Prognose aantal resterende levensjaren oudere patiënt met dikkedarmkanker

26-04-2019

Het bepalen van het aantal potentieel verloren levensjaren ten gevolge van een ziekte (years of life lost; YLL) is een nieuwe methode om de prognose van patiënten te schatten en biedt aanknopingspunten voor gedeelde besluitvorming tussen arts en patiënt. Een patiënt van 80 jaar en ouder met dikkedarmkanker sterft bijvoorbeeld gemiddeld 2,2 jaar eerder in vergelijking tot leeftijdsgenoten uit de algemene bevolking. Voordat met dit model betrouwbare, individuele prognoses aan patiënten gegeven kunnen worden, is aanvullend onderzoek nodig. Met name naar de impact van comorbiditeiten en kwetsbaarheid (frailty), concludeert een internationale groep onderzoekers in de World Journal of Surgery.

Een vergrijzende bevolking in combinatie met een verhoogde incidentie van dikkedarmkanker onder ouderen leidt tot een steeds hogere prevalentie van deze ziekte onder ouderen. Het gevolg van deze ontwikkeling is dat het aantal vragen van patiënten over het resterend aantal levensjaren eveneens toeneemt.

Nederlandse Kankerregistratie

Om deze vragen beter te kunnen beantwoorden, maakten de onderzoekers een schatting van het aantal resterende levensjaren na diagnose. Ze gebruikten hiervoor gegevens van 32.568 Nederlandse patiënten met dikkedarmkanker van 80 jaar en ouder uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en vergeleken deze met een cohort personen uit het landelijke bevolkingsregister met overeenkomstige leeftijd en geslacht. Het aantal resterende levensjaren werd gecorrigeerd voor comorbiditeiten. Het ‘number needed to treat’ (NNT) werd als maat gehanteerd om het effect van chirurgische behandeling vast te stellen.

Resultaten

Uit de analyses blijkt dat 75% van de patiënten na een chirurgische behandeling tot 1,3 resterende levensjaren had ten opzichte van de patiënten die geen chirurgische behandeling kregen (YLL = 4,8 jaar). Dit leidde tot een ‘number needed to treat’ van twee, wat inhoudt dat van de drie patiënten die een operatie krijgen één van de drie patiënten een overlevingsvoordeel heeft en de twee andere twee patiënten een vergelijkbare uitkomst zullen hebben wanneer zij géén operatie krijgen. Het aantal resterende levensjaren en ‘number needed to treat’ bleken afhankelijk van het stadium dikkedarmkanker, de leeftijd van de patiënt en aanwezigheid van comorbiditeiten.

Bij patiënten met stadium I en II dikkedarmkanker en goede klinische omstandigheden (leeftijd 80-85 jaar, zonder comorbiditeiten) nam het resterende aantal levensjaren toe tot 4,1 jaar na chirurgie en tot 8,8 jaar zonder chirurgie (NNT: 3). Bij patiënten met stadium III lag het ‘number needed to treat’ voor chirurgie op 2 bij respectievelijk de beste klinische omstandigheden versus 4 bij een hogere leeftijd en meer comorbiditeiten. Bij stadium-IV-patiënten varieerde het ‘number needed to treat’ tussen 6 en 31.

Conclusies en nabeschouwing

Federico Mazzotti en collega’s concluderen dat de diagnose dikkedarmkanker bij patiënten van 80 jaar en ouder gemiddeld 2,2 jaar aan levensjaren kost. Patiënten met stadium I-III dikkedarmkanker die een chirurgische behandeling kregen, deden het beter dan patiënten zonder operatie. Zij hadden een levensverwachting die vergelijkbaar is met die van de algemene bevolking. Daarbij wordt aangetekend dat het ‘number needed to treat’ voor chirurgie redelijk klein is in vergelijking met alternatieve behandelingen.

Het berekenen van het aantal resterende levensjaren is een nieuwe benadering om de prognose van patiënten met dikkedarmkanker te evalueren. Het biedt een ander perspectief dat nuttig kan zijn bij gedeelde besluitvorming tussen arts en patiënt. Vervolgonderzoek is echter nodig om de bevindingen van deze studie te bevestigen, met name ten aanzien van de impact van comorbiditeiten en kwetsbaarheid (frailty) op het aantal resterende levensjaren, zodat een nauwkeurigere prognose kan worden gegeven aan individuele patiënten.

volg ons: