënten met een hoog-risico, van wie 790 patiënten (16%) adjuvante chemotherapie kregen.

Analyses toonden aan dat patiënten met een pT4 vaker (37%) adjuvante chemotherapie ontvingen dan patiënten in de andere hoog-risicogroepen. De kans op overlijden bij patiënten met pT4 die chemotherapie ontvingen, was lager in vergelijking met patiënten die niet met chemotherapie werden behandeld. De 3-jaars overleving was respectievelijk 91% versus 73% (hazard ratio 0,43, 95% betrouwbaarheidsinterval: 0,28-0,66).

Relatief risico
Het relatieve overlijdensrisico was ook lager voor patiënten met een pT4 die chemotherapie ontvingen in vergelijking met patiënten zonder chemotherapie (3-jaarsoverleving respectievelijk 94% versus 85%, relatief risico 0,36; 95% betrouwbaarheidsinterval: 0,17-0,74). Voor patiënten met uitsluitend een slecht gedifferentieerde of ongedifferentieerde tumor, een spoedoperatie of minder dan tien geëvalueerde lymfeklieren, werd geen verband waargenomen tussen het geven van adjuvante chemotherapie en overleving.

Sarah Verhoeff en collega’s concluderen dat adjuvante chemotherapie bij patiënten met hoog-risico stadium II dikkedarmkanker alleen bij stadium pT4 geassocieerd is met een hogere overleving. Bij de andere onderzochte hoog-risicofactoren werd geen verband gevonden tussen adjuvante chemotherapie en de (relatieve) overleving. Echter, vanwege de observationele aard van de studie, dienen deze bevindingen voorzichtig geïnterpreteerd te worden.

Prospectieve studie pT4
Om onnodige toxiciteit door toediening van chemotherapie te voorkomen, is een herziening van de hoog-risicofactoren en een verdere verfijning van subgroepen van patiënten met stadium II dikkedarmkanker die profijt kunnen hebben van adjuvante chemotherapie wenselijk. Meer specifiek stellen de onderzoekers daarom voor verdergaande analyses uit te voeren naar niet-pT4 tumoren in een prospectieve studie.

  • Verhoeff SR, van Erning FN, Lemmens VE, de Wilt JH, Pruijt JF. ‘Adjuvant chemotherapy is not associated with improved survival for all high risk factors in stage II colon cancer.’
  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

volg ons: