nieuws


nieuws over onderzoek

  • Bijna de helft (46%) van de oncologieverpleegkundigen in Nederland vindt dat ze over onvoldoende kennis beschikken om advies te kunnen geven over lichamelijke activiteit aan mensen die behandeld zijn vanwege kanker. Verder vindt 43% van de oncologieverpleegkundigen dat kun kennis over voeding bij kanker van onvoldoende niveau is. Dat blijkt uit een studie van Merel van Veen (IKNL, WUR) en collega’s. Genoemde factoren spelen vooral bij jonge verpleegkundigen en collega’s met een opleiding op MBO-niveau. Volgens de onderzoekers behoort voeding en lichamelijke activiteit een standaard onderdeel te zijn van beroepsopleidingen. Daarnaast is meer afstemming nodig met diëtisten en fysiotherapeuten.
    Lees meer
  • Het aantal mastectomieën is significant lager, wanneer patiënten met borstkanker voorafgaand aan of tijdens neoadjuvante chemotherapie een borst-MRI krijgen. Dit geldt met name voor patiënten met een grote invasieve ductale tumor, zo blijkt uit onderzoek van Ingeborg Vriens (Maastricht UMC) en collega’s met data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Om die reden wordt een borst-MRI in het bijzonder aanbevolen aan patiënten met een ductaal mammacarcinoom die de voorkeur geven aan een borstsparende operatie. Deze studie toont tevens aan dat een borst-MRI geen toegevoegde waarde lijkt te hebben voor patiënten met een invasief lobulair mammacarcinoom om de mogelijkheden voor een borstsparende operatie te vergroten.
    Lees meer
  • In Nederland worden steeds meer maagkankeroperaties uitgevoerd in ziekenhuizen die niet alleen gespecialiseerd zijn in maagkankerchirurgie, maar ook in slokdarm- en alvleesklierkankerchirurgie. Uitgebreide praktijkervaring met deze complexe (en samenhangende) chirurgische technieken zou ook tot betere postoperatieve resultaten bij maagkanker moeten leiden, zo beredeneerden Linde Busweiler (LUMC, Leiden) en collega’s. Zij onderzochten daarom het verband tussen de algehele ervaring in ziekenhuizen met complexe maagdarmkanaalresecties (upper GI) en belangrijke uitkomsten van maagkankeroperaties. Dit verband blijkt vermoedelijk te bestaan bij oudere patiënten die in deze ziekenhuizen een lagere 30-dagenmortaliteit hadden.
    Lees meer
  • Informatie over het histologische type lijkt geen geschikte parameter om de behandelvoorkeur te bepalen bij vroege stadia van longcarcinoom. Dat schrijven Max Dahele (VUmc) en Ronald Damhuis (IKNL) in een redactionele bijdrage in Journal of Thoracic Oncology. De tumorgrootte heeft, ongeacht de behandeling, de belangrijkste invloed op de overleving. Daarnaast kunnen andere determinanten, zoals tumorlocatie, de uitkomsten selectief beïnvloeden. Volgens de auteurs kunnen met vergelijkende effectiviteitsstudies wellicht relevante subgroepen worden opgespoord, maar dit vergt nader onderzoek.
    Lees meer
  • De incidentie van primair centraal zenuwstelsel lymfoom (PCNSL) stijgt in Nederland onder patiënten in de leeftijdsgroep van 60 jaar en ouder. Dat blijkt uit een publicatie van Matthijs van der Meulen (Erasmus MC) en een team onderzoekers van IKNL en Erasmus MC in Nature Leukemia. Het onderzoek toont tevens aan dat de relatieve overleving van PCNSL-patiënten in de leeftijd tot 70 jaar de laatste decennia (1989-2015) is toegenomen. Dit wordt grotendeels verklaard door het toegenomen gebruik van intensieve chemotherapie en afname van behandeling met uitsluitend radiotherapie. De overlevingskansen van oudere patiënten (boven 70 jaar) bleven slecht.
    Lees meer
  • De naleving van richtlijnen voor het geven van adjuvante therapie aan patiënten met baarmoederkanker met een laag tot gemiddeld risico is uitstekend in Nederland. Dat blijkt uit een studie van Florine Eggink (UMC Groningen) en collega’s. Bij patiënten met hoog-risico baarmoederkanker is er echter ruimte voor verbetering. Volgens de onderzoekers is er nader onderzoek nodig om beter inzicht te krijgen in de achterliggende oorzaken van het niet naleven van richtlijnen. Mede vanwege het huidige accent op gedeelde besluitvorming.
    Lees meer
  • De kans dat vrouwen een directe borstreconstructie krijgen, neemt toe naarmate er meer plastisch chirurgen in een ziekenhuis werken. Ook deelname van een plastisch chirurg aan het multidisciplinair overleg heeft een positief effect op het aantal uitgevoerde directe borstreconstructies. Dat blijkt uit onderzoek van Kay Schreuder (IKNL) en collega’s. Opvallend is dat het aantal borstkankerchirurgen in een ziekenhuis géén invloed heeft op het aantal borstreconstructies. Dit komt volgens de onderzoekers doordat in Nederland, anders dan in andere landen, borstreconstructies uitsluitend worden uitgevoerd door plastisch chirurgen.
    Lees meer
  • Er zijn sterke aanwijzingen dat behandeling van kanker met doxorubicine tijdens de kinderjaren leidt tot een hoger risico om op latere leeftijd opnieuw kanker te ontwikkelen, met name borstkanker. Blootstelling aan het middel cyclofosfamide op jeugdige leeftijd verhoogt het risico op sarcomen. Die conclusies staan te lezen in een publicatie van Jop Teepen (Emma Kinderziekenhuis, AMC) en collega’s in de Journal of Clinical Oncology. Volgens de auteurs is deze informatie belangrijk voor het opstellen van toekomstige behandelprotocollen en richtlijnen voor de surveillance van kinderen die met chemotherapie zijn behandeld.
    Lees meer
Nieuwsbrieven
U kunt zich abonneren op de nieuwsbrieven van IKNL via onderstaande knop.

volg ons: