Overlevingskansen na dikkedarmkanker afgelopen decennia flink gestegen

20-03-2018
De overlevingskansen van patiënten met dikkedarmkanker zijn de afgelopen decennia flink gestegen in Nederland, zo blijkt uit cijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Debet hieraan zijn introductie van nieuwe vormen van diagnostiek en behandeling. Verder laten de cijfers zien dat de overlevingskansen van patiënten gunstiger zijn naarmate de ziekte in een vroeg(er) stadium wordt ontdekt. Invoering van het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker heeft hierop een positief effect. Het aandeel patiënten met stadium I steeg van 21% in 2013 naar 28% in 2015, terwijl het aandeel patiënten met stadium IV afnam van 24% naar 20%.


Incidentie 1990 – 2017


Uit bovenstaande grafiek blijkt dat de incidentie van dikkedarmkanker de afgelopen 25 jaar aanzienlijk is gestegen. Na de invoering van het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker (januari 2014) is er in 2014 en 2015 een sterke toename te zien in het aantal diagnoses. Vanaf 2016 lijkt de incidentie voor dikkedarmkanker voorzichtig te dalen. In 2017 lag de incidentie nog wel hoger dan vóór de start van het bevolkingsonderzoek. Momenteel verricht IKNL aanvullend onderzoek naar mogelijke oorzaken van deze trend. Dit zou een effect kunnen zijn van invoering van het bevolkingsonderzoek, alhoewel deze trend sneller optreedt dan verwacht.

Mogelijke verklaringen
Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat er in 2016 mensen uit drie geboortejaren voor de tweede keer een uitnodiging kregen om deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek. Daardoor kan het aantal gevonden carcinomen in deze groepen in 2016 en 2017 lager zijn, aangezien de prevalente carcinomen voor een groot deel tijdens de eerste screeningsronde zijn opgespoord. Dit effect is ook aangetoond in twee Nederlandse proeven met het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker.

Een mogelijke, andere verklaring is dat bij de introductie van het bevolkingsonderzoek begonnen is met het uitnodigen van een aantal oudere leeftijdsgroepen, terwijl in 2016 en 2017 jongere leeftijdsgroepen een uitnodiging kregen om deel te nemen. Verder blijkt uit de literatuur dat het detectiecijfer van dikkedarmkanker daalt met de leeftijd bij gebruik van de fecale immunochemische test (FIT). Onderzoek van IKNL moet aantonen welke onderliggende factor(en) de oorzaak zijn van de gesignaleerde trends.

Stadium bij diagnose
Iets minder dan de helft van de patiënten wordt gediagnosticeerd in een relatief vroeg stadium, waarbij de kanker beperkt is tot de darm (stadium I of II). Bij de andere helft van de patiënten is er uitbreiding buiten de darm naar lymfeklieren rond de darm (stadium III) of naar andere organen (stadium IV). Een van de doelen van het bevolkingsonderzoek is het zo vroeg mogelijk opsporen van dikkedarmkanker. Dit doel is duidelijk terug te zien in de cijfers uit de NKR. Het aandeel patiënten met een vroeg stadium darmkanker (stadium I) nam toe van 21% in 2013 naar 28% in 2015 en het aandeel patiënten met een laat stadium (stadium IV) nam af van 24% naar 20%.

Uit een eerste evaluatie van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker in Nederland blijkt verder dat het aandeel patiënten met een vroeg stadium van dikkedarmkanker (stadium I) hoger was in de groep personen die deelnamen aan het bevolkingsonderzoek (48%) ten opzichte van personen die niet deelnamen (16%). Daarnaast krijgen patiënten bij wie de dikkedarmkanker tijdens de screening is gevonden, vaker een lokale behandeling of alleen een operatie zonder adjuvante of neoadjuvante therapie in vergelijking met de groep patiënten die niet deelnamen aan het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker. Zie ook: Effect bevolkingsonderzoek: meer diagnose in een vroeg stadium

Overleving afgelopen 50 jaar



Historisch gezien zijn de overlevingskansen van patiënten met dikkedarmkanker de afgelopen vijftig jaar aanzienlijk verbeterd.  Tussen 2011 en 2015 nam de 5-jaarsoverleving toe naar 65%. Ter vergelijking: in de jaren zestig lag de 5-jaarsoverleving nog maar op 40%. Zie ook het proefschrift van Amanda Bos: factoren die overleving dikkedarmkanker in Nederland beïnvloeden.


Stadium en overleving



Deze grafiek geeft aan dat er grote verschillen zijn in de 5-jaarsoverleving tussen patiënten met dikkedarm- en endeldarmkanker. Vuistregel is dat hoe lager het stadium bij diagnose, des te groter de kans op overleving. Door deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek naar darmkanker neemt de kans toe dat de ziekte in een vroeger stadium wordt ontdekt, waardoor ook de overlevingskansen toenemen.


Sterfte door dikkedarmkanker



In 2016 zijn er in Nederland ruim 5.000 mensen overleden aan de gevolgen van dikkedarmkanker. De mortaliteit voor zowel mannen als vrouwen voor dikkedarm- en endeldarmkanker is over de jaren licht gedaald. De verwachting is dat de mortaliteit op termijn sterker zal dalen door de invoering van het bevolkingsonderzoek. Enerzijds doordat de incidentie van dikkedarmkanker uiteindelijk zal afnemen door invoering van het bevolkingsonderzoek (eerder opsporen en verwijderen van vergevorderde adenomen), anderzijds doordat met het bevolkingsonderzoek de ziekte in een eerder stadium wordt opgespoord.

Over de NKR
Sinds 1989 beschikt Nederland over een landelijke databank met betrouwbare, objectieve gegevens over de incidentie, prevalentie, overleving en sterfte van alle gevallen van kanker. Deze database wordt gebruikt voor epidemiologisch onderzoek, klinische studies en voor onderzoek naar de kwaliteit van zorg. Gegevens uit de NKR zijn ook beschikbaar voor het evalueren van bevolkingsonderzoeken, oncologische richtlijnen en het ontwikkelen van beleid door zorginstellingen en de overheid. IKNL beheert de database. De nieuwste cijfers zijn te raadplegen via www.cijfersoverkanker.nl.

 

volg ons: