VARIATE: welke factoren beïnvloeden behandelkeuze slokdarm- of maagkanker?

14-02-2019

Welke factoren zijn van invloed op de behandelkeuze van patiënten met slokdarmkanker of maagkanker? En welke invloed oefenen zorgverleners en patiënten uit op dit besluitvormingsproces? Deze vragen staan centraal in de VARIATE-studie, een kwalitatief én kwantitatief onderzoek, met als doel een zo compleet mogelijk overzicht van dit proces te krijgen. De focus is daarbij niet alleen gericht op curatieve behandelingen (met kans op serieuze bijwerkingen), maar ook op het bewust afzien van een curatieve behandeling & een betere kwaliteit van leven op korte termijn. Het onderzoek wordt uitgevoerd door IKNL in samenwerking met het Catharina Ziekenhuis en elf ziekenhuizen met uiteenlopende zorgprofielen.

In Nederland worden ieder jaar bijna 4.000 mensen gediagnosticeerd met slokdarm- of maagkanker en overlijden er bijna 3.000 patiënten aan deze ziekten. Dit komt deels doordat een groot deel van deze patiënten al uitzaaiingen heeft bij diagnose. Maar ook voor patiënten met een ziektestadium waarbij genezing nog wel mogelijk is, blijkt de kans op een curatieve behandeling niet voor iedereen gelijk. Dit is deels te verklaren door factoren zoals leeftijd, comorbiditeiten en ziektestadium.

Aanzienlijke variatie tussen ziekenhuizen

Wanneer in wetenschappelijke analyses rekening wordt gehouden met dergelijke factoren, dan blijkt echter dat er nog steeds een aanzienlijke variatie is tussen het ziekenhuis van diagnose en de kans op het krijgen van een op curatie gerichte behandeling. Bij maagkanker varieert het percentage patiënten dat een chirurgische behandeling krijgt tussen 57% tot 78%. En bij slokdarmkanker ligt het percentage patiënten dat een op curatie gerichte behandeling krijgt tussen 50% en 82%.

Patiënten gediagnosticeerd in ziekenhuizen met de hoogste kans op een curatieve behandeling hebben ook een betere overleving vergeleken met patiënten gediagnosticeerd in ziekenhuizen met de laagste kans op een curatie gerichte behandeling. Voor de kans om te overleven maakt het dus uit in welk ziekenhuis een toekomstig slokdarm- of maagkankerpatiënt binnen stapt. Vergelijkbare variatie in behandeling is ook bij andere kankersoorten beschreven.

Doel van het onderzoek

In eerdere studies is getracht om middels kwantitatieve dataverzameling uit medische dossiers de oorzaken van de variatie te achterhalen, maar dat is slechts gedeeltelijk gelukt. Factoren, zoals de wens van de patiënt, organisatie en processen binnen een ziekenhuis en persoonlijke overtuigingen van artsen zijn niet of lastig kwantitatief te registreren en te analyseren. De primaire uitkomstmaten van dit onderzoek zijn gericht op het geven van een overzicht van (aanpasbare) factoren die invloed hebben op de behandelingskeuzes bij slokdarm- en maagkanker.

De initiatiefnemers van de VARIATE-studie vinden het daarom essentieel om data uit medische dossiers (kwantitatief onderzoek) te combineren met kwalitatief onderzoek (interviews, groepsgesprekken met artsen en patiënten) om een compleet overzicht te krijgen van factoren die invloed (kunnen) uitoefenen op de behandelkeuzes. Een ander belangrijk aandachtspunt is dat het onderzoek niet alleen gericht is op curatieve behandelingen (vaak met serieuze bijwerkingen), maar dat patiënten met slokdarmkanker of maagkanker ook bewust afzien van een dergelijke behandeling en kiezen voor kwaliteit van leven.

Opzet en patiëntenpopulatie

De VARIATE-studie is een ‘mixed method multiple case’ onderzoek, waarbij onderzoekers met behulp van NKR-data over de periode 2014 – 2016 (fase 1 van het onderzoek) en multilevel analyses over de periode 2015-2017 (fase 2) uitvoeren om de kans op het krijgen van een potentieel curabele behandeling voor patiënten met maag- en slokdarmkanker wordt berekend. De onderzoekspopulatie bestaat uit patiënten met potentieel curabele slokdarmkanker (cT1-4A, cN0-3, cM0) en potentieel curabele maagkanker (cT1-4A, cN0-3, cM0).

De focusgroepen bestaan uit 6-8 patiënten die gediagnostiseerd zijn met slokdarm- of maagkanker. Per ziekenhuis zullen minimaal twee MDO's geobserveerd worden. Uit eerder onderzoek is gebleken dat patiënten het waardevol vinden om met lotgenoten onderwerpen betreffende hun ziektebeloop te bespreken. Aangezien de focus groep maximaal 2 uur duurt, verwachten de onderzoekers geen aanzienlijke lichamelijke of mentale inspanning van de patiënten. Er zullen dus ongeveer 66-88 patiënten deelnemen aan de focusgroepen.

Deelnemende ziekenhuizen

In fase 1 worden twee ziekenhuizen geïncludeerd. Eén ziekenhuis met een hoge kans en één ziekenhuis met een lage kans op het krijgen van een curatieve behandeling. Vervolgens worden in fase 2 negen ziekenhuizen opgenomen. Deze ziekenhuizen worden verdeeld in drie groepen: een groep met een lage kans op het krijgen van een curatieve behandeling; een groep met een gemiddeld kans en een groep met een hoge kans. In elke groep zal een academisch ziekenhuis, een opleidingsziekenhuis en een niet-opleidingsziekenhuis geïncludeerd worden. Ook zullen er resecerende centra en niet-resecerende centra deelnemen. De fase-1-ziekenhuizen zijn inmiddels geïncludeerd; de fase-2-ziekenhuizen worden spoedig aangeschreven.

Het gehele onderzoek zal in nauwe samenwerking met de Dutch Upper-GI Cancer Group (DUCG) en de patiëntenvereniging SPKS worden uitgevoerd. In elk participerend ziekenhuis dient minimaal een MDL-arts, chirurg (in resectie centrum) en medische oncoloog bereid te zijn om deel te nemen. Indien mogelijk worden ook interviews afgenomen met een radiotherapeut, radioloog, verpleegkundig specialist en managers van relevante afdelingen te interviewen en speekuren van artsen geobserveerd. De tijdsinvestering van elke participerende zorgprofessionals wordt geschat op ongeveer 3 uur.

Beter inzicht in behandelkeuzes

De uitkomsten van dit onderzoek geven patiënten en artsen beter inzicht in factoren die een rol spelen bij het maken van behandelkeuzes. Deze resultaten kunnen in de nabije toekomst bijdragen aan het maken van behandelkeuzes-op-maat. Dit kan aan de ene kant leiden tot het vaker kiezen voor een behandeling gericht op genezing en een betere overleving van deze patiënten. Aan de andere kant kan het bij een deel van de patiënten leiden tot het afzien van een ingrijpende, op genezing gerichte behandeling, maar bewust te kiezen voor behoud van kwaliteit van leven op de kortere termijn.

  • De Engelse titel van het onderzoek luidt: “The VARIATE study: The causes of variation in the curative treatment of esophageal and gastric cancer: a mixed methods approach.Dit onderzoek is mede mogelijk dankzij een subsidie van KWF Kankerbestrijding. Hoofdonderzoekers zijn dr. G.A.P. Nieuwenhuijzen (Catharina Ziekenhuis), dr. R.H.A. Verhoeven en dr. P.A.J. Vissers (IKNL). Projectleider is drs. J.C.H.B.M. Luijten (IKNL).
  • Meer informatie: DUCG

 

volg ons: