Meer aandacht nodig voor inbreng patiënten tijdens follow-up borstkanker

24-06-2019

Patiënten met borstkanker worden momenteel niet bij alle beslissingen betrokken tijdens de follow-up. Volgens Kelly de Ligt (IKNL) en collega’s is er meer aandacht nodig voor de inbreng van patiënten bij beslissingen waar dat relevant en mogelijk is. Het personaliseren van de nazorg kan bijdragen aan grotere relevantie en waarde voor individuele patiënten, maar is ook relevant vanuit financieel oogpunt. In diverse studies wordt het verbeteren van de informatievoorziening als voorwaarde genoemd inclusief inzet van hulpmiddelen om de informatiekloof te overbruggen. Want échte betrokkenheid van patiënten vereist dat zij over het best beschikbare bewijsmateriaal beschikken, inclusief details over voordelen en risico's.

De huidige follow-up-procedures voor borstkanker voldoen niet optimaal aan de behoeften van individuele patiënten. Daarom zijn in deze studie de voorkeuren en betrokkenheid van patiënten onderzocht rond beslissingen over de follow-up om de kansen voor gepersonaliseerde zorg bij borstkanker te verkennen.

Opzet en bevindingen

De onderzoekers extraheerden studies uit MEDLINE, PsycINFO en EMBASE die tussen 2008 en 2017 zijn verschenen en identificeerden vervolgens beslissingscategorieën met betrekking tot inhoud en vorm van de follow-up. Ook stelden ze criteria op voor de voorkeuren en betrokkenheid van patiënten en gingen aan de hand hiervan na in hoeverre beslissingen gevoelig waren voor de voorkeuren en betrokkenheid van patiënten.


In totaal werden 41 studies opgenomen in de full-text-analyse. De onderzoekers identificeerden binnen deze verzameling vier beslissingscategorieën:

  • surveillance voor terugkerende / secundaire borstkanker
  • consultatie over fysieke en psychosociale effecten
  • ·vermindering van het recidiefrisico met anti-hormonale behandeling
  • ·verbeteren van de kwaliteit van leven na borstkanker

Er was weinig bewijs aanwezig in de literatuur dat artsen bij beslissingen over anti-hormonale behandelingen, menopauzale klachten en vervolgconsulten rekening hielden met de voorkeuren van patiënten. Bij beslissingen over borstreconstructies, die als zeer gevoelig voor patiëntvoorkeuren worden beschouwd, waren patiënten meestal wel voldoende betrokken.

Conclusie en aanbevelingen

Kelly de Ligt en collega’s concluderen dat patiënten momenteel niet bij alle beslissingen worden betrokken die hen kunnen beïnvloeden tijdens de follow-up. Volgens de onderzoekers is meer aandacht nodig voor de rol en betrokkenheid van patiënten bij beslissingen waarbij hun inbreng relevant en mogelijk is. Het verder personaliseren van de nazorg kan leiden tot grotere relevantie en waarde van deze zorg voor individuele patiënten. Verdere personalisatie van de nazorg is niet alleen relevant voor patiënten, maar ook vanuit financieel oogpunt. Mogelijk kan op deze manier een bijdrage worden geleverd aan meer verantwoord gebruik van de gezondheidszorg.

Als voorbeeld van goede praktijk van follow-up wordt het proces rond uitgestelde borstreconstructies genoemd. In diverse studies wordt verbetering van de informatievoorziening als voorwaarde genoemd en inzet van hulpmiddelen om de informatiekloof te overbruggen. Echte betrokkenheid van patiënten bij het besluitvormingsproces vereist dat patiënten het beste beschikbare bewijsmateriaal krijgen, inclusief details over de risico's en voordelen. Wanneer het bewijs voor een bepaalde beslissing laag is, zoals bij het nemen van beslissingen over het verlichten van menopauzeklachten, dient deze onzekerheid door artsen worden aangegeven.

volg ons: