Psychische nood ‘bemiddelt’ in relatie tussen neuropathie en vermoeidheid

Overlevenden van dikkedarmkanker die te maken hebben met chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie rapporteren meer vermoeidheid. Dit geldt met name voor personen die angstig en/of depressief zijn, zo blijkt uit onderzoek van Cynthia Bonhof (CoRPS (Tilburg University) & IKNL). Niet uitgesloten is dat er ‘tweerichtingsverkeer” plaatsvindt tussen chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie en psychische nood. Aanvullend onderzoek is nodig om de relatie tussen psychische nood, neuropathie en vermoeidheid te helpen verklaren. Tot die tijd adviseren de onderzoekers bij de behandeling van vermoeidheid meer aandacht te schenken aan patiënten met psychische nood.

Sensorische perifere neuropathie ten gevolge van chemotherapie komt vaak voor bij overlevenden van dikkedarmkanker. In deze studie is onderzocht of chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie samenhangt met zowel psychische nood (angst en depressie) als vermoeidheid en of de relatie tussen sensorische perifere neuropathie en vermoeidheid (gedeeltelijk) kan worden verklaard door psychische nood van deze patiënten.

Opzet

Voor deelname aan dit onderzoek kwamen alle overlevenden van dikkedarmkanker in aanmerking die tussen 2000 en 2009 opgenomen werden in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR, regio Eindhoven). Overlevenden die behandeld zijn met chemotherapie kregen gemiddeld 5,6 jaar na diagnose een vragenlijst (EORTC QLQ-CIPN20) aangeboden over chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie, psychische nood (HADS) en vermoeidheid (FAS) via het patiëntenvolgsysteem PROFILES. Vervolgens voerden de onderzoekers enkelvoudige en meervoudige analyses uit om de mogelijke invloed van angst en depressie te onderzoeken in samenhang met door chemotherapie veroorzaakte sensorische perifere neuropathie en vermoeidheid.

Resultaten

De analyses tonen aan dat overlevenden van dikkedarmkanker met een hoge score op chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie (dat wil zeggen de bovenste 30% van de scores; n = 172) meer angst- en depressieve symptomen ervaarden en meer vermoeidheid rapporteerden in vergelijking met personen met een lage score (n = 299). Deze bevinding is in lijn met eerdere studies.

Onder de overlevenden met een hoge score op chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie gaven deelnemers die angstig, depressief of beide waren vaker aan dat zij meer vermoeidheid ervaarden dan degenen zonder psychische nood. Deze verschillen waren klinisch relevant. Verder blijkt dat, hoewel chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie direct samenhangt met vermoeidheid, de relatie tussen sensorische perifere neuropathie en vermoeidheid ook significant gekoppeld is met zowel angst als depressie (psychische nood).

Conclusie en aanbevelingen

Cynthia Bonhof (CoRPS, IKNL) en collega’s concluderen dat overlevenden van dikkedarmkanker met een hoge mate van chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie meer vermoeidheidsklachten rapporteren, met name personen die ook angstig en/of depressief zijn. Aanvullend onderzoek is volgens de onderzoekers nodig om meer inzicht te krijgen in de relatie tussen sensorische perifere neuropathie ten gevolge van chemotherapie, psychische nood en vermoeidheid. Verder adviseren zij dat bij de behandeling van vermoeidheid voortaan ook aandacht geschonken dient te worden aan het aanpakken van psychische nood, omdat het behandelen van vermoeidheid alleen misschien niet voldoende is.

Nabeschouwing

De onderzoekers refereren in de nabeschouwing aan enkele eerdere studies waarin aanwijzingen zijn gevonden dat de samenhang tussen chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie en psychische nood mogelijk wordt veroorzaakt door “tweerichtingsverkeer”. Aan de ene kant kan sensorische perifere neuropathie leiden tot psychische nood die wordt veroorzaakt door de pijn samenhangend met deze neuropathische symptomen en beperkingen. Ook kunnen dergelijke symptomen overlevenden er ook aan doen herinneren dat zij kanker hebben (gehad) wat op zijn beurt weer bijdraagt aan gevoelens van angst en depressie.

Aan de andere kant is het ook mogelijk dat de kans groter is dat mensen met een hoger niveau van angst en depressieve symptomen daadwerkelijk meer chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie ervaren en rapporteren. Een mogelijke verklaring hiervoor is het aanmaken van pro-inflammatoire cytokines, een stof die in verband wordt gebracht met angst en chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie. Verder is niet uitgesloten dat pro-inflammatoire cytokines bij angstige personen mogelijk een rol spelen bij het trager herstellen van zenuwschade veroorzaakt door chemotherapie.
 

Gerelateerd

Effect chirurgie op ouderen met dikkedarmkanker en een functionele afhankelijkheid

Een operatie heeft, mits ingebed in een onco-geriatrisch zorgpad, een positief effect op de kwaliteit van leven van oudere patiënten met dikkedarmkanker met een functionele afhankelijkheid. Matig functionele afhankelijkheid mag volgens Daniël Souwer (HagaZiekenhuis) en collega’s géén generieke reden zijn om een operatie bij ouderen achterwege te laten. Een belangrijke bevinding die artsen dienen te betrekken bij gedeelde besluitvorming. Aanvullend onderzoek kan uitwijzen of onco-geriatrische zorg op zichzelf de negatieve impact van chirurgie beperkt of dat deze zelfs bijdraagt aan verbetering van de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van oudere patiënten met dikkedarmkanker.

lees verder

Impact BMI en middelomtrek op kwaliteit van leven na dikkedarmkanker

Overlevers van dikkedarmkanker met een hogere BMI en een verhoogde middelomtrek rapporteren een slechter functioneren, een lagere algehele gezondheidsstatus en meer vermoeidheidssymptomen. Verder blijkt een verhoogde middelomtrek geassocieerd te zijn met een lager fysiek en sociaal functioneren, ongeacht de BMI-status. Dat staat te lezen in een publicatie van Pauline Vissers (IKNL) en collega’s in Nutrition and Cancer. De onderzoekers doen de aanbeveling om bij toekomstig onderzoek naar kwaliteit van leven rekening te houden met de BMI en middelomtrek. In studies ter preventie van overgewicht dient daarom naast gewichtsverlies, ook gelet te worden op de vermindering van het buikvet. 

lees verder