Managed Clinical Network voor HPB-tumoren in Noordoost-Nederland

13-02-2019
Optimale zorg voor patiënten met een kwaadaardige aandoening van lever, alvleesklier en galwegen (HPB-tumoren) vraagt een multidisciplinaire benadering, waarbij operatieve behandeling een centrale rol speelt. Dit betreft ‘hoog-complex en laag-volume operaties’. In Noordoost-Nederland is dit aanleiding geweest voor betere onderlinge afstemming en centralisatie van de chirurgische zorg binnen een Managed Clinical Network (MCN). Binnen dit netwerk wordt gewerkt met een gerichte indicatorenset, met als doel het reduceren van ongeplande heropnames en het borgen van dezelfde behandelkansen voor iedere patiënt.

In het MCN werken het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL)/Tjongerschans (Heerenveen), Isala Zwolle, Medisch Spectrum Twente in Enschede en het UMCG om de chirurgische zorg rondom patiënten met pathologie van de lever, de alvleesklier en de galweg samen zo goed mogelijk te organiseren. Voorzitter van het MCN, Joost Klaase, HPB-chirurg in het UMCG sprak afgelopen november op het congres Sturen op Kwaliteit over wat er in het netwerk gebeurt om de zorgkwaliteit te verbeteren. Hij benoemde hierbij twee speerpunten: ongewenste praktijkvariatie en het voorkomen van ongeplande heropnames.



Het primaire doel van het MCN is te streven naar optimale kwaliteit en service voor patiënten met HPB-pathologie in de regio Noordoost Nederland. Het primaire doel van het MCN is om de kwaliteit van zorg te verbeteren en kosten beheersbaar te houden. Bij de invulling van het MCN is in eerste instantie de chirurgische behandeling van HPB pathologie bepalend geweest. De doelstellingen reiken echter verder. Namelijk het streven naar optimale kwaliteit en service (inclusief acceptabele wachttijden) voor patiënten en een in opzet curatieve behandeling kunnen bieden aan zoveel mogelijk patiënten met een HPB maligniteit in de regio. Lees meer over het MCN bij qruxx.com.

Indicatorenset

Welke cijfers hebben zorgprofessionals écht nodig om inzicht te krijgen in de kwaliteit van hun zorg? En welke kwaliteitsinformatie hebben zorgbestuurders nodig om goed te kunnen sturen op kwaliteit? Zeker in vakgebieden met hoogcomplexe zorg, landelijke volumenormen en multidisciplinaire ketens is behoefte aan een eenvoudige set van kwaliteitsindicatoren die betekenisvolle informatie geven om de eigen zorg te verbeteren en deze te vergelijken met andere ziekenhuizen. En om het gesprek met bestuurders meer zorginhoudelijke diepgang te geven. Het MCN werkt vanuit het NFU-programma ‘Sturen op Kwaliteit’ met alléén kwaliteitsindicatoren die er écht toe doen. Het MCN richtte een datasysteem in waarin via 39 indicatoren kwaliteitsinformatie van de ketenzorg werd verzameld. Lees meer over dit programma Sturen op kwaliteit in Zorgvisie

De beste zorg door van elkaar te leren

Het MCN in Noordoost Nederland vulde een gemeenschappelijke database met beschikbare proces- en behandelresultaten. Hiermee zijn resultaten met elkaar te vergelijken en per behandelcentrum verbeterpunten op te sporen. Ing. Patrick Veldhuis, adviseur IKNL: ‘We streven ernaar alle oncologische HPB-patiënten binnen ons netwerk te bespreken in een gezamenlijk multidisciplinair overleg. Hierbij is altijd een leverchirurg aanwezig, omdat alleen die kan bepalen of bij patiënten met uitzaaiingen in de lever nog een operatie mogelijk is. Anders worden patiënten gemist die wel behandeld hadden kunnen worden. Het laat zien hoe samenwerken de kwaliteit van de zorg voor onze patiënten verhoogt.’

Reductie ongeplande heropnames

Bij alvleesklierkanker heeft een kwart van de patiënten een heropname nodig. Het MCN heeft een voorbeeldfunctie binnen het project ‘Sturen op kwaliteit’ van de NFU, waarbij middels een PDCA-cyclus (Plan, Do, Check en  (Re)-Act) getracht wordt het aantal ongeplande heropnames na alvleesklier- en leveroperaties  terug te brengen. Klaase: “We willen aan de voorkant prehabiliteren. Dat kan door patiënten in betere conditie te brengen voor ze geopereerd worden. Aan de achterkant moeten er betere afspraken over ontslag komen. Dat moet bijvoorbeeld niet op vrijdag gebeuren. Daarnaast willen we onderzoeken hoe we patiënten met wearables beter kunnen monitoren.”

Klaase hoopt dat met deze maatregelen het aantal ongeplande heropnames met eenderde te verlagen is. We willen een jaar lang meten. Daarna komen we met de resultaten naar buiten.” De inzet van het programma is om 30% reductie van het percentage ongeplande heropnames te realiseren. 

Onderstaande poster geeft de eerste resultaten weer van het project rondom reductie heropname. 

Poster_heropnamepancreas_Klaase
 
Contactpersoon: Patrick Veldhuis, adviseur IKNL 

volg ons: